Wat doen nieuwslezers als ze niet het nieuws lezen?

Ralf de Jong uit Bussum kijkt regelmatig het ochtendnieuws en het Achtuurjournaal. Eén nieuwslezer presenteert vaak een aantal dagen hetzelfde bulletin, daarna zie je die persoon dagenlang niet meer. Wat doen ze dan eigenlijk?

Nieuwslezers werken zes dagen achtereen en hebben daarna een week vrij, zegt Sacha de Boer (41), die afwisselend met Philip Freriks het Achtuurjournaal presenteert. Die vrije week gebruikt ze voor haar fotografiebedrijfje. Momenteel werkt ze aan een fotoboek over Nederlandse kunstenaars in New York en Amerikaanse kunstenaars die in Amsterdam werken.

Haar collega bij RTL Nieuws Rick Nieman (42) – tevens haar echtgenoot – presenteert zes dagen achter elkaar drie keer per dag het nieuws. De week erna gebruikt hij onder meer om interviews te doen voor RTL-Z, een boek te schrijven over managementgoeroes, en het voorbereiden van reportages die vanuit Amerika worden uitgezonden rond de presidentsverkiezingen.

En wat doen nieuwslezers op de dag dat ze nieuwslezen?

Vanaf een uur of één ’s middags draaien ze gewoon mee op de redactie, zeggen De Boer en Nieman. Dat betekent bijvoorbeeld het nieuws bijhouden, beslissen of een live-gesprek met een correspondent nuttig is, en vergaderen over de komende uitzending. De laatste twee uur voor de uitzending is het spitsuur. Nieuws en reportages komen vaak laat binnen. Intussen buigen de nieuwslezers zich over de teksten. Ze controleren of de teksten taalkundig en inhoudelijk goed zijn en of het taalgebruik niet „te ambtelijk” is, aldus De Boer. „De kijker kan niet even terugspoelen. Het moet in één keer helder en eenduidig zijn.”

Ook worden teksten herschreven. Nieman: „Grote clichés moeten eruit, en ik kijk of we het nieuws een beetje kunnen verkopen. Ik hou van het spelen met taal.” Ook De Boer steekt tijd in het „boeiender maken” van de teksten. „Het hoeft geen saaie bruine boterham te zijn. Bij een bericht over bezuinigingen bij de KLM zei ik bijvoorbeeld dat de passagier er geen nootje minder om hoeft te eten.”

    • Oscar Vermeer