Filosemiet in vermomming

Het grootste gevaar voor een antisemiet is de liefde – de liefde voor een Joodse vrouw. De ‘Memoires van een antisemiet’ zijn ook die van een erotomaan.

Gregor von Rezzori Foto Ullstein Bild Rezzori, Gregor von - Schriftsteller, Oesterreich - 01.11.1989 Gesperrt-fr-Werbung! Rezzori, Gregor von - Author, Austria - 01.11.1989 No-commercial-use! ullstein bild - Teutopress

Op 26 april 1969 publiceert The New Yorker het verhaal ‘Memoirs of an Anti-Semite’, geschreven door Gregor von Rezzori. Een man die zichzelf gaarne samenvatte in vier woorden: ‘Ich lach’ halt gern.’

In een biografische schets noemt Stefan Dornuf de publicatie van dit eigenhandig door Rezzori in het Engels bewerkte verhaal ‘de tweede geboorte’ van de auteur. Eindelijk is het Rezzori, volgens Dornuf, gelukt de navelstreng met Duitsland door te snijden, waar hij als schrijver commercieel succes had maar nauwelijks literaire erkenning kreeg. Dornuf schreef later een boekje met drie biografische schetsen over Rezzori, Der Lieblingsmops als Grabbeigabe (München 2007).

Gregor Rezzori werd op 13 mei 1914 in Czernowitz geboren, tegenwoordig Oekraïne, toen nog Oostenrijk-Hongarije. ‘Een stad waar boeken en mensen leefden’ volgens de dichter Paul Celan, die eveneens uit Czernowitz kwam. Een stad ook waar indertijd Duits, Oekraïens en Roemeens de ambtstalen waren, en waar kranten in bijvoorbeeld het Jiddisch en het Pools verschenen.

Rezzori’s Memoirs of an Anti-Semite, een boek met vijf vertellingen, verschijnt tien jaar na de publicatie in The New Yorker in Amerika en Duitsland. En nu is Memoires van een antisemiet eindelijk ook in het Nederlands vertaald. Het titelverhaal heet tegenwoordig ‘Trouw’ en het is veruit de sterkste van de vijf vertellingen. Niet alleen omdat het een boeiend portret oplevert van Wenen vóór en tijdens de Anschluss, met mooie zinnen als: ‘Dankzij Minka had ik het geluk op negentienjarige leeftijd Karl Kraus te horen en zijn gezicht te mogen aanschouwen, dat verteerd werd door de witte gloed van fanatieke liefde voor het wonder van de Duitse taal en van zijn heilige haat tegen eenieder die haar slecht sprak.’ Maar ook omdat het een ontroerend verhaal is over de liefde tussen de verteller, die lijkt samen te vallen met Gregor von Rezzori, en de joodse Minka Raubitschek.

Minka heeft een officiële minnaar, die ze Bobby noemt. Daarnaast onderhoudt ze amoureuze betrekkingen met de verteller, die ze Brommy noemt. Ook is er nog sprake van een meneer uit Parijs: ‘Maar er waren ook momenten dat ze tegen me zei: „Luister, beste Brommy, er komt een meneer uit Parijs op bezoek. Je zou me een groot plezier doen als je met Bobby ging skiën.” ’

Waar de verteller aan toevoegt: ‘Bobby was haar officiële minnaar, de blonde, atletische knaap die ik bewonderde.’ Op dit soort momenten doet Memoires van een antisemiet me denken aan de nog altijd onovertroffen Rachel en andere gratiën van Emmanuel Berl, waarin Berl herinneringen ophaalt aan de hand van de vrouwen die hij korte of langere tijd heeft gekend.

Maar Rezzori schrijft niet zomaar memoires, het zijn die van een antisemiet en dat is sinds 1945 een problematisch begrip in dit deel van de wereld. Met het nazisme heeft de Jodenhaat zijn onschuld verloren, voor zover iets als haat ooit echt onschuldig kan zijn.

Problematisch zijn niet de minnaars van Minka, en ook niet een andere vrouw, arisch, van wie de verteller zegt vreselijk veel te houden. Voor iemand die meent een antisemiet te zijn, is liefde voor een Joodse vrouw het ware probleem. De verteller ontkomt aan een innerlijk conflict door te redeneren dat een Jodin geen Jood is. Een argument dat mij veel genoegen deed.

In zijn informatieve en lezenswaardige nawoord bij de Nederlandse editie schrijft Hans Maarten van den Brink dat de titel ‘de lading van deze „roman in vijf verhalen” keurig dekt’. Dat weet ik nog zo net niet. Het boek had ook kunnen heten: Memories van een erotomaan. Of: Memoires van een melancholicus. Maar erotomanie en melancholie zijn in onze wereld nu eenmaal minder omstreden hobby’s dan antisemitisme.

