Hier is alles, hier hoef je nooit weg

nrc.next-redacteuren nemen de bus, trein, tram of metro. En stappen uit bij een eindhalte ergens in Nederland.

Vandaag: Flevoland, op naar het utopia in de polder.

Een droomstad. Waar kinderen veilig op straat spelen en werkloosheid niet bestaat. De stad der stedenbouwkundigen. Een stad die voldoet aan alle sociale en culturele eisen. De bekroning van het Zuiderzeeproject. Utopia in de polder.

Stationsplein Lelystad: Sociale Dienst rechtdoor. Het eerste bordje dat je tegenkomt, voor wie vanuit de stationshal Flevolands hoofdstad begroet.

Al in de trein bleek waarom. Een halflege trein vanaf Amsterdam CS, een vrijwel lege trein vanaf Almere Centrum en een laatste briesje mens dat per trein Station Lelystad Centrum, eindpunt van de Flevolijn, bereikt. Het Utopia dat planologen begin jaren ’50 voor ogen hadden, is hier nooit verwezenlijkt. De bevolkingsgroei werd gestaag weggekaapt door Almere – het lag dichter bij de Randstad. Lelystad bleef onthand, werkloos, verpauperd achter.

Maar een tegenoffensief is ingezet. Op het plaatselijke VVV-kantoor overstelpt de gemeente haar bezoekers met folders over wijken als Hanzepark en Warande, synoniem voor ‘groen’, ‘water’, ‘rust’ en ‘ruimte’. Wijken in ontwikkeling, die de onlangs ingezette groeispurt moeten doen versnellen.

De vrouw achter de balie toont een magazine. Dik papier, het glimt. Op de cover: ‘Golf- en Countryclub Buitenhof. Wonen op een lifestylepark. De bouw is gestart!’ Ze glimlacht, kijkt me aan en zegt: „Hier hoef je nooit meer uit. Hier heb je alles.”

Zou Utopia dan toch bestaan?

De bus stopt in het open veld. Weids polderlandschap. Links een rij kaarsrechte bomen, rechts de aanblik van een windturbinepark. In de verte klinkt gehei.

Achter de snelweg ligt een stuk land, omringd door bomen en een slotgracht. Een grijparm vereffent de oevers van een kunstmatig aangelegde vijver. Zandheuvels tekenen de contouren van de golfbaan. In het midden, opnieuw door een slotgracht omgeven, liggen huizen. Ruim opgezette villa’s in aanbouw. Doorkruist door een lange oprijlaan die leidt naar een groter complex. Het clubhuis.

De strikte toegang, één poort, verraadt een gated community: een afgesloten woongemeenschap zoals we die in Amerika en Zuid-Afrika al jaren kennen maar in Nederland nog nauwelijks voorkomt. Veelal bewaakt, niet altijd. Vaak met voldoende voorzieningen om de buitenwereld op voldoende afstand te houden.

Links van de poort staat een bouwkeet. In de bouwkeet een maquette. Tennisbanen, een golfpark, een zwembad en een jachthaven. Het clubhuis heet cottage en er is keuze uit vijf type woningen in de stijl van romantisch koloniaal. De huizen heten Florida, Georgia, Carolina, Mississippi en Tennessee en lijken op de huizen die we (veelal in omgewaaide toestand) kennen van de televisie als het orkaanseizoen in de VS weer is begonnen.

Een labrador springt gretig op me af. Een warme, ietwat oudere vrouw met blauwe ogen, donkerbruine pony en idem jurk kijkt vanuit het bijkeukentje toe. Ze lacht. De hond heet Bacchus. Het is de bedrijfshond, vertelt ze. Zelf heet ze overigens Marjan. Ze is de makelaar en is open voor publiek. „Zal ik koffie zetten?”

Marjan verkoopt gezelligheid. Geen huizen. Want ook de opdrachtgever straalt warmte uit. Het is hun kindje. Dus zochten ze iemand die de zorg met hen kan dragen. Geen gladjakker met een dikke bak. „Het moet hier aanvoelen alsof je een warme deken over je heen krijgt.”

Evenwichtig loopt ze langs de maquette. „Een totaalconcept.” Haar arm gracieus zwaaiend boven het schaalmodel. „Dit is uniek: 490 huizen, bos, fysio, appartementen. Een zorghotel. Beetje varen, geen zorgen over de tuin en een klussenbaas in grote stofjas met een golfkar vol gereedschap. Die kan voor jou zo een paar spijkers in de muur slaan, voor een schilderijtje.”

