De idioot uithangen om je eigen idiotie te verhullen

Aleksej Ivanov: De man die zijn wereld opdronk. Vertaald uit het Russisch door Anna Kouznetsova, Arjen Uijterlinde en Jos Vonhoff. Meulenhoff, 395 blz. € 22,50 In de grappige roman De man die zijn wereld opdronk (Meulenhoff, 22,50) laat Aleksej Ivanov een idioot de idioot uithangen, vindt Marco Kamphuis. Pagina 8.

Aleksej Ivanov: De man die zijn wereld opdronk. Vertaald uit het Russisch door Anna Kouznetsova, Arjen Uijterlinde en Jos Vonhoff. Meulenhoff, 395 blz. € 22,50

Romanpersonages zijn bovengemiddeld intelligent, bovengemiddeld neurotisch, ze raken uitzonderlijk vaak in lastige situaties verzeild, maar over het algemeen gedragen ze zich op een voor de lezer begrijpelijke manier. Er zijn echter ook romans waarin het gedrag van de hoofdpersoon je voortdurend voor raadsels stelt, je zelfs door zijn onzinnigheid begint te irriteren. ‘Doe eens normaal’, zou je zo’n personage willen toevoegen, ‘je snapt toch wel dat hier alleen maar ellende van komt?’ Vaak zijn dat de interessantste boeken.

De Russische schrijver Aleksej Ivanov (1969) creëerde in De man die zijn wereld opdronk een personage dat met volle overtuiging een puinhoop van zijn leven maakt. Viktor Sergejevitsj Sloezjkin, 28 jaar oud, is na zijn studie biologie teruggekeerd naar zijn geboortestad Perm, waar hij geografieleraar op een middelbare school wordt. Een ongelukkige beroepskeuze, want van geografie heeft hij niet veel verstand en van lesgeven nog minder. Het is geldgebrek dat hem dwingt, en vooral zijn vrouw Nadja, die hem dat geldgebrek hevig verwijt. Overigens houdt Nadja niet van Sloezjkin, en hij niet bijster veel van haar. Van het echtelijk bed is hij verbannen naar de bank. Ze blijven bij elkaar om hun dochtertje Tata.

Lesgeven aan de klassen 9A en 9B gaat nog, maar 9C – ‘de terreureenheid’ – rekent genadeloos met Sloezjkin af. Hij heeft geen enkel overwicht op de 14-jarigen, zijn pogingen om de ergste relschoppers te disciplineren lopen uit op de ene afgang na de andere. Hij ‘staat voor de klas als in een plee zonder een deur’. Zelfs met fysiek geweld krijgt hij de snotneuzen er niet onder.

In 9A heeft hij een heel ander probleem: hij krijgt steeds meer belangstelling voor zijn intelligente leerlinge Masja en begint met haar te flirten, in en buiten de school, kennelijk zonder op het idee te komen dat hij zoiets niet kan maken. Verder moet hij na overmatig drankgebruik soms een les verzuimen. Wanneer hij straalbezopen sleetje gaat rijden van een steile helling, breekt hij een been – hij gedraagt zich volslagen onverantwoordelijk.

Als hij dan ook nog zijn echtgenote en zijn beste vriend voorstelt met elkaar het bed te delen, wat niet aan dovemansoren gezegd is, vraag je je af wat deze man bezielt. Zijn collega Kira, een van de vele mooie vrouwen die hij halfhartig achternaloopt, doet een poging hem te analyseren. Volgens haar hangt hij de idioot uit om te verhullen dat hij een idioot is. Dat is een rake opmerking, maar ze dringt nét niet tot de kern door. Sloezjkin is een masochist, waarmee ik niet de seksuele perversie bedoel, maar de psychologische variant ervan: door steeds keuzes te maken die slecht uitpakken, geniet hij het dubbele voordeel als ongelukkige beklaagd te worden én zijn ongeluk zelf bewerkstelligd te hebben. Op de bodem van de kuil kan hij zeggen dat hij die hoogstpersoonlijk gegraven heeft, en zo staat hij boven zijn lot.

Het verhaal vindt zijn ontknoping in een trektocht die Sloezjkin onderneemt met acht leerlingen, onder wie de begeerde Masja. Ivanov is een groot stilist en in natuurbeschrijvingen, zoals van de woeste taiga en de rivier die ze op een vlot bevaren, is hij op zijn best. Zoals te verwachten was, loopt een dergelijke onderneming, onder leiding van een incompetente leraar uit op een ramp en het is een wonder dat er geen doden vallen. Als een doorweekte, uitgeputte Masja op het punt staat zich aan haar leraar over te leveren, komt Sloezjkin tot een inzicht.

Dat is het bemoedigende einde van een grappige, spannende, lichtelijk verwarrende roman over iemand die peinst: ‘Mij is het mooiste geluk in het leven ten deel gevallen: ik kan gelukkig zijn, terwijl ik verdrietig ben.’

    • Marco Kamphuis