De juiste dekkingsgraad voor pensioenfondsen

De pensioenfondsen dienen een dekkingsgraad van 125 procent te hebben als buffer voor slechte tijden (NRC Handelsblad, 17 juli).

De vraag is natuurlijk: wat zijn slechte tijden. Mij lijkt een daling van de AEX met 30 procent in één jaar wel te wijzen op een slechte tijd. Nu is het kenmerk van een buffer dat deze wordt opgesoupeerd in slechte tijden en het is natuurlijk onzin om dan een dekkingspercentage van 125 te verlangen. Het is net zoiets als doorgaan met sparen voor je oude dag als je 90 bent. De waarde van de beleggingen fluctueert immers enorm, maar het gaat om het rendement op lange termijn (20 jaar of meer). Er is dan ook geen reden om te schrikken van een dekkingsgraad van 100 procent. Ook is er trouwens geen reden om te juichen bij een dekkingsgraad van 150 procent of meer en dan de premies te verlagen en donaties aan de bedrijfskas te doen.

Het ABP hanteert een grens van 135 procent waaronder geen volledige indexatie van de pensioenen plaatsvindt. Het is onbegrijpelijk dat de gepensioneerden hiertegen niet in opstand komen. In goede tijden hebben we bij vrijwel alle pensioenfondsen kunnen zien dat de premies voor de werknemers en de werkgever werden verlaagd, maar de pensioenen werden niet extra verhoogd, alleen geïndexeerd. Nu het slechter gaat worden de pensioenen beknot, evenals enkele jaren geleden, terwijl dit niet eens noodzakelijk is. Het lijkt daarom aan te bevelen dat De Nederlandsche Bank de gewenste dekkingsgraad nog eens ter discussie stelt.

    • D.R.F. van Weerden Rotterdam