Open brief van sporters aan Chinese leider

Meer dan veertig sporters hebben een open brief aan de Chinese president Hu Jintao ondertekend waarin zij het mensenrechtenbeleid van China veroordelen. Het is een initiatief van de organisatie Sports for Peace.

In de brief vragen de sporters, waarvan een groot deel meedoet aan de Olympische Spelen, de president zo snel mogelijk een vreedzame oplossing te zoeken met de Tibetaanse leiders. Ze vragen voor alle Chinese burgers vrijheid van meningsuiting en geloofsovertuiging. Daarnaast willen ze dat China verdedigers van mensenrechten niet intimideert of opsluit. Bovendien moet de doodstraf in China worden afgeschaft.

De brief wordt officieel gesteund door Amnesty International en de International Campaign for Tibet. Tot de ondertekenaars behoren de Nederlandse 800-meter loper Robert Lathouwers, de Kroatische wereldkampioene hoogspringen Blanka Vlasic, de Amerikaanse 400-meterloper Dee Dee Trotter en oud-atleten.

Een woordvoerder van Amnesty International verklaarde dat enkele atleten op het laatste moment hun steun aan de brief hebben ingetrokken. Als vandaag rode alarmfakkels worden afgestoken op bergtoppen over de hele wereld, rond de tijd dat de Spelen in Peking worden geopend, is dat een signaal dat bergbeklimmers genoeg hebben van de manier waarop China de Tibetaanse bevolking behandelt.

Twee Italiaanse bergklimmers organiseerden al een protest nadat de Chinese autoriteiten in maart hardhandig hadden ingegrepen tegen Tibetaanse demonstranten. Op 11 mei brandden op toppen op verschillende continenten fakkels.

Volgens Explorersweb hebben bergbeklimmers steeds meer last van Chinese repressie. Ze worden van allerlei routes geweerd, mogen geen satelliettelefoons gebruiken – cruciaal voor communicatie in het hooggebergte, komen Chinese scherpschutters tegen in de basiskampen, mogen niet met journalisten praten, en zien hun Nepalese en Tibetaanse assistenten gearresteerd worden. Via deze en ander websites wordt klimmers opgeroepen hun weerzin tegen de behandeling van de Tibetanen kenbaar te maken met rode rook, en de foto’s daarvan op te sturen.