Nederlanders hebben een horkencultuur

Straks, aan het eind van dit stukje, zal ik vertellen waarom Britten altijd grappiger zullen zijn dan Nederlanders. En waarom het dus altijd een vergissing zal blijven om humoristische programmaformules van de overkant te halen. Maar eerst het antwoord op de vraag waarom sommige mensen betere muzikanten zijn dan andere. Dat antwoord werd gegeven in Vanessa Mae: the making of me op BBC 1.

Vanessa Mae (1978) was een wonderkind op de viool. Volgens Guinness World Records was zij de jongste solist die de Beethoven- en Tsjaikovski-vioolconcerten opnam. Ze was toen 13 jaar. Ze is erg goed. Zij wil graag weten waarom ze zo goed is. Een prettig onbescheiden uitgangspunt. ‘Nature of nurture’ is de vraag. Wij volgen haar zoektocht langs de wetenschap.

Gelet op de Spartaanse opvoeding die ze heeft genoten, had ik meteen al mijn geld op nurture gezet. Ze is door haar maniakale moeder van school gehaald om verder thuis ‘onderwezen’ te worden (de leerplicht is zo gek nog niet). Thuis werd er viool gestudeerd. Op haar twintigste ging ze voor het eerst alleen naar buiten. Ze rekent ons voor dat ze tussen haar vierde en zestiende jaar 7.100 uur viool gestudeerd heeft. Dat is anderhalf uur per dag. Iedere dag. Twaalf jaar lang. Ze spreekt een hoogleraar die gespecialiseerd is in musical ability. Hij is een ferm gelover in nurture. Hij vertelt dat uit alle onderzoeken blijkt dat topmusici vóór hun zestiende levensjaar meer dan 5.000 uur instrumentstudie achter de kiezen hebben. Mae kan echter niet geloven dat iedereen die maar hard genoeg studeert, zo goed wordt als zij. En wij ook niet, want wij krijgen beelden te zien van hoe ze speelde toen ze tien was. En dat is something else.

Uit lichamelijk onderzoek blijkt dan dat Mae superoren heeft. Haar vermogen om uit drie tonen te horen welke de afwijkende is, valt buiten iedere schaal. Het gaat te ver om dat hier uit te leggen, maar dat vermogen is genetisch bepaald. Een stukje nature dus. Dan wordt Mae uitvoerig psychologisch getest waaruit blijkt dat ze een zeer competitieve perfectionist is. Een ideale combi. Dat studeert lekker lang, schijnt. Haar moeder scoort precies dezelfde waarden. 2-1 voor nature.

Ik vind troost in de documentaire, omdat ik nu weet dat al die muzieklessen die ik niet heb gehad, toch weggegooid geld zouden zijn geweest. Ik ben namelijk een relaxte sloddervos, zonder superoren. En mét vrienden.

Meteen daarna op BBC 2: Never Mind the Buzzcocks. Ook deze show prijkt hoog op mijn favorietenlijst, maar een bovengemiddelde kennis van het Engels is echt een vereiste. Want het is altijd een accentenfestival. Scenario: popquiz in de geest van Dit Was Het Nieuws. Grappige man in het midden. Vaste aangevers links en rechts, met wisselende gasten. Niet deze formule kopen, Reinout. Britten zijn gewoon geestiger dan Nederlanders. Ook als ze gast bij een quiz zijn.

Waarom? Omdat Britten (en dan niet die rare, dikke, witte Wallenverziekers, maar de nette) een schaamtecultuur hebben. De Brit zal zijn meningen, ervaringen of leed nooit met iemand delen. Te persoonlijk. Nederlanders hebben een horkencultuur. De Nederlander prijst de eerlijkheid van de man die op de vraag: „Hoe gaat het met je?” antwoordt: „Klote! Ik ben gister ontslagen wegens pornosurfen en m’n maîtresse heeft kanker.” De Brit antwoordt onder dezelfde omstandigheden dat alles fine is. En daar zit ’m de kneep, want waar hebben Britten het dán over met elkaar? Over niets dus! En dat noemen ze the art of conversation. Het is een steekspel van geestigheden, waaraan iedereen meedoet. Jong en oud. De flux de bouche, de bon mot en de jeu d’esprit zijn niet uitgevonden door een Fransman, maar door een Engelsman die niet over politiek of de ziektes van zijn familieleden wilde praten. Ze zijn erin getraind. Ze doen het overal en altijd. Iedere Brit is vóór z’n zestiende levensjaar meer dan 5.000 uur geestig geweest. Dat halen wij nooit meer in.

    • John Reid