Belfast is hipperdan Londen

Elke maand een stedentrip: deze keer Belfast.

Voorspoed, verlangen en succes kenmerken de Noord-Ierse stad tegenwoordig.

Vergeet de sektarische muurschilderingen, de laagvliegende militaire helikopters en de gepantserde politiewagens. Noord-Ierland is veranderd. En niet zo’n beetje ook. Sinds de Troubles – de strijd of Noord-Ierland Brits dan wel Iers zou moeten zijn – vorig jaar werden beslecht, gaat het in een groot deel van Belfast tegenwoordig over tweede hypotheken, outfits van Mark Jacobs en de vraag waar je de lekkerste oesters eet.

„Kijk wat een prachtige kleding van Sarah Lanzi hier wordt verkocht”, zegt Cathy Martin. Ze streelt met haar vingers over de stof en kijkt goedkeurend rond in Envoy; een trendy winkel in het hart van Belfast. De 34-jarige Martin organiseert jaarlijks de hoofdstedelijke Fashion Week en is een veelgevraagd pr-adviseur. „Vroeger was ik model en tv-presentatrice, maar dat heb ik opgegeven toen ik in zaken ging.” Ze dribbelt door de boetiek en maakt aantekeningen op haar BlackBerry. „Ik wil altijd precies weten wat overal hangt.”

In nog geen tien minuten weet Martin genoeg en heeft ze met de eigenaar van de zaak gesproken en ook nog twee telefoontjes afgehandeld. Even later sprint ze naar haar zwarte Mini Cooper; ze wil het nieuwe Belfast laten zien. Niet de standaard toeristenspots als de Linen Hall Library, St Anne’s Cathedral of de Crown Liquor Saloon. Martin wil het Belfast van de voorspoed, het verlangen en het succes showen. Ze scheurt – „ik heb pas echt goed leren autorijden in Milaan” – langs het pas geopende Victoria Square. Een enorm winkelcentrum met een indrukwekkend grote glazen koepel, (titty in the city in de volksmond) waar vooral de luxueuzere modemerken te vinden zijn. Via het in aanbouw zijnde Titanic Quarter – „Hier komen de mooiste en duurste appartementen van Belfast!” – rijden we naar BT9. Het postcodegebied in het zuiden van de stad waar de happy few zich hebben genesteld en de hipste winkelstraat van Belfast ligt: Lisburn Road.

In BT9 geen oranjebruine meisjes in superzomerse outfits. De dames die hier winkelen zijn goudbruin van de Franse of Italiaanse zon. Niet van de spraytan cabines die iedereen uit de minder welvarende wijken in wandelende oranjegekleurde wortels doen veranderen. Maar ook op Lisburn Road gaan de vrouwen zomers gekleed. Het is namelijk een ongeschreven Noord-Ierse wet dat als het kwik de 10 graden passeert, de zomergarderobe tevoorschijn komt. Dan draagt niemand nog een jas en zijn de rokjes korter dan kort. „Noord-Ieren zijn warmbloedige mensen”, verklaart Martin. „Wij hebben het niet zo gauw koud.”

Ze parkeert haar Mini bij een bushalte, vist haar enorme tas van de achterbank en speurt razendsnel naar parkeerwachten. „Ik heb geen tijd om een parkeerplek te zoeken. Kom, we wagen het erop.” Martin rent bij Harper naar binnen. „Deze boetiek is een en al luxe!” De zakenvrouw wervelt door de zaak. „Dior, Dolce & Gabanna, Chloe én Christian Louboutin schoenen. Dit is pure weelde!” Verrukt kijkt ze naar een paar knalroze muiltjes met torenhoge hakken en voelt ze aan een paar tomaatrode lakschoenen. Vijf minuten later springt ze in haar auto en wijst al rijdend, en bellend, naar al haar andere favoriete winkels en regelmatig maakt ze een noodstop om bekenden te groeten. „Belfast is een dorp.” Pragmatisch: „Een minnaar kun je dus wel vergeten. Binnen no time is iedereen op de hoogte van je affaire.”

Martin rijdt over Victoria Street. Ze wijst in het centrum van de stad het nieuwe, modieuze Malmaison hotel aan, het prijzige Merchant en vertelt over Ollie’s nachtclub die in de kelders van dat laatste hotel huist. „Daar moet je zijn in het weekeinde als je lekker wilt dansen.” Voor de lunch heeft ze Made in Belfast uitgekozen. Een gloednieuw en trendy restaurant dat gerund wordt door de Londense Emma. Volgens haar is Belfast tegenwoordig hipper dan Londen. „Ik moest en zou hier een restaurant openen; in Noord-Ierland gebeurt het.” Ze rent weg om bestellingen door te geven. Als ze even later café latte’s serveert, vertelt ze dat Belfast dé plek is voor mensen met plannen. „Je krijgt hier makkelijk een lening én je wordt met open armen ontvangen. Het is hier geweldig!”

„Belfast bruist”, beaamt Cathy Martin. „Alles kan en de mogelijkheden liggen voor het oprapen.” Terwijl ze haar Italiaanse broodje met mozzarella en friet – in Noord-Ierland krijg je steevast patat of chips bij een broodje – opeet, maakt ze aantekeningen op haar BlackBerry. „Ik organiseer binnenkort het officiële openingsfeest van deze zaak en noteer wat voor soort mensen hier lunchen.”

Als ze iemand van de gemeente ziet zitten, schiet ze er meteen op af om de drankvergunning voor Made in Belfast te bespreken. „Een openingsfeest zonder champagne is toch ondenkbaar?” Stralende ogen: „Succes moet je vieren!”