In Kyriat Anavim is het zwembad geprivatiseerd

In de negentig jaar oude kibboets Kyriat Anavim komen tegenwoordig ouderen voor hun rust en trekken jongeren weg. Het collectivistische ideaal is uit de tijd. Een enkeling hoopt nog tegen beter weten in.

In Kyriat Anavim is het zwembad geprivatiseerd Illustratie Eliane Duvekot Duvekot, Eliane

Doodstil is de revolutie op ‘Kyriat Anavim’. Je ziet er niets van, ook niet als je heel goed om je heen kijkt op de groene heuveltop langs de snelweg tussen Tel Aviv en Jeruzalem. Alles is er hetzelfde als tien, twintig of zestig jaar geleden, zeggen de bewoners. Samen werken op het land, samen eten in de eetzaal, op vrijdag samen de straten schoonvegen.

Maar kijk eens naar Vivian Abrahams, de Zuid-Afrikaanse manager van de kantine. Hij heeft grote plannen met de troosteloze zaal, de keuken en het aangrenzende supermarktje. Hij wil de kantine omvormen tot een groot cateringbedrijf. Als het van de bewoners mag, bromt hij, want kibbutzniks houden niet erg van de vooruitgang. „Het is nu nog inspraak, inspraak, inspraak. De dictatuur van de meerderheid, zeg ik je. Tijd dat daar verandering in komt.”

Of neem Sergio Onik, de geboren Argentijn die leiding geeft aan de fabriek op de top van de heuvel. ‘Coördinator’ was zijn functie, geheel in stijl met de gelijke-monniken-gelijke-kappenfilosofie van Kyriat Anavim. Sinds een jaar heeft Onik visitekaartjes waarop ‘directeur’ staat. „Je hebt twee soorten kibboetsen”, zegt hij in zijn kleine kantoortje. „Er zijn er die alles bij het oude laten en langzaam ten onder gaan. Maar je hebt er ook die voor vernieuwing kiezen. Ik hoop dat wij bij die groep kunnen aansluiten.”

Kyriat Anavim (‘stad van druiven’) is een van de oudste kibboetsen van Israël. negentig jaar geleden vestigde zich een groep Oekraïense joden op de heuveltop. Het was de tijd van de opkomst van het socialisme en het zionisme. De stichters van de eerste kibboetsen combineerden die twee en stichtten in het Heilige Land, onder toeziend oog van de Britse heersers, collectieve leef- en werkgemeenschappen. Meestal waren de kibboetsen seculier.

Sinds de stichting van de staat Israël heeft de overheid de kibboetsbeweging altijd ondersteund. De eerste premier van Israël, David Ben Gurion, woonde zelf in een kibboets in de Negevwoestijn. Hij zag in de beweging de voorhoede van het zionisme. Van oudsher mogen kibbutzniks op voordeeltjes rekenen, zoals lage belastingtarieven en goedkope leningen.

Zoals vrijwel alle kibboetsen legden de bewoners van Kyriat Anavim zich vanaf het begin toe op de landbouw. Niet dat met groente verbouwen en druiven telen veel geld te verdienen was. De kurkdroge grond is er niet eens geschikt voor, zegt Sergio Onik. Het had vooral te maken met een zionistisch ideaal dat de bewoners dreef: het land Israël weer tot bloei brengen. De kibboets bezit nog altijd foto’s uit de beginjaren: jonge mensen die, trots poserend, een schep in de grond steken. De stad van druiven werd naar socialistisch model gebouwd. De eerste bewoners besloten dat bezit, zoals hun huizen, in principe collectief is. De mensen werken voor de kibboets en leveren hun inkomen in. In ruil daarvoor zorgt de kibboets voor zijn inwoners.

Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 en de Zesdaagse Oorlog van 1967 was het gebied rondom de kibboets het toneel van zware gevechten. De onder Britten en Arabieren beruchte Haganah, de zionistische militaire organisatie, had er al in de jaren ’40 een basis. De betonnen schuilplaatsen tegen bommen en granaten staan nog langs de kant van de weg. In een steen bij de fabriek van Sergio Onik is een spreuk uit het bijbelboek Jesaja gehouwen, die gezien de bloedige historie wat vreemd aandoet: ‘Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen.’

Kyriat Anavim is in negentig jaar uiterlijk niet veel veranderd. Een slingerpad langs de heuvels leidt naar een klein dorpje, waar 400 mensen wonen. Iets hoger ligt een parkje met een zwembad, waar de jeugd van Jeruzalem in het weekend naartoe gaat. Op de top van de heuvel ligt een gigantische loods, waarin de fabriek van Onik zit. Er zit ook een siliconenfabriek, maar die is een stuk kleiner. Oniks bedrijf Anavit is het grootste, en als enige winstgevend. Zeventig bewoners van de kibboets maken onder zijn leiding isolatiemateriaal voor waterleidingen.

In het centrum van het dorp ligt de kantine van Vivian Abrahams. Van binnen ziet het nog precies uit als op de foto’s uit de jaren twintig: een zaal met lange tafels. Voor de ingang laat Tzorat Zlotski haar hond uit. „Elke dag zag ik de kibboets als ik in de file stond, op weg naar mijn werk in Jeruzalem. Het zag er zo vredig uit, en ik wilde altijd al voor mijn kinderen buiten de stad wonen.” Zeventien jaar geleden verhuisde de familie naar Kyriat Anavim. Haar man is nu bewaker op het terrein. „Het is één grote familie. Iedereen helpt elkaar.”