Ze wijst: „Hier komen oude bomen. Daar een geluidsscherm van zeven meter. En daar, rechts, gecultiveerd landschap met een herder en wat schapen.” Een intense blik: „Zoiets moois heb jij nog nooit gezien, jongen.”

Natuurlijk, je kunt hier golfen, maar het hoeft niet. Sterker nog: de meeste geïnteresseerden hebben helemaal niets met golfen, vertelt ze. „Veel belangstelling komt van vijftigplussers die hier hun oude dag willen slijten. Ze willen een kleiner kavel met een tuinman.”

Maar ook tweeverdieners en gezinnen hebben al interesse getoond. Van de vijftien verkochte huizen zijn er zelfs twee gekocht door een gezin met jonge kinderen. Marjan kijkt er niet raar van op. „Vanaf 320 duizend euro heb je hier een huis. In het park komen standaard drie beveiligingspunten met camera’s die auto’s registreren die hier niet horen. En als je wilt dat iemand tweemaal per dag je huis in de gaten houdt, dan kan dat. In Amerika barst het van zulke parken.”

De deur slaat open. De hond bespringt een ouder echtpaar, Marjan maant Bacchus tot rust.

Man (wit poloshirt): „Heet-ie Bacchus? Dan komt-ie uit de kroeg!”

Vrouw (gestreepte driekwartsbroek): „Ha, wij hebben zelf ook drie honden.”

Het echtpaar, Ruurd en Marie-José, kwam toevallig langs. Ruurd pakt een golfballetje, Marjan geeft hem een doosje.

Marie-José: „Mijn man is dol op de Mississippi.”

Ruurd: „Dan hoeven we de trap niet meer op.”

Marjan: „En u bent nog zo jong.”

Ruurd: „Maar het terrein is openbaar hè?

Marjan: „Ja, maar we hebben wel een camerasysteem.”

Ruurd: „In Amerika hebben ze een mannetje bij de poort.”

Marjan: „Zover zijn we in Nederland nog niet hè.”

Ruurd: „We zijn het hier nog niet gewend. Maar de mensen vinden het wel fijn.”

Marie-José: „Mogen we de huizen zien?”

Met een glanzend witte helm op stapt het echtpaar in hun SUV. Ruurds eigen bouwbedrijf heeft hij onlangs verkocht, de kinderen zijn de deur uit en ze wonen veel in Frankrijk. Een luxepark als dit – met minder tuin en ‘een stukje meer beveiliging’ – is dan zo gek nog niet. Ruurd: „Voor het golfen doen we het niet.”

De SUV scheurt over het terrein, Marie-José wijst naar de parkeerplaats, maar Ruurd schudt nee. „We hebben toch niet voor niets four wheel drive?” Aangekomen bij de huizen zet een bouwvakker de muziek zacht en klopt Marie-José op de houten veranda. „Teak?”

„Geen teak.”

Ook Ruurd klopt wat in het rond: „Houtskeletbouw.” Even verderop: „Goed geïsoleerd.” Als het echtpaar het terrein verlaat, staat voor het makelaarskantoortje alweer een volgende SUV gereed.

Op de terugweg sla ik een crèmekleurige folder open: het ‘Keuzepalet’, over het serviceaanbod van golfresort Buitenhof. Gedachten dwalen af. Hoe zal een kind hier opgroeien?

Met hulp van het kraamzorgarrangement zal het in Buitenhof veilig ter wereld komen. Het borstvoeding- en kolfspreekuur, de troostkoffer en de oppasservice doen de rest. Daarna is het tijd voor sociale vaardigheidstraining, voor opvoedingsondersteuning en happy weight kids.

Op straat zal het zich veilig voelen: dankzij de beveiligingspunten en het Domotica Veilig Woonpakket wordt elke indringer tijdig geregistreerd. Ook kan de jonge bewoner volop zwemmen, golfen, fitnessen en tennissen, is er een haven en een restaurant, krijgt de puber huiseducatie en kook- en boetseerlessen en zal die al snel feilloos kunnen bridgen.

Later mag de bewoner overstappen op happy weight voor volwassenen en is er een belastingconsulent voor de lastige zaken. De kledingservice aan huis, was- stoom en strijkservice, kleding- en schoenenreparatie, huisdierenservice en boodschappenbezorgdienst maken het leven een stuk aangenamer.

Ramen worden gezeemd, de schoorsteen geveegd, de afvalcontainer geleegd. Op latere leeftijd begeleiden een overgangsconsulente, een professioneel organizer en de club Lekker eten met diabeten de bewoner naar een mooie oude dag.

Een leven zonder zorgen. Toch even wat anders? Bel dan de Vakantieservice, voor post en planten, en ga er even lekker tussenuit.

    • Freek Schravesande