Hitlers droomcollectie

Hitler droomde van een eigen museum. Zover is het nooit gekomen. Wel staat de ‘Linzer Sammlung’ – een verzameling door nazi’s geroofde en gekochte kunst – sinds kort online.

Carl Spitzweg, De Vlindervanger

In het Oostenrijkse Linz moest na de oorlog het ‘Führermuseum’ komen, met een deels door Hitler zelf samengestelde collectie. De kunstverzameling is nu virtueel gereconstrueerd op de site van het Duits Historisch Museum in Berlijn. De collectie van 4.731 werken geeft een uniek beeld van de nazi-kunstvoorkeur en vormt een nieuwe bron van onderzoek. Maar de onlineverzameling, in feite een databank, wil meer zijn. Volgens de samenstellers is het een inventarisatie die hulp kan bieden om roofkunst terug te bezorgen bij de rechtmatige eigenaren of hun erfgenamen.

Angelika Enderlein, Monika Flacke en Hanns Christian Löhr melden in een begeleidend schrijven bij de verzameling: „De gegevens in deze databank kunnen het samen met andere documenten mogelijk maken (...) objecten te identificeren die als beslagname gelden. Bovendien gunt de collectie wetenschappers een blik op kunstwerken die na 1945 weer in privébezit zijn teruggekeerd en sindsdien niet meer in het openbaar zijn tentoongesteld”.

Zeventien Rembrandts, twee Vermeers, een uitgebreide verzameling Canaletto’s, twintig doeken van Rubens, werk van Jacob en Salomon Ruysdael, veel schilderijen uit de Duitse en Oostenrijkse romantiek en soldatenheroïek uit het genre van Von Pettenkofen: het is slechts een selectie van de meer dan 4.700 kunstobjecten die ooit door de dictator en zijn trawanten zijn vergaard. Daaronder ook beelden, wandkleden, meubels, boeken en munten.

Voor zijn museum trok Hitler destijds 130 miljoen Reichsmark uit. Volgens kunsthistoricus Hanns Christian Löhr zou het Führermuseum „in de eredivisie van de Europese musea” zijn beland. Löhr, van het standaardwerk Das braune Haus der Kunst, zei tegen Der Spiegel: „Hitler wilde van alles het beste hebben”. Veel van de geroofde en gekochte kunstwerken van de ‘Linzer Sammlung’ zijn na de Tweede Wereldoorlog terugbeland bij de oorspronkelijke bezitters. Maar niet alles. Van het deel van de Hitler-collectie dat na ’45 in staatshanden kwam, zou volgens Löhr minstens tien procent onrechtmatig verworven zijn.

Adolf Hitler, mislukt als kunstschilder – voor de Weense kunstacademie werd hij afgewezen – heeft het fundament voor zijn verzameling zelf gelegd. Hij bracht enkele honderden doeken in; veelal van Duitse en Oostenrijkse kunstenaars uit de negentiende eeuw, een door hem geliefde periode in de schilderkunst. Zoals bijvoorbeeld het honingzoete schilderij De vlindervanger (1840) van Carl Spitzweg. Van deze romanticus met biedermeierstijl hadden in Linz uiteindelijk meer dan veertig doeken moeten hangen.

In 1939 delegeerde Hitler zijn ambities aan dr. Hans Posse, die het zwaartepunt van de collectie verlegde van Duitse romantiek naar vroeg-Duitse werken en Nederlandse en Italiaanse meesters. Posse was een gerenommeerde kunstkenner; hij professionaliseerde Hitlers amateurische aanpak. Met het administratieve beheer van de verzameling hielden zich vier hoge nazi’s bezig, onder wie SS-chef Heinrich Himmler.

Uit alle delen van de door de Duitsers bezette gebieden kwamen in de loop van de oorlog kunstwerken naar Posse en zijn opvolgers. Van de 4.731 objecten zijn er volgens het Duits Historisch Museum zo’n 3.200 via kunsthandel of particulieren verworven. De rest is geroofd of door dwangverkoop verkregen. Overigens bestaat bij álle door de nazi’s aangeschafte werken de mogelijkheid dat ze onder dwang van de hand zijn gedaan, meestal door joden die met de dood werden bedreigd. „Geen enkele aankoop kan als ‘zuiver’ worden aangeduid”, aldus het museum.

Met grote nauwgezetheid legde Hitlers culturele zetbaas Posse in 32 albums vast wat er aan kunst binnenkwam. Een twintigtal overgebleven albums vormt samen met een Amerikaans kaartregister uit de naoorlogse jaren het hart van Hitlers virtuele kunstverzameling. Alles komt in de databank bij elkaar: foto’s van de objecten, de exacte omschrijvingen, de cartotheek die de bevrijders van de verzameling maakten.

Het Duits Historisch Museum zegt zich ervan bewust te zijn dat de databank niet volledig is en dat Hitler mogelijk meer werken in zijn verzameling heeft gehad. Het museum is op zoek naar informatie hierover. Omdat de onlinecollectie een duidelijke functie heeft bij het opsporen van roofkunst, „wordt rechthebbenden verzocht contact op te nemen”.

Het virtuele Führermuseum: dhm.de/datenbank/linzdb

    • Joost van der Vaart