Gezellig met mam en pap naar Cuba

Jongeren van 16-plus gaan steeds vaker met hun ouders op vakantie. Vooral ver weg. „Ouders van nu willen graag vriendjes zijn met hun kinderen. In plaats van een autoritaire ouder.”

Ruben van Dijk uit Muiderberg is al de hele wereld over geweest. Op het Chinese platteland, in de Surinaamse binnenlanden, op de stranden van Indonesië en op rondreis door Zuid-Afrika. Met zijn ouders en zijn zus. Afgelopen Kerst gingen ze nog met z’n allen naar India. Ruben is 23.

Zijn zus en hij wonen niet meer thuis, ze studeren. Ze behoren tot een groeiende groep jongvolwassenen die nog graag op vakantie gaat met hun ouders. En al helemaal als de bestemming exotisch of avontuurlijk is.

Reisorganisaties die zijn gespecialiseerd in verre bestemmingen (Djoser, Sawadee, Baobab, Cirkel) bevestigen de trend: als de reis interessant genoeg is, gaan jongeren gewoon met hun ouders mee. Jessica van Wissen van Baobab Reizen plukt desgevraagd uit haar bestand zo „twee achttienjarigen, een 17-jarige en een 21-jarige die drie weken met hun ouders naar Zanzibar gaan”.

Het aanbod aan ‘familiereizen’ bestaat pas een paar jaar maar is al duizelingwekkend. Zelf samengesteld of van a tot z ingevuld, er is van alles mogelijk. Cuba of Madagaskar, Jordanië of Maleisië. Om de jongere leden van het gezin te behagen, zorgt de organisatie dat er steevast een zwembad in de buurt is of sluit ze af met een paar dagen strand.

De tijden zijn voorbij dat iedere postpuber gruwelt van het idee om drie weken op de lip van zijn ouders te zitten. „Als je ouders een leuke reis aanbieden, dan neem je hun aanwezigheid voor lief”, stelt bijvoorbeeld Erik van Zwol van Sawadee Reizen vast.

Ruben van Dijk vindt het zelfs heel gezellig met zijn ouders. Hoewel, hij geeft toe dat ze met een camping in Frankrijk bij hem niet meer hoeven aan te komen. „Sinds we op mijn 13de naar Zuid-Afrika gingen, vind ik Frankrijk of Oostenrijk niet meer interessant. Als ze dat zouden vragen, zou ik niet meegaan. Maar op die verre reizen zien we van alles en tegelijk praten we weer een beetje bij.”

Ook Erik van Zwol weet zeker dat een Europese camping alleen interessant is voor jongeren als ze er zónder hun ouders zitten.

Opvoedredacteur Anna Elzinga van het tijdschrift J/M bestrijdt dat. Ze is puberexpert – ze coördineert de halfjaarlijkse puberspecial en heeft thuis drie kinderen tussen de 11 en 18 jaar. „Zelfs op gewone campings gaan massa’s jongeren tegenwoordig mee met hun ouders”, vertelt ze. „Ze zitten niet meer onder de plak, zoals vroeger. Ze hebben een eigen tent, krijgen alle vrijheid, mogen uitgaan en uitslapen en kunnen mee-eten wanneer het ze uitkomt.” De ouders, zegt Elzinga spottend, sloven dan wel weer met het wasgoed, de afwas en de rekeningen.

Ouders die zelf zijn grootgebracht in de jaren zestig en zeventig, lijken over het algemeen een hechtere band te hebben met hun kinderen dan generaties vóór hen. Het was al bekend dat studenten tegenwoordig vaak samen met hun ouders een studie uitkiezen en dat ze gemiddeld langer bij hun ouders blijven wonen dan vroeger.

Van de volwassen jongens tot 24 jaar woont 25 procent nog thuis, van de meisjes 23 procent. Door het schaarse woningaanbod in studentensteden maar ook omdat de pushfactor thuis ontbreekt.

Elzinga: „Ouders tonen over het algemeen begrip voor het gedrag van hun oudere kinderen. Ze doen niet moeilijk als ze ’s avonds laat thuiskomen of wat hebben gedronken.”

Ruben van Dijk: „Ik heb het gevoel dat ik eigenlijk alles met ze kan bespreken. Ook als ik fouten maak.” Dat gevoel ontstond in de brugklas, toen hij met een groep verkeerde vrienden omging. Hij kreeg geen straf, zijn vrienden wel, maar het was kantje boord. Zijn ouders reageerden begripvol en bezorgd.

De generatie ouders die nu tussen de 45 en 55 jaar is, probeert het gezinsleven eigenlijk zo lang mogelijk op te rekken, stelt Elzinga. „Ze vinden het gezellig. En ze willen graag vriendjes zijn met hun kinderen, in plaats van een autoritaire ouder tegen wie je je moet afzetten, zoals voorgaande generaties. Ze doen dus echt hun best om hun kinderen zo lang mogelijk mee te lokken met vakantie.”

Toegegeven, de verre familiereizen zijn alleen weggelegd voor de happy few. Een rondreis van drie weken in Mexico of Zuid-Afrika kost zo’n 3.000 euro per persoon, dus voor een gezin zijn papa en mama al snel 12.000 euro kwijt. Maar de happy few worden steeds talrijker.

Het is niet alleen een kwestie van de toegenomen bestedingsmogelijkheid, vertelt reisorganisator Jessica van Wissen. „Het kwam vroeger eenvoudig niet in onze ouders op om verre reizen te maken. Die mogelijkheden waren er niet, het werd niet aangeboden. Drie weken bij het zwembad in Frankrijk was prima. Maar op een gegeven moment – vanaf de puberteit – wilde je echt zelf op pad. En dan ging je op Tienertoer of Interrail.”