Herstelwerk na aardbeving in China bijzonder snel

Met de Olympische Spelen is er veel kritiek geuit op China. Over de manier waarop dit land de ravage van de aardbeving van een paar maanden geleden opruimt, heeft Hugo Priemus vooral veel lof.

Herstelwerk na aardbeving in China bijzonder sneel Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Een week na de overstromingen in New Orleans in 2005 ten gevolge van de orkaan Katrina stonden ontheemden nog op de bus te wachten die hen moest evacueren naar veiliger oorden. Het overleg over de financiering van het herstel duurde vele maanden en uiteindelijk zelfs jaren. Pas na twee jaar kwam het herstel op gang. En het einde van de wederopbouw van New Orleans is nog niet in zicht.

De overheidssteun was vooral gericht op bedrijven, vastgoedeigenaren en huiseigenaren. Huurders ontvingen nauwelijks steun van de federale overheid of van de staat. New Orleans zal worden herinnerd als het voorbeeld van een overheid die niet levert op het moment dat dit zou moeten.

Op 12 juni 2008 werd het gebied Wenchuan in het westen van China 100 seconden lang geteisterd door een aardbeving met een kracht van 8 op de schaal van Richter. De hoofdstad van het gebied, Chengdu (11 miljoen inwoners), werd gelukkig gespaard. Dat geldt niet voor een gebied ten westen van Chengdu, een grotendeels bergachtig gebied waar 830.000 mensen wonen. In vijf steden en een groot aantal dorpen vielen hier ongeveer 70.000 doden en een nog veel groter aantal gewonden. Nog steeds worden er bijna 20.000 mensen vermist, die vermoedelijk zijn bedolven onder de aardverschuivingen die na de aardbeving en de naschokken ontstonden.

Tot voor kort zou een rampgebied van een dergelijke omvang jarenlang voor internationale waarnemers gesloten zijn gebleven. In het licht van de modernisering van China en ongetwijfeld de Olympische Spelen hebben de autoriteiten in China deze keer voor een andere aanpak gekozen. Wat er in Wenchuan gebeurde, was voor het Westen op de voet te volgen.

In deze benadering paste ook de uitnodiging van het gemeentebestuur van Chengdu aan een groep experts uit de Verenigde Staten om het rampgebied te bezoeken, met een tweedaags congres over de aanpak van het herstel en de herontwikkeling van stad, land en infrastructuur. Ook ik werd uitgenodigd om aan deze excursie en dit post-earthquake congres in Chengdu deel te nemen.

Natuurlijk besef ik dat de Chinese autoriteiten een dergelijk gebaar naar de buitenwereld maken om een goede indruk te maken. Natuurlijk realiseer ik mij dat onze groep van circa twintig deskundigen niet alles te zien heeft gekregen. En gezien de overvloedig aanwezige cameramensen waren excursie en congres kennelijk deels ter meerdere glorie van de autoriteiten in de regio. Op tv-zender CCTV9 zag ik op 20 juli 2008 zelfs een galavoorstelling naar aanleiding van de aardbeving in Wenchuan.

Toch acht ik mij gerechtigd om in het nu volgende een aantal observaties van mij en de hele groep door te geven en daaraan een interpretatie te verbinden die is gebaseerd op een grote hoeveelheid controleerbare feiten.

Onze groep bevatte enkele leden die goed Chinees spreken, heeft met velen gesproken, gaf de ogen goed de kost en pleegde ook onderling veel overleg. De groep bevatte ook een aantal deskundigen op het gebied van hulpverlening en herstel, met wie ik mijn indrukken heb gedeeld.

Met twee busjes rijden we naar de stad die het ernstigst door de aardbeving is getroffen: Dujiangyan, overigens altijd nog 70 km van het epicentrum gelegen. We krijgen hier politiebegeleiding en worden vervoerd naar het Eryuan Miao tempelcomplex, gelegen in de helling langs de wildstromende Minjiang rivier. Hier zijn mijn vrouw en ik in 1994 al eens als toerist geweest. Nu moeten wij constateren dat grote delen van het complex zijn ingestort. Het is niet voor publiek toegankelijk. Wij worden wel toegelaten en worden omgeven door een batterij cameramensen.

Niet alleen wordt de enorme schade van de aardbeving en de naschokken getoond, maar ook de proactieve aanpak van het herstel. Overal zijn werklieden bezig met het ruimen van puin en het zorgvuldig verzamelen van waardevolle materialen en componenten, die bij het herstel opnieuw zullen worden gebruikt.