Wat niet wil zeggen dat de lezer met een vergrootglas moet zoeken naar het beloofde antisemitisme. Naast talrijke weemoedige beschrijvingen van ontluikende en ietwat onbeholpen erotomanie komen in het boek talloze voorbeelden voor van alledaags antisemitisme van vóór de Tweede Wereldoorlog. Hoewel ik vermoed dat menige 19de-eeuwse roman met ditzelfde alledaagse antisemitisme zal zijn gekruid. Dat dit bijna onschuldige antisemitisme niets met het politieke antisemitisme te maken heeft, legt de auteur haarfijn uit in het verhaal ‘Trouw’.

Fabeltjes dat de Joden naar wereldheerschappij streven of met het joodse paasfeest christenkindertjes slachten, waren verhalen waarmee je dienstmeisjes bang maakte die dreigden voor een Joodse familie te gaan werken omdat ze daar meer zouden verdienen. ‘Maar wij,’ schrijft Rezzori, ‘dat wil zeggen: gecultiveerde mensen, hadden zulke zwaarwegende argumenten helemaal niet nodig om de Joden voor tweederangsburgers aan te zien. Je mocht ze gewoon niet, in elk geval minder dan andere medemensen, dat was net zo vanzelfsprekend als dat je katten minder mocht dan honden.’

Dit antisemitisme is veeleer een onbewuste vorm van klassenstrijd. Wat deze gecultiveerde mensen de Joden kwalijk nemen aan het begin van de 20ste eeuw, zoveel blijkt uit het boek, is hun dreigende assimilatie. Het feit dat ze hun naam veranderen, proberen Duits te speken zonder Jiddisch accent, kortom de naderende onzichtbaarheid van de Jood maakt dat degene die de Jood eigenlijk van nature haatte er nog een schepje bovenop moet doen. De dreiging van sociale mobiliteit is uiteraard elke zelf benoemde aristocraat een doorn in het oog, niet alleen de sociale mobiliteit van Joden.

Vervolg op pagina 2

Dit boek is van alles, maar geen roman

Vervolg van pagina 1

Het is geen toeval dat de vader van de verteller met enige nostalgie over het Heilige Roomse Rijk spreekt. Met het verdwijnen van dat rijk verdween volgens deze vader de overzichtelijkheid van de wereld, en daarmee begon de corrumpering van alles en iedereen.

Ieder tijdperk, iedere plek heeft zijn eigen overzichtelijke wereld om naar terug te verlangen. Maar met dat aristocratische antisemitisme, dat te pas en te onpas opduikt in dit boek, is iets vreemds aan de hand. Het is niet alleen, zoals de Hongaarse schrijver Peter Nádas in een voorwoord bij de Duitse uitgave uit 2004 opmerkt, dat Rezzori geen last lijkt te hebben van schaamte of schuld, het is veeleer dat de verteller zich gaandeweg ontpopt als een regelrechte liefhebber van Joden.

Al in het eerste verhaal wordt de klassieke tegenstelling uitgewerkt tussen de Jood als vrouwelijk en zwak – en dus gecorrumpeerd, want hoe kan hij anders overleven – en de Ariër als mannelijk en sterk. De verteller, een liefhebber van de jacht, komt de zoon van dokter Goldmann tegen, die niets van jacht moet hebben, en wat een strijd lijkt te worden ontwikkelt zich al snel tot een vriendschap, waarbij de zoon van dokter Goldmann er verbazingwekkend goed vanaf komt.

In een ander verhaal laat de verteller er zich met graagte op voorstaan dat hij zulke goede Joodse moppen kan vertellen, beter dan de Joden zelf, en dat hij alle Jiddische accenten in het Duits kan herkennen en imiteren. Daarnaast begeeft hij zich met plezier in Joodse intellectuele kringen.

Minka is niet de enige Joodse vrouw die in dit boek begeerd wordt door Rezzori’s alter ego. In het verhaal ‘Jeugd’ valt de verteller op de eigenares van een winkel die Parfumeria Floria heet. Hij is vertegenwoordiger in etalagemateriaal en hij wordt verleid door de eigenaresse van Parfumeria Floria, die onder de vertegenwoordigers ‘de zwarte weduwe’ wordt genoemd.

Tot ongenoegen van de jeugdige minnaar staat de foto van haar dode man op het nachtkastje, die hen aan lijkt te kijken tijdens het liefdesspel. Rezzori schrijft: ‘Ze haalde de foto uit de lijst en scheurde hem in kleine snippers. Ze keek daarbij zo wild dat ik schrok. De scène is in zekere zin als archetype in mijn geheugen gegrift, ik heb er nooit zonder ontzetting aan kunnen denken: de naakte vrouw met het volle schaamhaar aan haar schoot die in het bijzijn van haar eveneens naakte, jongensachtige geliefde de foto van haar dode man verscheurt.’

Een alinea als deze maakt duidelijk waar Rezzori’s kracht ligt: de kleine maar weemoedige hel van de erotiek.

De voorliefde voor Jodinnen bereikt zijn hoogtepunt in het laatste verhaal ‘Pravda’: het enige verhaal in de derde persoon, misschien het zwakste verhaal van de bundel, maar ook het merkwaardigste, het meest programmatische.

