De drukste Spelen ooit

Het eerste record hebben de Olympische Spelen die vandaag officieel zijn geopend, alvast binnen. Het aantal deelnemers dat in Peking en zes andere Chinese steden wordt verwacht, 11.128, overtreft dat van de Spelen van 2000 in Sydney. Met 10.651 sporters waren dat de drukst bezette Spelen uit de geschiedenis. Aan de eerste moderne Olympische Spelen, in 1896 in Athene, deden 285 sporters (alleen mannen) uit dertien landen mee en er stonden negen sporten op het programma. De komende weken zijn er 302 gouden medailles te behalen, verdeeld over 28 sporten. De deelnemers komen uit 205 landen. Tussen de eerste en de 26ste zomerspelen zijn er veel sporten bijgekomen, en dus ook veel meer deelnemers, maar er zijn er niet zoveel afgevallen.

De vraag dringt zich op of dit grootste sportevenement ter wereld niet uit zijn voegen begint te barsten. Om de veiligheid te waarborgen is er in de buurt van de olympische complexen afweergeschut opgesteld, worden meer dan 100.000 militairen en politieagenten ingeschakeld en was vanmiddag het luchtvaartverkeer boven Peking (waar het avond was) stilgelegd. Wellicht zegt dit iets over de situatie in China. Maar ook Londen, over vier jaar de organiserende stad, zal niet ontkomen aan draconische voorzorgsmaatregelen.

Er zijn ook sportieve argumenten aan te voeren voor kleinere en compactere Olympische Spelen, zonder dat dit aan de grandeur van dit evenement hoeft af te doen. Integendeel zelfs. Het adagium van de stichter van de moderne Spelen, de Franse baron Pierre de Coubertin (1863-1937), dat deelnemen belangrijker is dan winnen, is allang begraven, nog eerder dan hijzelf. De Spelen zijn het podium geworden voor absolute topsport; de beste sporters ter wereld strijden er om de medailles (en de glorie, en het geld).

Althans: zo zou dat moeten zijn. Maar het gaat bijvoorbeeld niet op voor mannenvoetbal, waarvoor op de Spelen leeftijdsgrenzen gelden. Het WK is bovendien voor het voetbal, dat al met een overvolle agenda kampt, een evenement van veel grotere betekenis. Dan kan zo’n sport maar beter van de Spelen verdwijnen, ook al trekt voetbal veel kijkers.

Ook bij het honkbal, al geschrapt voor 2012, ontbreken de beste (Amerikaanse) spelers in China. Voor beroepswielrenners op de weg zijn de Spelen niet meer dan een tussendoortje. Hetzelfde geldt voor tennissers, voor wie de vier grandslamtoernooien belangrijker zijn.

De laatste decennia maken elke vier jaar twee sporten (in 2016 drie) plaats voor twee nieuwe. De leden van het IOC bepalen bij stemming welke sporten dat lot treft. Welke criteria bij dit roulatiesysteem gelden, is niet erg duidelijk, maar vaststaat wel dat media-aandacht voor een sport bij de vercommercialiseerde Spelen van groot belang is. De uitzendrechten op tv zijn dit jaar naar schatting goed voor een opbrengst van ruim 1,7 miljard dollar. Twintig jaar geleden, Seoel 1988, ging het nog om 402,6 miljoen dollar.

Te vrezen valt dat dergelijke magische bedragen sportieve argumenten naar de achtergrond zullen dringen.