Birma herdenkt opstand 08-08-’88

In Birma wordt vandaag de studentenopstand van 1988 herdacht. Twintig jaar later is de mensenrechtensituatie eerder verslechterd dan verbeterd. China speelt daarbij een belangrijke rol.

De ogen van de wereld zijn vandaag gericht op Peking voor de opening van de Olympische Spelen, maar anders dan in China is acht geen geluksgetal in Birma. Vandaag twintig jaar geleden, op 8 augustus 1988, begon het leger met het neerslaan van de studentenopstand, het grootste protest tegen het militaire regime sinds dat in 1962 aan de macht kwam. Er vielen naar schatting 3.000 doden.

De Birmezen herdenken vandaag in besloten kring. De junta heeft extra politie en spionnen op strategische posten geplaatst en monniken verboden hun kloosters te verlaten, op hun dagelijkse bedelronde na. Zo wil het regime van generaal Than Shwe voorkomen dat de Birmezen de datum aangrijpen voor nieuwe protesten. De kans daarop is uiterst klein, omdat iedereen die ervan verdacht wordt een massa op de been te kunnen brengen gevangen zit.

Dat is mede het gevolg van het Chinese beleid ten aanzien van Birma. Keer op keer blokkeert China pogingen in de Veiligheidsraad om Birma ter verantwoording te roepen voor mensenrechtenschendingen, met het argument dat het „binnenlandse aangelegenheden” betreft. Dat gebeurde in januari vorig jaar, toen de VS met een resolutie wilden oproepen tot de vrijlating van oppositieleidster Aung San Suu Kyi en andere politieke gevangenen. Het gebeurde in september, toen het leger met scherp schoot op protesterende monniken, en de raad niet tot een veroordeling kon komen. En het gebeurde in mei, toen Frankrijk de internationale ‘verantwoordelijkheid tot bescherming’ wilde aangrijpen toen bleek dat de junta weigerde buitenlanders toe te laten voor hulp aan de slachtoffers van cycloon Nargis. „China heeft meer dan welk ander land ook het wrede Birmese regime helpen overleven”, verklaarde Human Rights Watch vandaag.

China is een van de belangrijkste bondgenoten van de junta en profiteert indirect van de westerse sancties, via handelscontracten. Het regime heeft weinig te lijden onder die sancties zolang ook landen als India, Thailand, Singapore en Maleisië er volop zaken mee doen. Behalve economische motieven heeft Peking ook politieke redenen om het regime te steunen. Een functionerende oppositie zou meer rechten bepleiten voor de tientallen gemarginaliseerde etnische groepen, terwijl China geconfronteerd wordt met vergelijkbare eisen van Tibetanen en de Oeigoeren in Xinjiang.

Volgens Amnesty International is het aantal politieke gevangenen sinds het protest in september gestegen van ongeveer 1.100 naar ruim 2.000. Ook de leiders van ‘1988’ werden toen weer vastgezet, en in het voorjaar werd het huisarrest van Aung San Suu Kyi weer verlengd. Het gevolg was dat een komiek de belangrijkste overgebleven tegenstander van Than Shwe werd. Tot die komiek, Zarganar, in juni ook werd gearresteerd omdat hij zich in buitenlandse media kritisch had uitgelaten over de falende hulp aan de 2,4 miljoen slachtoffers van de cycloon. Gisteren werd hij met drie anderen in de beruchte Insein-gevangenis in Rangoon aangeklaagd voor onder andere ordeverstoring.

In de delta, waar het merendeel van de geschatte 140.000 doden is gevallen, is de situatie na drie maanden nog uiterst slecht, zeggen hulporganisaties. Veel hulpverleners zijn terughoudend in hun kritiek op de junta, om hun positie in het land niet in gevaar te brengen. Persbureau AP vloog deze week over het rampgebied en constateerde dat de situatie in veel gevallen ernstiger is dan de VN en de Zuidoost-Aziatische organisatie ASEAN hebben gerapporteerd. Uit een recent onderzoek in 291 dorpen blijkt dat de voedselvoorraden van 55 procent van de inwoners beperkt zijn tot één dag. Bijna een miljoen mensen heeft voedselhulp nodig tot na de oogst. Terwijl bij andere rampen de meest urgente hulp na twee weken geleverd is, verkeert Birma voorlopig nog in een noodsituatie.