Een naamloze hij-figuur bericht over zijn tweede huwelijk met een Joodse vrouw die de oorlog overleefde omdat ze er zo arisch uitzag. Ze krijgt een affaire met een SS’er, die zich voor het Oostfront meldt nadat hij ontdekt dat ze toch een Jodin blijkt te zijn. Na de oorlog trouwt ze met een man, de verteller, die wederom samen lijkt te vallen met de schrijver Rezzori. Hij verwijt haar dat ze een ‘gojse Jodin’ is. Ze krijgen een zoon, die vroeg sterft, en de verteller fantaseert erover hoe hij de jongen zou hebben gedwongen ham te eten.

Het gevoel bekruipt de lezer dat het de verteller, en misschien ook Rezzori zelf, er niet alleen om gaat te laten zien dat hij een zogenaamde antisemiet is, en geen werkelijke. Het gaat verder dan dat. De verteller wil zelf Jood zijn. Het staat er met zoveel woorden: ‘De enige waardigheid die je in die tijd hoog kon houden was de waardigheid bij de slachtoffers te horen.’

In 2004 is een door de auteur gereviseerde uitgave van dit boek in Duitsland verschenen. Het boek heet niet langer Memoiren eines Antisemiten maar draagt nu de titel Denkwürdigkeiten eines Antisemiten, ondertitel: Ein Roman in fünf Erzählungen.

De Nederlandse uitgave is gebaseerd op de herziene editie van 2004, maar uitgeverij Atlas heeft de oorspronkelijke titel gehandhaafd: Memoires van een antisemiet. Een twijfelachtige beslissing. De ondertitel ‘een roman in vijf vertellingen’ heeft de Nederlandse uitgever geheel geschrapt. Een iets betere beslissing. Het boek is van alles maar zeker geen roman, daarvoor ontbreekt een dwingende structuur.

De vertaling van Kris Lauwerys is adequaat, alleen soms wat stijf. Zo vertaalt hij ‘Humbug’ met ‘onzin’. Waar in het Duits ‘Humbug’ staat, zou ik in het Nederlands geen ‘onzin’ noteren. En om ‘fabelhafter Nar’ met ‘ongelooflijke dwaas’ te vertalen vind ik een beetje zonde van ‘fabelhaft’.

Dat het woord ‘roman’ in de Nederlandse uitgave geheel is weggelaten wreekt zich uiteindelijk wel. Wie het nawoord ongelezen laat, zou kunnen denken met echte memoires te maken te hebben.

Nooit is Rezzori met een Jodin getrouwd geweest. Het zou goed kunnen dat hij dit betreurde.

Rezzori’s derde en laatste vrouw heette Beatrice Monti della Corte. Hij heeft haar leren kennen op een feestje van de Italiaanse uitgever Feltrinelli en in 1967 trouwde hij met haar. Beatrice Monti della Corte is de dochter van een Ethiopische culturele attaché en was als meisje enige tijd de muze van de schrijver Curzio Malaparte, die haar ‘mijn kleine nimf’ noemde. Vanaf 1955 hield zij de beroemde Milanese galerie Galleria dell’Ariete. Met Beatrice woonde hij beurtelings in New York en op een landgoed in de buurt van Florence, waar Volker Schlöndorff en Bruce Chatwin zijn buren waren.

Vlak voor zijn dood in 1998 zette Rezzori, dankzij het vermogen van zijn vrouw, de Santa Maddalena Foundation for Writers and Botanists op. Op het landgoed nabij Florence mogen schrijvers in alle rust aan hun oeuvre werken. Ook de aangename New Yorkse woning van de weduwe van Rezzori wordt regelmatig door schrijvers bewoond. Schrijver dezes was er recentelijk nog op een feestje.

De tweede geboorte van Rezzori was geen mislukking. Vanaf het moment dat The New Yorker zijn verhaal afdrukte, publiceerde hij regelmatig in Amerikaanse bladen, ook verschenen meerdere van zijn boeken in Amerika.

Misschien begon zijn wedergeboorte al eerder, toen hij in 1965 in Louis Malle’s Viva Maria de tegenspeler was van Brigitte Bardot. Hij was nu eenmaal een man die graag lachte.

Ik sluit niet uit dat het aan deze verder lovenswaardige voorkeur te wijten is dat de lezer van Memoires van een antisemiet die hoopt op een grondige analyse van de rabiate Jodenhater teleurgesteld zal zijn. Om ernstige analyses van de diverse vormen van Jodenhaat is het Rezzori niet te doen geweest.

Eigenlijk was Memoires van een filosemiet in vermomming een titel geweest die de lading van dit bij vlagen prachtige boek beter had gedekt. En wellicht bereikt Rezzori via de omweg van liefde en verheerlijking toch de kern van het probleem.

Liefde is net zo bedreigend als haat. Vaak bedreigender.

Gregor von Rezzori: Memoires van een antisemiet. (Denkwürdigkeiten eines Antisemiten). Uit het Duits vertaald door Kris Lauwerys. Atlas, 318 blz. €24,90

    • Arnon Grunberg