Royal Bank of Scotland lijdt zwaar verlies

De Royal Bank of Scotland (RBS) heeft een van de grootste verliezen in de Britse bedrijfsgeschiedenis geleden. De bank uit Edinburgh, mede-eigenaar van ABN Amro, werd hard getroffen door de kredietcrisis en moest over de eerste helft van 2008 een verlies bekendmaken van 802 miljoen pond (1 miljard euro).

De tweede bank van Groot-Brittannië had al veertig jaar geen verlies meer geboekt. De bank dook in de rode cijfers doordat ze 5,9 miljard pond moest afschrijven op slechte leningen, vooral risicovolle (subprime) hypotheken in de Verenigde Staten. RBS was actief in deze markt, onder meer via haar Amerikaanse dochter Citizens.

RBS heeft nu in totaal 14 miljard pond afgeschreven op slechte leningen. Het staat daarmee op nummer vier op de ranglijst van banken met de omvangrijkste afschrijvingen, na de Amerikaanse Citigroup en Merrill Lynch en het Zwitserse UBS.

Het verlies bleek nog mee te vallen; uit een rondgang langs tien analisten van het Amerikaanse persbureau Bloomberg bleek dat een verlies werd verwacht van 1,2 miljard pond. Op de beurs steeg het aandeel RBS daarop vanmorgen met 2 procent.

De ontwikkelingen bij de Britse bank zullen ook door de Nederlandse autoriteiten nauwgezet worden gevolgd. RBS kocht vorig jaar ABN Amro, samen met het Belgisch-Nederlandse Fortis en het Spaanse Santander.

Volgens RBS-topman Fred Goodwin verloopt de opsplitsing en integratie van ABN Amro voorspoedig. De volledige opdeling van de bank moet eind 2009 zijn afgerond. Goodwin, de leider van het consortium dat ABN Amro opgekocht, is bekritiseerd omdat de drie te veel betaald zouden hebben voor de bank. Volgens Goodwin is de strategische reden voor de overname intact, ook al zijn de financiële markten nu ontwricht.

De topman, die de bijnaam ‘Fred de versnipperaar’ draagt, boog vanmorgen diep voor zijn aandeelhouders. „Ik en mijn collega’s betreuren dat we een verlies bekend hebben moeten maken. Het is een louterende ervaring”, zei Goodwin.

Citigroup: pagina 13