Razernij van de sport

Zijn de Olympische Spelen goed voor de mensenrechten? Welke rechten, van wie? Als je een Chinees bent die ongelofelijk hard kan lopen of genadeloos boksen, hoef je je niet ongerust te maken. Als je het fijn vindt om van de modernste architectuur te genieten, kun je in Peking je hart ophalen, aan het Olympisch Stadion, bijgenaamd het Vogelnest, van de Zwitserse architecten Herzog en De Meuron, of aan de telecommunicatietoren van Rem Koolhaas. Als je een oud mensje bent dat toevallig woonde in een oude wijk die voor deze wonderen moest worden gesloopt, is het slechter met je gesteld. Als je een activist bent die liever mensenrechten dan Spelen wilde, zoals Yang Chunlin, zit je al een jaar achter de tralies en heb je nog vier jaar voor de boeg. Sport verbroedert is de leuze waarmee zulke gigantische evenementen worden gerechtvaardigd. Ik ben bang dat Amnesty International en minister Maxime Verhagen meer gelijk hebben. Hoe groter de stadions, de openbare gebouwen, hoe slechter het vaak met de mensenrechten staat.

Als dit stukje met de rest van de krant bij u in de bus valt, zijn de Spelen al een uur of vier aan de gang. Vrijwel alle media ter wereld zijn met niets anders bezig. We hebben de openingsceremonie achter de rug. ‘En wie staat daar naast de Chinese president Hu Jintao? Ja! Jawel! Dat is hem wel degelijk! President Bush! George Dubbeljoe Bush. De president van Amerika! En daar staat premier Balkenende. Wel degelijk! Ònze eigen Jeepee’, roepen de verslaggevers in opperste opwinding. Intussen zijn alle kranten met hun olympische bijlagen gekomen, alle omroepen hebben hun voorbeschouwingen ten beste gegeven en vanavond komen de eerste nabeschouwingen. Dit gaat zo door tot de sluitingsceremonie op 24 augustus. En dan duurt het niet lang meer voor de voetbalcompetitie begint.

Dit stukje gaat ook over mensenrechten, dat wil zeggen de rechten van de mensen die niet van welke sport dan ook houden, en evenmin van andere massa-evenementen, modeshows, Gay Pride, miljonairsbeurzen, boekenmarkten, carnavals. Die mensen raken in toenemende mate in het gedrang, vooral ’s zomers. Dit jaar is het seizoen begonnen met de Europese kampioenschappen voetbal, die miljoenen Nederlanders tot ‘Oranjegekte’ brachten. Toen kwam de Tour de France. Het viel nog mee. Er was geen landgenoot die de wedstrijd dreigde te winnen of onder de doping in een ravijn is gevallen. Daarna Gay Pride, die deze keer gepaard ging met politieke ruzies. En nu de Spelen in Peking.

Mij kan het niet schelen dat miljoenen daar een geweldig plezier in hebben. Het gaat me om het totalitaire karakter. Er is de komende veertien dagen geen nieuwsmedium dat zich aan de olympische razernij kan onttrekken. En dan de stijl van de sportverslaggeving. Han Hollander kon voor de oorlog al heel hard Goal! roepen. Nadat we televisie kregen, is alles in de media professioneler geworden. De manier waarop dat door de sportverslaggeving is aangepakt, is een afzonderlijke studie waard. Jan Stroop, ontdekker en beschrijver van het Poldernederlands zou er raad mee weten. Sportverslaggevers zijn nu de hovelingen van de sport en tegelijkertijd de dictators van de microfoon. Geef ons een sportvrij zendertje; dat is ook een mensenrecht.

    • H.J.A. Hofland