Bush is kritisch over mensenrechten in China

De Amerikaanse president Bush heeft vlak voor zijn aankomst gisteren in Peking een lans gebroken voor „fundamentele vrijheid voor het volk van China”. „Wij spreken ons uit voor een vrije pers, voor werknemersrechten en voor het recht op vergadering. Niet om de confrontatie met de Chinese leiders te zoeken, maar omdat meer vrijheid de enige weg is waarlangs de mogelijkheden van China voluit benut kunnen worden”, zei Bush.

In de Thaise hoofdstad Bangkok, waar hij onderweg naar Peking een tussenstop maakte, verzachtte Bush zijn directe kritiek op de Chinese autoriteiten door de economische ontwikkeling van China te prijzen. Bovendien liet Bush zich lovend uit over de economische samenwerking met de VS en de opstelling van China in internationale kwesties. Met name over de bijdrage die China heeft geleverd aan de gesprekken met Noord-Korea en Iran over hun nucleaire programma’s is de Amerikaanse president „zeer tevreden”.

Bush zei er van overtuigd te zijn dat China zich „op eigen voorwaarden en met in achtneming van de eigen tradities” zal hervormen. China zal volgens Bush ontdekken dat „mensen die zeggen wat zij denken en in God geloven geen bedreiging zijn voor de toekomst van China”.

Ondanks Bush’ harde woorden, is de relatie tussen de VS en China „nog nooit zo goed geweest als de afgelopen zeven jaar”, aldus de Chinese hoogleraar Wu Jianmin, oud-diplomaat in Washington en nu deken van Chinese ambassadeurs in Europa en de VS. Terwijl in de VS de kritiek op het Chinese beleid in Soedan en Birma toenam, bleven de relaties op het hoogste niveau „allerhartelijkst”.

Bush heeft tot zichtbare tevredenheid van de Chinese overheid en het bedrijfsleven iedere poging van het Amerikaanse Congres tegengehouden om de handelsrelaties met China in stelling te brengen bij de mensenrechtendiscussie. Onder president Clinton was dit al het geval, tot groot genoegen van het Amerikaanse bedrijfsleven en de Chinese regering.