Het heeft me aan het denken gezet

Simon Vroemen (39) is atleet en plaatste zich onverwacht voor de Olympische Spelen.

Nog onverwachter kwam daarna het telefoontje dat hij positief werd bevonden.

Foto Lars van den Brink Simon Vroemen Brink, Lars van den

Sprookjes lopen soms slecht af. Dat weet atleet Simon Vroemen (39) inmiddels ook. Ruim vijftien jaar lang behoorde hij tot de wereldtop op de steeplechase: 3.000 meter lopen met horden en waterbak. Hij werd twaalf keer Nederlands kampioen, tweede op het Europees Kampioenschap in 2002, zesde op de Olympische Spelen in 2004, en hij is nog altijd Europees recordhouder (8.04.95, gelopen in 2005). Onverwachts plaatste Vroemen zich begin juni, terwijl hij al was gestopt met internationale wedstrijden, voor de Olympische Spelen in Peking. De laatste stunt van een wereldtopper, zo leek het. Maar het liep anders. In juli werd in zijn urine een minimale hoeveelheid van de verboden spierversterker Dianabol gevonden. Weg droom, weg reputatie.

Hoe hoorde je dat je op doping was betrapt?

„Ik kreeg een telefoontje op mijn werk, het Duitse energiebedrijf RWE in Hamburg. Het was Herman Ram van de Nederlandse Dopingautoriteit. Of we even een serieus gesprek konden voeren. Dan weet je het wel. Ik heb in mijn loopbaan honderden controles gehad maar je bent altijd bang voor dit ene telefoontje. Al deed Herman het heel netjes. Hij bleef rustig, stelde me gerust, legde alles uit.”

Hoe reageer je op zo’n mededeling?

„Ik was aan de grond genageld. Ik dacht: ik zit diep in de shit. Ik besefte direct dat dit gevolgen kon hebben voor mijn deelname aan de Spelen. De dopingregelgeving is zó dichtgetimmerd. Als ze ook maar iets vinden, ben je er geweest. Die strijd win je nooit. Ik heb me ziek gemeld, ben in de auto gestapt en naar huis gereden. Ik heb een paar nachten zeer slecht geslapen, keek enorm tegen de dag op. Je mag het gerust een depressie noemen. Ik heb tijdens mijn loopbaan weleens gedacht: wat nou als mij zoiets overkomt? Maar van de werkelijkheid kan je je geen voorstelling maken. Het voelt alsof je in een droogtrommel zit en met 120 toeren per minuut wordt rondgeslingerd. Ineens zit je in een circuit van media, advocaten en publieke opinie.”

Je zegt dat je niet bewust doping hebt gebruikt.

„Dat heb ik ook niet. Ik kende die hele stof niet. Het eerste wat ik deed, was het googelen op internet. 90 procent van de sites over Dianabol ging over bodybuilders, en er waren wat sites over Dianabol en veehouderij. Het is vooral nuttig voor krachtsporters. Het is ook nog eens tot negen maanden na inname traceerbaar dus het zou niet slim zijn om het te gebruiken. Ik had deze uitslag ook nooit verwacht. Op 11 juni liep ik in Cottbus de limiet voor de Spelen. Daarna heb ik zelf een dopingcontrole aangevraagd om die tijd geldig te krijgen als kwalificatie voor de Spelen.”

Hoe komt het dan toch in je lichaam?

„Ik weet het niet. Begin dit jaar had ik de ziekte van Pfeiffer en heb ik veel Chinese kruidenthee met ginseng gedronken. Misschien is dat vervuild geweest. En ik ben onnauwkeurig geweest met het gebruik van vitaminen. Ik heb gewoon multivitaminen uit de supermarkt gebruikt. Onverstandig. Maar ja, ik was immers gestopt. Misschien ben ik naïef geweest. Vroeger was ik altijd heel voorzichtig, leefde ik als een topsporter. Gebruikte ik bijvoorbeeld alleen voedingssupplementen die uitgebreid getest en goedgekeurd waren, en die je via een speciale internetsite kon bestellen.”

Je uitleg werd niet geaccepteerd door de dopingautoriteiten.

„Het ging bij mij om een minimale hoeveelheid. Maar Dianabol is nu eenmaal een lichaamsvreemde stof. Iets daarvan in je lichaam betekent dat je positief bent. Dit dopingsysteem sabelt iedereen neer die de schijn tegen heeft. Het is een soort machtsvertoon waarbij keihard wordt opgetreden om doping uit te bannen. Het belang van individuele sporters telt niet; dat wordt geslachtofferd voor het grotere belang dat schone sport heet. Het zou beter zijn als er een hele lage concentratie wordt toegestaan. Dat je niet meteen positief bent als je per ongeluk een vervuild voedingssupplement hebt genomen.”

