Berlages paleis wordt weer een deel van de stad

De Beurs van Berlage in Amsterdam is een paleis dat maar matig bezocht wordt. Toch lopen er dagelijks 100.000 mensen langs. „Een flink deel moeten we binnen kunnen halen.”

Het voormalige schipperscafé in de Beurs. Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 07-08-2008 Kantoor van een orkest in het 'Schippers cafe' De Beurs van Berlage is een rijksmonument, gelegen aan het Damrak en Beursplein, Oude Brugsteeg en Beursstraat, in het centrum van Amsterdam, ontworpen door Hendrik Petrus Berlage. Het gebouw is tegenwoordig in gebruik als centrum voor exposities, congressen en andere bijeenkomsten. Het noordelijke deel wordt gebruikt voor repetities en kantoren van het Nederlands Philharmonisch Orkest. De Beurs van Berlage behoort tot de Top 100 der Nederlandse UNESCO-monumenten. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

De Beurs van Berlage in Amsterdam ziet er met zijn zware muren, vele bogen en vierkante toren uit als een middeleeuwse burcht – en blijkt net zo ondoordringbaar. De schepping van de architect H.P. Berlage geldt als een uniek bouwkundig monument met zijn tegeltableaus, plafondschilderingen, natuurstenen reliëfs, kleurige geglazuurde bakstenen en houtsnijwerk. Toch is de Beurs een matig bezocht gebouw dat tobt met tekorten.

Dat moet veranderen nu de Beurs in is handen gekomen van de gemeente Amsterdam, woningcorporatie De Key en de beleggers Amvest en Rabo Bouwfonds. De nieuwe eigenaren willen het gebouw met de repetitieruimte, de tentoonstellingszaal en kantoren omtoveren tot een „overdekte marktplaats”. Dagelijks lopen ongeveer honderdduizend mensen van het Centraal Station naar de Dam. „Een flink deel van die stroom moeten we binnen kunnen halen”, zeggen directeur Erik Gerritsen en Michiel Schaap Amvest.

Het beeld dat hen voor ogen staat is dat van het Italiaanse ‘Palazzo Pubblico’, het openbare paleis. Het Palazzo Pubblico in Siena – met de vierkante hoektoren – was een eeuw terug de inspiratiebron voor Berlage bij zijn ontwerp van de toenmalige graan- en grondstoffenbeurs. De nieuwe eigenaren worden meer geïnspireerd door het Palazzo Ducale in Genua. „Daar maakt de combinatie van restaurants, cultuur en kantoren dat er veel mensen in en uit gaan en het gebouw deel van de stad is geworden”, zegt Schaap.

Hoe dat met de Beurs moet, wordt komende maanden uitgewerkt. Naast vergaderkamers, kantoren, tentoonstellingsruimten en concertzalen, komen er passende winkels, cafés en restaurants. „De Beurs wordt de plek waar mensen met elkaar eten, praten, handel drijven en van cultuur genieten”, vertelt wethouder Carolien Gehrels (deelnemingen, PvdA).

Behalve een ultieme ontmoetingsplek is de Beurs is voor Gehrels ook een „metafoor” voor de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven om de kwaliteit van de stad te verbeteren. Het stadsdeel Centrum verkocht na jaren van exploitatieverliezen voor 15 miljoen euro de Beurs aan de centrale stad. Gehrels wist vervolgens voor 23 miljoen euro driekwart van de aandelen te verkopen aan de drie marktpartijen. De aandeelhouders willen De Beurs binnen vijf jaar redelijk rendabel maken.

De Beurs is echter ook een metafoor voor de spanningen die horen bij de commerciële exploitatie van een monumentaal gebouw in een drukke binnenstad. Tussen droom en daad liggen de beperkingen van de monumentenstatus, de verkeersstromen door de straten, de overdaad aan regels en de wildgroei van activiteiten in de omgeving.

Neem de zuidkant. Daar belemmert een terras de toch al niet ruime toegangspoorten grotendeels. Natuurlijk zou de cafébaas het meubilair graag verder het plein opschuiven, maar een blauw koord geeft aan dat dit niet mag van stadsdeel Centrum. En dan het Beursplein zelf: een enorme fietsenstalling die van het drukke Damrak is afgesneden. Schaap wijst op een historische foto: „Ooit vormden Beursplein en Damrak een geheel, maar het plein is in repen gesneden door de aparte stroken voor tram, auto’s, fietsers en voetgangers.”

De gemeente kijkt naar dit soort dingen bij de aanpak van het zogeheten Rode Loper-project, waarbij het hele gebied rond het Damrak wordt opgeknapt. Het Beursplein wordt ook opgefrist, al was het maar omdat de nabijgelegen Bijenkorf en de effectenbeurs dat graag willen. Het zal nog jaren duren, zegt Gehrels: „Maar een café vestigen in het voormalige schipperscafé kan redelijk snel.”

De westkant, waar nu nog het kantoor van het Nederlands Philharmonisch Orkest zit, heeft nog steeds grandeur. Op de sierlijke bogen staan tegelwijsheden, de draaideur is een monumentaal beeldhouwwerk. Gerritsen: „Als je het raam opschuift, heb een verbinding met de stad.” Voor het raam staat nu echter een vrachtwagen op het trottoir, zoals zo vaak.

In de Beurs heeft Berlage alles ontworpen, tot en met de kastjes van de beurshandelaren. In de vroegere zaal van de Kamer van Koophandel ligt zelfs nog het tapijt van Berlage. „Daardoor kun je hier nog geen glas water drinken. Dat is lastig bij een vergadering”, zegt Schaap: „Het is misschien beter om hier een kopietapijt neer te leggen.” Gerritsen, meteen: „Ho, ho, denk aan Pauline Kruseman.”

Kruseman is de directeur van het Amsterdams Historisch Museum, dat verantwoordelijk is voor het behoud van de inrichting – zoals de monumentendienst dat is voor het gebouw. „Het unieke van de Beurs is, dat alles in samenhang is ontworpen voor die plek”, zegt Kruseman: „Wij willen dus bij voorkeur alles in situ bewaren. Maar ik zeg nooit nooit. Over een goed plan is altijd te praten.”

Aan de noordkant, waar grachtenpanden in het water staan, legden vroeger de graanschepen aan. Gerritsen: „Op een oude foto zie je hoe je vanaf het station een onbelemmerd uitzicht had op de Beurs die er echt uitzag als een paleis.” Nu is de noordkant vervuild door auto’s, een keet van een rederij, een vuilverzamelplek en een soort telefoonpaal. „Weg met die troep”, vindt Schaap. Gerritsen: „Dat wil ik binnen enkele jaren.” Schaap: „Van mij mag het wel wat sneller.”

    • Karel Berkhout