Met vlooiensprongen de kust op

Wilt u naar Patagonië, de Zuidzee-eilanden, Bora Bora? Doen! Maar reis niet met velen, zo blijkt uit twee reisboeken.

Een albatros op het eiland Tristan da Cunha Foto internet Yellow-nosed Albatross (Diomedea chlororhynchos) nesting, Tristan da Cunha, South Atlantic Tui De Roy / Minden Pictures

Rudi Rotthier: De andere kant van de wereld. Een reis langs 31 Zuidzee-eilanden. Atlas, 320 blz. € 19,90

Gerrit Jan Zwier: Naar de rand van de kaart. Reis door Patagonië en langs Zuid-Atlantische eilanden. Atlas, 191 blz. € 18,50

De hedendaagse reiziger is niet meer gefascineerd door een langdurig verblijf op een verre bestemming. Het gaat om aantallen, om snelheid, om prestaties. In het reisboek Naar de rand van de kaart ontmoet Gerrit Jan Zwier leden van de Travel Century Club uit Amerika. Alleen als je honderd of meer landen hebt bezocht, mag je lid worden. En ben je eenmaal toegelaten tot die erehemel, dan wil je de hele door deze club vastgestelde lijst van 317 bestemmingen ‘afwerken’.

Het staat hier oneerbiedig, en zo beschrijft Zwier het ook. Een rijke, Amerikaanse dame mag zich een van de meest bereisde personen op aarde noemen. Zwier is er getuige van hoe ze dat doet: ze springt vanaf het landingsvaartuig op een afgelegen eiland en hup weer terug. Van een bezoek is geen sprake, het is eerder een vlooiensprong.

Zwier reist mee op een schip vol eilandgekken en fanatieke wereldreizigers. Hij bezoekt plekken op de kaart die al sinds mensenheugenis tot de verbeelding spreken: Patagonië, Vuurland, Trista da Cunha en het verijsde vulkaaneiland Bouvetøya, ver weg in de Zuid-Atlantische Oceaan. Afgezien van eigen wederwaardigheden is zijn reisboek vooral een verslag van zo’n groepsreis, waarvan de leden onderling behoorlijk aan het steggelen slaan. Beklimt een van de Century-mensen een vulkaan en staat hij oog in oog met de stille krater van Tristan, dan mompelt de Century-hater van het gezelschap: ‘De dode krater van zijn ziel’.

De Vlaamse journalist Rudi Rotthier schrijft in een boek met een vergelijkbaar opwindende titel De andere kant van de wereld ook volop over de honderden mensen met wie hij optrekt. Hij bezoekt, evenals Zwier, plekken die buitensporig verlokkelijk zijn: Paaseiland, Tahiti en Bora Bora in Frans-Polynesië, Bougainville op Papoea-Nieuw-Guinea of het feodale koninkrijk Tonga, ook wel de ‘Vriendelijke Eilanden’ geheten. Elke bestemming laat Rotthier voorafgaan door een tabel met wetenswaardigheden als Status, Leuze, Volkslied, Geschiedenis, Economie, Inkomen, Onderwijs, Internet en Religie.

Voor wie opgegroeid is met de reisverhalen van Cees Nooteboom, in de jaren zestig gebundeld als Een nacht in Tunesië of Een ochtend in Bahia en nu opgenomen in de prachtige, rijke verzamelbundel Verleden als eigenschap, moet wennen aan reisboeken als van Zwier en Rotthier. Reizen, zoals Nooteboom dat deed, was een eenzaam avontuur en de boeken die eruit voortkomen zijn verslagen van een scherp, poëtisch waarnemer.

Nootebooms individuele blik ontbreekt in Naar de rand van de kaart en De andere kant van de wereld. De stukken van Rotthier zijn eerder als reisreportages gepubliceerd in het Belgische dagblad De Morgen. Het zijn vooral sociologische portretten van de eilandbewoners. Hij laat de schaduwzijde zien van deze paradijselijke eilanden. De staatsgrepen en coups op Fiji beschrijft Rotthier met gevoel voor drama. In het slothoofdstuk concludeert hij dat op Polynesië de ‘levende cultuur zo goed als uitgeroeid’ is.

Politiek getint is Zwiers boek niet, het is eerder de weergave van onderlinge groepsrivaliteit. Als lezer moet je in deze anekdotes vol onmin geïnteresseerd zijn. Mooier zijn de passages waarin Zwier zelf aan het woord komt en de Antarctische wereld beschrijft met zijn fauna en ontdekkingsgeschiedenis. Zwier betoont zich, op een andere manier dan Rotthier, ook teleurgesteld. Zo heet het over Patagonië: ‘Als vakantieplek had het mij een handvol aardige dingen geboden, maar niet als oord van ontdekkingen. Als toerist kom je al snel in een tredmolen terecht, een voorgekookt programma waarbij je met zachte hand van de ene attractie naar de andere wordt geduwd.’ We zijn ‘gemankeerde’ reizigers, ‘pseudotoeristen’, noteert Zwier nogal bits.

Twee boeken over de mooiste plekken op aarde, en in beide zit een ondertoon van gemis. Rotthier en Zwier koesteren dromen die niet uitkomen; misschien doen ze er goed aan het reizen anders aan te pakken, zoals Nooteboom: met open blik zonder toeristische verwachtingen.

    • Kester Freriks