Nabestaande mag dossier niet inzien

Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) wil een instelling voor geestelijke gezondheidzorg niet dwingen om inzage te geven in het medisch dossier aan nabestaanden van een man die daar vorig jaar zelfmoord pleegde.

Dat heeft Klink vorige maand per brief laten weten aan de advocaat van de instelling De Grote Rivieren in Dordrecht. De broer van de overledene kreeg vorig jaar in kort geding gelijk van de rechtbank in Dordrecht, maar daarop maakte de instelling bezwaar bij een speciale commissie van het ministerie van VWS.

Die commissie acht het niet verstandig het medisch dossier aan de broer te overhandigen. Klink heeft het advies van de commissie overgenomen. De broer van de overledene wilde precies van de instelling weten wat er aan de zelfmoord vooraf was gegaan. Hij is van mening dat de instelling fouten heeft gemaakt met betrekking tot de suïcide en meende daarover in het medisch dossier onderbouwing te kunnen vinden.

Een overweging van de commissie en Klink was dat de man die om openbaarmaking vroeg, „ten onrechte” niets heeft gevraagd aan de moeder van de overledene. Ook de patiënt heeft nooit toestemming gegeven voor inzage. Een woordvoerder van VWS stelt dat nabestaanden doorgaans „in goed overleg met behandelaars van de instelling” voldoende inzicht krijgen in de gebeurtenissen.

Klink stelt in zijn brief dat iemand ook na zijn dood recht heeft op privacy. Dat kan niet door familie, maar eventueel wel door hulpverleners worden doorbroken, stelt de minister in de brief aan de advocaat van De Grote Rivieren.

De commissie en Klink zijn ook bang dat instellingen minder snel een zelfmoord melden aan de Inspectie voor de Volksgezondheid als nabestaanden dossiers kunnen inkijken. „Hierdoor zou de inspectie ernstig belemmerd worden” in haar toezicht op de sector, aldus Klink.