Voetbal en de Spelen: een lastige combi

Het sporttribunaal CAS heeft gisteren bepaald dat Barcelona voetballer Lionel Messi mag opeisen.

Het olympische voetbal heeft meer problemen.

Het is niet meer aan bondscoach Sergio Batista of Lionel Messi vandaag met het Argentijnse olympisch elftal tegen Ivoorkust speelt. De voetballer, die wel al in Shanghai is gearriveerd, mag op het laatste moment worden opgeëist door zijn werkgever Barcelona. De Spaanse club bestreed de regel van wereldvoetbalbond FIFA dat clubs verplicht zijn hun spelers af te staan voor de Olympische Spelen en werd gisterochtend in het gelijk gesteld door het internationale sporttribunaal CAS.

Het is niet voor het eerst dat het voetbal op de Olympische Spelen voor problemen zorgt. In 1932, 32 jaar nadat voetbal op het olympische programma was gezet, werd de toon gezet voor een moeizame relatie tussen de sport en de Spelen. Toen werd in Los Angeles het voetbaltoernooi geschrapt omdat spelers bij het wereldkampioenschap van 1930 zouden zijn betaald. Dat was in strijd met het streven van het IOC om alleen onbetaalde sporters toe te laten.

Na de Tweede Wereldoorlog vonden voetbalbonden in de toenmalige Oostbloklanden een manier om de amateurstatus te omzeilen. Internationals traden officieel toe tot de strijdkrachten, maar waren in werkelijkheid voltijds voetballer en konden toch aan de Olympische Spelen deelnemen. Het leidde van 1952 tot en met 1980 tot gouden medailles voor Hongarije (drie), de Sovjet-Unie, Joegoslavië, Polen, Oost-Duitsland en Tsjechoslowakije. Frankrijk beëindigde de reeks in 1984, mede door een door de Sovjet-Unie geleidde boycot van de Zomerspelen van Los Angeles.

In 1988 voerde de FIFA met de leeftijdsgrens tot 23 jaar een nieuwe beperking in voor het olympische voetbaltoernooi, vooral om te voorkomen dat de Zomerspelen een tweede wereldkampioenschap werden. Op voorspraak van toenmalig IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch volgde de invoering van drie dispensatiespelers, die het voetbaltoernooi meer cachet moesten geven. De FIFA-regel dat clubs hun spelers tot 23 jaar moeten afstaan voor de nationale ploeg werd in 2006 weer bevestigd en in de afgelopen maanden herhaald. Want in China, waar gisteren het vrouwentoernooi is begonnen en vandaag het mannentoernooi van start gaat, zou het olympische voetbal de strijd aanbinden met het sleetse imago.

Maar vlak voor de Olympische Spelen zijn FIFA, clubs en nationale bonden betrokken bij een klucht over de zelf opgelegde beperking. Behalve Messi (21) kregen ook de Brazilianen Rafinha (22) van Schalke 04 en Diego (23) van Werder Bremen aanvankelijk geen toestemming van hun clubs naar China te reizen. Barcelona nam het initiatief voor een gezamenlijke stap naar het CAS, dat gisteren uitspraak deed. Daarop gaven Werder en Schalke de Brazilianen enkele uren later alsnog toestemming te spelen – onder voorwaarde dat niet de clubs, maar de landen aansprakelijk zijn in het geval van een ernstige blessure.

FIFA-voorzitter Sepp Blatter sprak maandag in Peking de hoop uit dat alle clubs overstag zouden gaan, ook als de beslissing van het CAS in het nadeel van de wereldvoetbalbond zou uitvallen. „In twintig jaar hebben we geen enkele klacht gehad over de regels”, zei Blatter maandag. „Ik ben verrast dat clubs zo’n houding aannemen tegenover de FIFA en hun eigen spelers. Het is geen kwestie van solidariteit, maar een kwestie van respect naar de spelers. De Duitser Jürgen Klinsmann noemde het in ontvangst nemen van de bronzen olympische medaille in 1988 het mooiste moment van zijn carrière. Daarom moeten spelers gewoon spelen.”

Hoewel voetbal als populairste sport ter wereld binnen het IOC niet ter discussie staat, heeft het olympische toernooi in voetbalkringen weinig aanzien. Europese clubs staan in de voorbereiding liever niet hun dure aankopen af uit Afrika en Latijns-Amerika. Onder voetballers is het enthousiasme voor de Spelen niet altijd even groot, mede doordat een olympische medaille niet het hoogst haalbare is, zoals in atletiek of zwemmen.

Ook komen de commerciële belangen niet altijd overeen. Het tenue van de Braziliaanse olympiërs was afgelopen week reden voor onenigheid tussen de organisatie en Brazilië. De ploeg wilde in kleding van de eigen sponsor Nike spelen, de organisatie drong aan op shirts van toernooisponsor Adidas.

Blatter verwachtte dat alle problemen voor het begin van het voetbaltoernooi zouden zijn opgelost, maar moest erkennen dat de FIFA in voorbereiding op de Olympische Spelen van 2012 nieuwe obstakels wachten. De voetballers van Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland zullen in Londen voor één keer gezamenlijk onder de vlag van Groot-Brittannië moeten spelen. De Britten vrezen dat de Spelen in eigen land het einde zullen inluiden van het FIFA-privilege van aparte nationale elftallen.

Volg de wedstrijd van het Nederlands olympisch elftal tegen Nigeria en de andere voetbalwedstrijden via nrc.nl/spelen

    • Michiel Dekker