Lonmin makkelijke prooi voor Xstrata

Mick Davis is niet bij Xstrata gekomen om vrienden te maken. De Zuid-Afrikaanse topman van het Brits-Zwitserse mijnbouwconcern heeft een zeer vijandig bod gelanceerd op de platinadelver Lonmin, die aan de Londense beurs genoteerd is. Xstrata heeft de raad van commissarissen van Lonmin volledig buiten spel gezet. Hij is met zijn bod van 10 miljard dollar (6,6 miljard euro) aan contanten rechtstreeks naar de aandeelhouders gegaan en heeft tegelijkertijd 8 procent van de aandelen opgekocht.

Deze tactiek past bij een beruchte bedrijvenopkoper. Davis heeft Xstrata laten groeien via een reeks hevig betwiste deals, waarbij het Australische MIM in 2003 en het Canadese Falconbridge in 2006 werden opgekocht. Hij lijkt nu te geloven dat het onderhandelen met de raden van commissarissen van zijn doelwitten tijdverspilling is. Nu de metaalprijzen zeer veranderlijk zijn en bedrijfsbesturen vrezen dat ze niet het onderste uit de kan zullen halen, heeft de topman van Xstrata waarschijnlijk gelijk.

Lonmin is bovendien kwetsbaar. Het concern slaagt er bij voortduring niet in zijn productiedoelen te halen en wordt al zes jaar geplaagd door problemen bij zijn voornaamste hoogoven. Xstrata denkt een einde te kunnen maken aan de operationele tekortkomingen die de beurskoers van Lonmin hebben gedrukt, om ten volle te profiteren van Lonmins grote voorraden in het Zuid-Afrikaanse Bushveld-complex en van de hoge platinaprijzen.

Die prijzen kunnen nog wel eens verder omhooggaan. Platina is zeldzaam en er is veel vraag naar uit de auto-industrie. Ondanks de vervijfvoudiging van de prijs sinds 2000 overtreft de vraag nog steeds het aanbod. Het is moeilijk en gevaarlijk om platina uit de grond te halen, en elektriciteitsstoringen leggen de productie dikwijls lam.

Lonmin zal deze aanval niet makkelijk kunnen afslaan. Het is zonder meer een opportunistische manoeuvre, tegen een lagere koers dan die van twee maanden geleden. Maar de raad van commissarissen van Lonmin, onder leiding van president-commissaris Sir John Craven, geniet weinig goodwill onder de aandeelhouders. Volgens ingewijden waren diverse institutionele beleggers al ongelukkig met de vermeende onwil van het bestuur om tegen welke prijs dan ook te verkopen.

Ook is niet duidelijk wie er als redder in de nood zou kunnen optreden. De aan de Londense beurs genoteerde reuzen BHP Billiton en Rio Tinto zouden moeite hebben om uit te leggen waarom ze in een bedrijfstak stappen die bekendstaat om zijn frequente ongelukken. Anglo-American zou kunnen stuiten op de mededingingsautoriteiten en het Braziliaanse Vale geeft er wellicht de voorkeur aan voorlopig af te wachten, om vervolgens alsnog toe te slaan en te proberen Xstrata in zijn geheel over te nemen. Nu Lonmin over weinig alternatieven beschikt, lijkt de branie van Xstrata de doorslag te zullen geven.