Je hebt tijdens de EK in 2006 een vochtinfuus gekregen om een voedselvergiftiging te bestrijden. Ook dat was in strijd met het dopingreglement.

„Dat infuus was niet verboden, het ging om een medisch noodzakelijke ingreep bij een zieke patiënt. De regels verbieden dat helemaal niet. Het is een opgeblazen zaak.”

Je bent geschorst door de Nederlandse atletiekunie. Hoe nu verder?

„Ik heb even helemaal geen zin meer in lopen. Normaal loop ik zes dagen in de week, nu nog maar eens in de twee, drie dagen. Vaak houd ik het na een half uurtje voor gezien. Het ambitieuze is er wel van af. Maar het heeft me ook aan het denken gezet. Ik word nu gedwongen definitief te stoppen en misschien is dat wel goed. Ik betwijfel of ik die keuze ooit zelf had kunnen maken. Het is moeilijk als sporter geen doel te hebben. Ik hoop dat ik in de toekomst als Gerard Nijboer (oud-marathonloper, red.) kan worden. Die loopt elk weekend 2,5 uur, maar hij loopt nooit meer bij een evenement. Als je in je eentje in de bossen bij Uffelte kan genieten van lopen, dan ben je goed bezig.”

Even terug naar het verleden. Je was toch al gestopt in 2006?

„Dat is een misverstand. Ik was gestopt met internationale steeplechasewedstrijden, maar niet met lopen. Als topsporter leef je in een harnas. Je bent het hele jaar gefocust op wedstrijden. Iedereen verwacht wat van je, iedereen houdt je in de gaten. Mentaal ben je er dag en nacht mee bezig. Dat vergt veel. Toen ik besloten had geen internationale wedstrijden meer te lopen, kon ik eindelijk dat harnas van me afwerpen. Maar ik heb het officiële afscheidsprotocol van de internationale en de Nederlandse atletiekunie nooit getekend. Daardoor kon ik haaswerk (tempomaken voor een ander, red.) voor anderen blijven doen, en vorig jaar de pre-olympische marathon in Peking lopen.”

Hoe ging dat?

„Ik verbaasde me erover dat het zo gemakkelijk ging. Wat meespeelde was mijn relatiebreuk met Adriënne (Herzog, hardloopster, red.). Zij was verliefd geworden op Gert-Jan Liefers, de atleet van wie ik trainer was. Hij kwam hier over de vloer, sliep hier vaak. We hadden een goede band. Toen ik een keer na een training thuiskwam, had Adriënne haar spullen gepakt. Ik was er kapot van. Ik heb me afgereageerd door fanatiek te gaan lopen. Dan vergeet je even alles. Je raakt in een flow door de endorfine. Ik merkte dat ik sneller ging lopen.”

En toen dacht je aan de Spelen?

„Ik had het idee dat ik in één van de beste vormen van mijn leven was. Op 26 mei heb ik in Hoogeveen een vriend ‘gehaast’ en daar liep ik zó ongelooflijk hard in de laatste kilometer. Toen ging het kriebelen. Ik dacht: ik ga een poging wagen de Spelen te halen. Ik heb mezelf twee wedstrijden gegeven om de limiet te lopen. Het lukte meteen de eerste keer.”

Maar het eind van het liedje is: ‘dopinggeval’ Vroemen blijft thuis.

„Ik was heel bang voor de reacties. Hoe zou iedereen reageren? Op sites krijg ik steun, maar ik word ook uitgemaakt voor lafaard en bedrieger. Er kwamen meteen reacties van insiders uit de atletiek. Veel trainers hebben middelmatige atleten, dus bij dopinggevallen staan ze meteen met hun mening klaar. Zo van: ‘Zie je wel, ik heb het altijd al gezegd.’”

Dag reputatie?

„Mijn grote angst is dat te veel mensen mijn tijden en prestaties aan doping gaat linken. Dat mijn hele carrière op doping zou zijn gebaseerd. Dat is pijnlijker dan niet aan de Olympische Spelen te mogen meedoen. Ik heb heel grote prestaties geleverd. Ik was een held, ook in het buitenland. Ik was de blanke die tussen de Kenianen liep. Straks denkt iedereen: dat was vast geen zuivere koffie. Ik wil niet de boeken ingaan als ‘Simon Vroemen, daar was toch iets mee?’”

    • Oscar Vermeer