In de stad Dujiangyan heerst allerminst verslagenheid. Het economisch leven is weer opgepakt: overal marktkramen, verkeer, en mensen aan het werk. Het leeuwendeel van de woningvoorraad is ontruimd. De meeste blokken staan weliswaar nog overeind, maar zijn dermate gescheurd en ontwricht dat de constructieve veiligheid zeer te wensen overlaat. Vooral een groot deel van de oudere bebouwing is volledig ingestort.

We mogen niet naar de berggebieden waar delen van de infrastructuur nog slecht functioneren en waar sommige aardverschuivingen nog steeds gevaar opleveren. Tijdens de conferenties krijgen we later wel rapporten uitgereikt, waarin de schade aan de infrastructuur wordt beschreven en verbeeld.

In de stad zijn overal grote en kleine concentraties van tijdelijke woningen en tenten waarin de ontheemden zijn opgevangen. Alles in fris blauwe kleuren, en voorzien van vrolijk wapperende rode nationale vlaggen. Kleine groepjes militairen surveilleren er om plundering te voorkomen. Overal is men actief. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat de aardbeving nog geen drie maanden geleden heeft plaatsgevonden en dat de naschokken van nog recenter datum zijn.

De slagvaardige aanpak van hulpverlening en herstel in Dujiangyan is niet alleen te danken aan de nationale en provinciale overheid. Ook de civil society heeft zich laten gelden. Meteen na de ramp stonden er in de niet-getroffen miljoenenstad Chengdu grote rijen mensen bij de bloedbank om bloed af te staan aan de slachtoffers. Duizend taxichauffeurs gingen zonder enige vergoeding spontaan naar de berggebieden om gewonden te evacueren en naar de ziekenhuizen en medische posten te brengen. Daarnaast zijn met bussen en helikopters in de eerste weken na de aardschok veel mensenlevens gered. Ook zijn uit een wildpark enkele panda’s geëvacueerd.

Het herstel en de herontwikkeling van het getroffen gebied, zo blijkt ook uit de presentaties en de documentatie, verspreid tijdens het congres in Chengdu, zijn inmiddels volop op gang gekomen.

Voor de herontwikkeling van het getroffen gebied hebben twintig bureaus voor eigen rekening plannen gemaakt. Een uitnodiging is uitgegaan naar gegadigden in binnen- en buitenland om een ontwerp te maken voor de herontwikkeling van Dujiangyan. In totaal 47 plannen zijn door bureaus van binnen en buiten China ingediend. Hiervan zijn er tien uitgenodigd om de plannen verder uit te werken. Een stuurgroep met 25 werkgroepen is opgezet waarin de lokale overheden sterk zijn vertegenwoordigd.

Dujiangyan zal volgens de plannen uitgroeien tot een stad die in 2020 een half miljoen inwoners zal tellen. Het grondgebied zal in die periode verdubbelen van 30 naar 60 km2. Van de gebouwenvoorraad zal de helft worden herbouwd. In totaal 200.000 mensen zijn alleen al in Dujiangyan door de aardbeving getroffen. Sommige gebieden worden niet opnieuw gebouwd in verband met mogelijke toekomstige aardbevingen. Er zullen twee kernen worden ontwikkeld: de oude stad en – op enige afstand – de nieuwe kern, bedoeld als bestuurlijk en cultureel centrum en woongebied voor 120.000 mensen.

De oude stad zal worden geprofileerd als internationaal toeristisch centrum met grote historische en culturele kwaliteiten. Hoogbouw wordt hier niet toegestaan. De steden Pengzhou, Chongzhou, Dayi en Qionglai zijn gedeeltelijk verwoest en zullen ook worden herontwikkeld. Daartoe krijgt ruim 10 km2 grond een bouwbestemming.

Voor de stedelijke gebieden zijn verschillende ingrepen overwogen en er zijn keuzes gemaakt voor ontwikkelingsstrategieën afhankelijk van de ligging ten opzichte van geologische risicogebieden. Voor de plattelandsgebieden is er nog niet gekozen. De autoriteiten melden dat de wensen van de agrarische bevolking zullen worden gerespecteerd, voor zover dat mogelijk is. Twee zwaargetroffen kernen, Yinchanggou en Huilonggou, zullen niet worden herbouwd: de locatie van deze kernen blijkt uit seismologisch oogpunt te gevaarlijk te zijn.