Grote familie of niet, Kyriat Anavim vergrijst overduidelijk. Onder jongeren is de collectieve leefgemeenschap niet meer populair. Buitenlandse scholieren blijven al twintig jaar weg. De meeste nieuwe inwoners zoeken er de rust. Maar veel van hun kinderen gaan weg zodra ze kunnen. Het echtpaar Abrahams heeft twee kinderen die nog in de kibboets wonen. Dat mag je een wonder noemen, zegt Chava Abrahams in haar kleine huis. „De meeste jongeren trekken weg, naar Tel Aviv met name.” Waarom? „Omdat de kibboets iets van hun ouders is. Het is verbonden met hún waarden, hún manier van leven. Iedere jongere wil zich daar vroeg of laat tegen afzetten.”

Bovendien sluiten sommige leefregels niet aan op die van jongeren. Chava Abrahams: „Ik hang nu de was op, omdat vrijdag schoonmaakdag is. Ik moet tot mijn 65ste werken in de bibliotheek en mijn inkomen afdragen aan de gemeenschap. Het huis is niet van ons, maar van de kibboets. Voor ons is het prima, maar jongeren willen hun eigen huis en hun eigen geld.”

Het bewonersaantal van Kyriat Anavim is vrijwel stabiel, maar de meeste kibboetsen van Israël lopen leeg. Volgens recente cijfers wonen ongeveer 117.000 Israëliërs in een collectieve gemeenschap, nog geen 2 procent van de bevolking. Dit percentage is overigens meestal niet hoger dan 5 geweest.

Het socialistische gedachtegoed van de kibboetsbeweging dreef de zestiger Sergio Onik dertig jaar geleden uit Argentinië naar Israël. Hier, zegt de fabrieksdirecteur, „vind je precies de eigenschappen die Israël op het moment zo mist. Wij dragen nog gemeenschapszin uit, iets dat ons land groot heeft gemaakt. Een eiland van solidariteit en eenheid, dat zie ik in de kibboets. Een plek van hoogstaande morele waarden. De eerste inwoners hebben, ondanks alle tegenslagen, de plek niet verlaten. Dat vind ik heel inspirerend.” Onik steekt een sigaret op en wandelt door zijn fabriek. In een grote hal persen machines lange slierten rubber. De slierten worden op maat gesneden en in dozen verpakt. Iedere week worden er 10.000 dozen verkocht.

In 1985 besloten de inwoners van Kyriat Anavim de fabriek te bouwen. Daar gingen wel maanden van lange discussies aan vooraf: isolatiemateriaal is niet het eerste dat de romantici voor zich zagen bij het werken in het Heilige Land. Aan de andere kant: er moet ook geld verdiend worden. Jaarlijks komt er bijna 6 miljoen euro de kibboets binnen. Van dat geld moeten de 400 inwoners leven, de wegen moeten worden onderhouden, maar de fabriek moet er ook mee draaiende worden gehouden.

„De fabriek redt ons nog”, zegt Vivian Abrahams. „Alleen daar komt nog voldoende geld van binnen. We hebben op dit moment grote geldzorgen. Maar omdat de banken ons kibboetsen gunstig gezind zijn, krijgen we met gemak leningen tegen bijna geen rente.”

Abrahams droomt ervan de kantine om te vormen tot restaurant annex cateringbedrijf. Maar het lukt niet, zegt hij. Hij is er somber van geworden, van het conservatisme in de kibboets. „Als het zo doorgaat, gaat het me niet lukken. Ik wil ondernemen, geld binnenbrengen.” De kibboets beslist alles collectief. Abrahams: „Tien Joden, vijftien commissies. Na veel praten kreeg ik geld om goede koks aan te stellen. Maar nu heb ik geweldige koks die alleen maar koken voor de inwoners. Ik heb meer geld nodig om verder te bouwen, maar dat begrijpen ze hier niet.”

Maar de vooruitgang is niet tegen te houden, zegt Abrahams. Vorig jaar besloten de inwoners het zwembad te privatiseren, omdat het te duur was. Men praat over particulier huizenbezit. Het gemeenschappelijke ontbijt is afgeschaft, en inwoners zullen voor hun eten moeten betalen. En, belangrijker: het krijgen van een eigen salaris is sinds kort toegestaan. Dat betekent dat inwoners een vast aandeel in de kibboets storten, maar meer geld mogen verdienen. De meeste kibbutzniks werken tegenwoordig niet in Kyriat Anavim, maar in Jeruzalem.

Dit is een reuzenstap in de egalitaire kibboetswereld, zegt Sergio Onik. „Het gevaar is dat er een lokale elite ontstaat. Maar het is echt nodig om de kibboets aantrekkelijk te houden voor jongere generaties. We kunnen niet alleen maar vast blijven houden aan de idealen van negentig jaar geleden.” Vivian Abrahams, zuchtend: „Er is maar één gevaar, en dat is dat we door armoede ten onder gaan aan jaloezie en tweespalt. We moeten onszelf opnieuw gaan uitvinden en meer durven ondernemen. We hebben geen keuze.”

Voor de vorige afleveringen van deze zomerserie over de economie van het dopr zie nrc.nl/economie

    • Guus Valk