Roemeens leven is al lastig genoeg

In Roemeense dorpen leven mensen van wat ze hebben. Een varken, een paar kippen en een moestuin.

Steun aanvragen in Brussel vinden ze te ingewikkeld.

Het gaat slecht met de Roemeense landbouw. Van netto-exporteur van landbouwproducten is het land een netto-importeur geworden. Foto AFP Romania, peasants harvesting corn in a field, Kremikovtsi plant in background. Photononstop

Bij de ingang van het gemeentehuis in Cozma, een dorp in de Roemeense landstreek Transsylvanië, hangen aanplakbiljetten met richtlijnen uit Brussel. ‘Hoe dien je een project in dat kans maakt op EU-subsidie?’ In kleine letters staat het allemaal uitgeschreven, maar in Cozma neemt niemand de moeite om het te lezen.

„De dorpelingen zijn niet geïnteresseerd”, zegt Minodora Chiorean (25), de assistente van de burgemeester. Chiorean is de enige in het dorp die Engels spreekt. Ze belandde in Cozma om haar man te ondersteunen, en om er de besteding van Europese projectgelden te coördineren. „Maar de EU leeft niet echt op het platteland.”

Eind vorige maand bracht de Europese Commissie een voortgangsrapport uit over Roemenië, dat op 1 januari 2007 tot de Europese Unie toetrad. Net als Bulgarije, de andere EU-nieuwkomer, werd Roemenië streng gewezen op de rotte plekken in het openbaar bestuur. De beloofde juridische hervormingen blijven uit. Corruptie is nog altijd een groot probleem. Het land heeft in de jaren 2007-2013 recht op 7,5 miljard euro aan landbouwsubsidies. Maar veel geld zal ongebruikt blijven liggen. De aanvraag van subsidies levert administratieve chaos op en boeren weten vaak niet wat de procedure is.

Roemenië is de meest agrarische lidstaat van de Europese Unie. De akkerbouw biedt werk aan 35 procent van de beroepsbevolking. Het gaat daarbij veelal om bulkproductie (graan en soja) met weinig toegevoegde waarde. Eén mislukte oogst en de economie wordt een gevoelige klap toegediend. Naast die bulkproductie kent de sector veel kleine grondeigenaren, van wie het leeuwendeel produceert voor eigen gebruik. Het gaat niet goed met de Roemeense landbouw . Van netto-exporteur van is Roemenië sinds een paar jaar netto-importeur geworden.

„We hadden in de winkels onze eigen tomaten, de lekkerste van Europa”, zegt Smaranda Enache van de Liga Pro-Europa in Târgu Mures. Met haar Liga ijvert Enache al sinds 1989 voor Roemeniës integratie in Europa. Nu het land eenmaal EU-lid is, ziet ze de gevolgen. „In de winkels liggen peperdure kastomaten uit Nederland. Onze lokale tomatenkweek loont niet meer. Te arbeidsintensief. We komen handen tekort, want de jeugd trekt massaal naar de stad.”

Op het gemeentehuis van Cozma kreeg Chiorean laatst bezoek van ondernemers die plannen hadden om in het dorp een schapenboerderij op te zetten. Chiorean was verrast. „Iedereen gáát hier. Nu kwám er iemand.” Ze hielp de ondernemers met een EU-projectaanvraag, maar al snel ontstonden problemen. „Het bleek uiteindelijk niet haalbaar, omdat ze niet het vereiste eigen beginkapitaal konden inleggen.”

Een paar kilometer verderop, in het gehucht Socolu de Câmpie, grazen twee knollen op de binnenplaats van de lagere school. De aardewerken kachel in de lerarenkamer is kapot. Kiss my ass, heeft iemand met rode verf gespoten op een van de muren die nog overeind staan. Het schooltje ging een paar jaar geleden dicht, en sindsdien gaan de laatste tien kinderen die nog in Socolu wonen naar school in Cozma. De burgemeester brengt in zijn oude Dacia de kleintjes; wie ouder is dan acht moet lopen.

„Het is een dik uurtje, het valt mee”, zegt Petrisor (11). Rond de waterput bij de driesprong trapt hij een balletje met zijn één jaar jongere neef Raul. Die doet over het lopen iets minder luchtig. In de winter, als het ’s ochtends 20 graden vriest, dan is een uur lopen best lang, zegt hij.

Op het dak van het orthodoxe klooster staat priester Simion. Zijn zwarte gewaad wappert in de wind. Een nieuwe vleugel is in aanbouw. Op dezelfde plek was in de veertiende eeuw een houten kapel gebouwd. Maar in 1938 hebben de dorpelingen de kapel verkocht aan een nog kleiner gehucht verderop, vertelt Simion. Socolu groeide, het had een grotere kerk nodig, en in 1965 was de kloosterkerk gereed. Van het communistische regime kreeg het geen financiële steun. Met de verkoop van eieren op de markt in Reghin spaarden de bewoners het geld bij elkaar, zegt Simion. „Het tragische is dat bij de oplevering van de kerk de leegloop van het platteland eigenlijk al was begonnen, onder dwang van de communisten. Boeren moesten massaal naar de grote stad om mee te helpen bij de opbouw van de industrie.”

Stedelingen moesten hun verdieping plots delen met boeren die er op de galerij hun schapen hielden en hun varkens slachtten. In steden als Boekarest en Timisoara onstonden absurde taferelen in de blocuri, de betonnen flats die onder het regime van dictator Nicolae Ceausescu verrezen. Die deportatie was de eerste slag die het platteland werd toegebracht, zegt de priester. „De tweede kwam nog harder aan, met de val van Ceausescu in 1989 en de verwarring die volgde. In het wilde kapitalisme dat ontstond werd de lokroep van de stad sterk.” In een dorp als Socolu ging de leegloop snel. Van de 350 gezinnen die er toen leefden zijn er nog 100 over.

Nog altijd hebben de inwoners van Socolu gezamenlijk duizend hectare landbouwgrond in bezit. Maar slechts 20 procent ervan wordt bewerkt. Priester Simion kreeg als een gift van de staat 30 hectare bos, waar hij en zijn kloosterlingen hout kappen. Met de opbrengst financieren ze de verbouwing van het klooster.

De verwaarlozing van de Roemeense landbouwgrond is volgens Activiste Enache uit Târgu Mures een nijpend probleem. „In het klein heerst hier de voedselcrisis. We produceren zelf amper meer, met als gevolg dat de voedselprijzen in Roemenië de afgelopen jaren met ruim 40 procent zijn gestegen.” De Roemeen is wettelijk niet verplicht om zijn land te onderhouden. „Veel land ligt dus braak”, zegt Enache. „Eigenaren hopen op stijging van de grondprijs. Speculeren, in plaats van zaaien en oogsten.”

Op het gemeentehuis van Cozma haalt Chiorean haar bureau leeg. „Nu Roemenië EU-lid is liggen er miljarden euro’s in Brussel voor ons klaar”, zegt ze. Een paar miljoen daarvan zouden toch naar Cozma moeten kunnen vloeien? Chiorean: „Maar dan moet je zelf het initiatief nemen en een project indienen. En dat is voor de mensen hier veel te ingewikkeld. Ze leven van wat ze hebben. Een varken, een paar kippen en de moestuin. Dat is al moeilijk genoeg.”

    • Tijn Sadée