Bijzondere aandacht zal worden gegeven aan een nieuw structuurplan voor het Longmenshan-resort, dat een grote toeristische betekenis heeft. Medewerkers van de Tsinghua Universiteit in Peking hebben al een plan ingediend.

De autoriteiten van Chengdu hebben een compleet overzicht van de schade die aan de verkeersinfrastructuur is aangericht. Het gaat allereerst om de verwoesting en beschadiging van 7 snelwegen, 16 nationale en provinciale wegen en 2754 plattelandswegen, met een totale lengte van ruim 2000 km. Vooral door de schade aan de weginfrastructuur werd de hulpverlening de eerste weken ernstig bemoeilijkt. Voorts zijn 9,1 km aan bruggen en ruim 2,6 km aan tunnels verwoest of beschadigd. Bovendien zijn negen spoorlijnen met een totale lengte van 130,6 km en zes stations zwaar beschadigd. Een landingsbaan (3600m) en een nieuwe terminal (250.000 m2) van Shangliu International Airport zijn eveneens zwaar getroffen. Ook het Integrated Transfer Center van Shahebao ligt in puin.

Interessant is de officiële uitnodiging aan gegadigden en de hele wereld om transportplannen in te dienen voor het herstel en de ontwikkeling van de infrastructuur in het rampgebied. Dit laat onverlet dat de China Railway Eryuan Engineering Group Co Ltd, gevestigd in Chengdu, inmiddels al op volle kracht bezig is met het herstel van de gehele infrastructuur en plannen maakt voor een aanpak, gericht op de langere termijn.

Ons viel op hoe sectoraal hierbij het verkeersinfrastructuurbeleid wordt gevoerd. Het zou veel zinniger zijn als geïntegreerde plannen voor de ruimtelijke ontwikkeling en de infrastructuurontwikkeling zouden worden ingediend. Deze opmerking werd door onze expertgroep met veel nadruk gemaakt. Voorts moet worden opgemerkt dat er nog geen duidelijk programma van eisen lijkt te zijn dat toekomstgericht is en inspeelt op langetermijnontwikkeling, voor wat betreft demografie, economie (inclusief toerisme), mobiliteit, energietransitie en klimaatwijziging. De aanpak ademt zeer sterk het streven naar sectoraal herstel en nog onvoldoende de integrale sectoroverschrijdende gebiedsontwikkeling op lange termijn.

De Chinese overheid lijkt voorlopig vooral voorrang te geven aan snelheid boven een duurzame aanpak. Dat laat onverlet dat de expertgroep zeer onder de indruk was van de snelheid en de slagvaardigheid waarmee de gevolgen van de ramp in kaart zijn gebracht en een herstelplan op tafel is gelegd.

Ik sluit niet uit dat onze gastheren ons soms een eenzijdig beeld hebben voorgeschoteld. Zo werden we in Dujiangyan naar een locatie geloodst die qua desolaatheid de omgeving met afstand versloeg. Bohumil Kasal, een collega van Pennstate University, en ik hadden beiden het gevoel dat het om een slooplocatie ging die er al treurig bij had gelegen vóór de aardschok.

Dat neemt niet weg dat we oor- en ooggetuige zijn geweest van een (federale, provinciale en stedelijke) overheid die levert. De overheid was paraat toen het moest en is op volle snelheid aan de slag gegaan, zonder dralen. Rijke steden als Peking, Shanghai en Shenzhen sprongen financieel bij en gingen een samenwerkingsrelatie met Chengdu aan.

Van zeer veel Chinezen hoorden wij steeds, ook als zij buiten gehoorafstand van onze begeleiders waren, dat zij positief zijn over, zelfs trots zijn op de overheid. De Chinese autoriteiten kunnen niet alleen de Olympische Spelen organiseren, maar tegelijkertijd ook de wederopbouw van een rampgebied realiseren.

Wat Amnesty International over China heeft te melden, is ernstig en moet niet worden gebagatelliseerd. Een vrije pers in China bestaat niet. De communistische partij duldt geen tegenspraak. Dat is de schaduwkant van China. Anderzijds moet de Chinese overheid worden geprezen voor de wijze waarop zij urgent geachte publieke taken uitvoert.

Daar kunnen de Verenigde Staten, Nederland en vele andere landen veel van leren.

Hugo Priemus, emeritis hoogleraar Systeeminnovatie en ruimtelijke ontwikkeling aan de TU Delft, bezocht afgelopen maand het rampgebied in Chengdu.