Rwanda klaagt Frankrijk aan

Rwanda beschuldigt 33 Fransen van betrokkenheid bij de genocide van 1994.

President Kagame hoopt zo stemmen te trekken.

Rwanda roept Frankrijk ter verantwoording voor de genocide van 1994. De beschuldigingen klinken hard, maar inhoud noch publicatiedatum komt als een verrassing. Wel ondermijnen ze de wederzijdse betrekkingen die zich juist herstelden van de vorige ruzie.

Tientallen Franse kopstukken verleenden „politieke, militaire, diplomatieke en logistieke” steun voor de genocide van 1994 in Rwanda, aldus een dinsdag in Kigali gepubliceerd, 500 pagina’s dik rapport. Franse militairen hebben zelfs meegedaan aan het „vermoorden en verkrachten” van Tutsi’s en gematigde Hutu’s. Volgens het rapport zouden in totaal 33 hooggeplaatste Fransen, onder wie toenmalig president François Mitterand en toenmalig premier Edouard Balladur, bloed aan hun handen hebben. Parijs noemde de aantijgingen gisteren „onacceptabel”.

De Franse en Rwandese regeringen hebben elkaar jaren beschuldigd van verantwoordelijkheid voor de moord op 800.000 Hutu’s en gematigde Tutsi’s. De nieuwste beschuldigingen lijken vooral een represaille voor het besluit in 2006 van een Franse onderzoeksrechter om arrestatiebevelen uit te vaardigen tegen negen naaste medewerkers van de huidige Rwandese president Paul Kagame. Volgens de rechter gaf Kagame in april 1994 als leider van de Tutsi-rebellenbeweging FPR het bevel voor het neerhalen van het vliegtuig van toenmalig Hutu-president Yuvenal Habyarimana, een gebeurtenis die geldt als startsein voor de Hutu-milities om Tutsi’s te vermoorden. De enige reden dat Kagame zelf niet werd aangeklaagd, is zijn presidentiële immuniteit.

Rwanda verbrak eind 2006 de banden met Frankrijk en intensiveerde het gisteren gepubliceerde onderzoek naar Franse betrokkenheid bij de genocide. Kigali verweet Parijs al langer dat het de Hutu-milities, de gevreesde Interahamwe, trainde en bewapende. Historici zijn het er over eens dat Frankrijk voor 1994 de Huturegering van Rwanda hielp tegen de FPR.

Het Rwandese rapport was eind vorig jaar al gereed, maar de regering heeft het nu pas openbaar gemaakt. Dat lijkt allesbehalve toeval. Kagame hoopt volgende maand herkozen te worden tijdens de tweede presidentsverkiezingen sinds de genocide. Een ferme houding tegenover Frankrijk, dat Rwanda in het verleden als onderdeel van ‘Frans-Afrika’ beschouwde, kan stemmen opleveren. Juist vorige week arriveerden tachtig Europese waarnemers in Kigali. De publicatie van het kritische rapport over EU-voorzitter Frankrijk lijkt ook een signaal aan de toezichthouders dat zij als neokoloniaal ervaren worden.

In januari van dit jaar erkende de Franse minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner in Kigali dat zijn land tijdens de genocide „politieke fouten” heeft gemaakt, een handreiking na de diplomatieke rel in 2006 en een uitvloeisel van de door Nicolas Sarkozy geformuleerde beleid om de relaties met het voormalige Franse Afrika, la Francafrique, te verbeteren. Maar Kagame lijkt nu dus bereid om de prille toenadering tot Frankrijk op het spel te zetten.

Kagames zelfbewuste houding stoelt niet alleen op opportunisme, ze lijkt ook de toegenomen internationale acceptatie van Rwanda te weerspiegelen. Het land is sinds de genocide uitgegroeid tot internationale donorlieveling. Dat Kagame net zo autoritair regeert als menig ander Afrikaans staatshoofd, wordt daarbij door de vingers gezien.

Met name met de VS heeft Rwanda de afgelopen jaren uitstekende relaties opgebouwd. Washington beschouwt Rwanda als een betrouwbare diplomatieke uitvalsbasis in het verder uiterst instabiele hart van Afrika. Amerika heeft net een nieuwe ambassade neergezet in Kigali. Kagame en George Bush onderhouden warme betrekkingen: de Rwandese president genoot zijn militaire opleiding in de VS, de Amerikaanse president deed Rwanda aan tijdens zijn Afrika-reis eerder dit jaar. Frankrijk mag zoeken naar herstel van de diplomatieke banden, Rwanda heeft onder Kagame gekozen voor de Angelsaksische wereld in plaats van Frankrijk.

Voor Nicolas Sarkozy betekent de ruzie met Rwanda de derde diplomatieke rel in Afrika sinds zijn aantreden, wat toch anders klinkt dan de verbetering met la Francafrique die hij had aangekondigd. In Senegal wekte hij vorig jaar woede met zijn opmerking dat het kolonialisme „niet verantwoordelijk is voor alle ongeluk in Afrika” – veroorzaakten de Afrikanen niet zelf volkerenmoord, dictaturen, corruptie en vervuiling? In Tsjaad moest hij excuses aanbieden nadat Franse ‘hulpverleners’ een mislukte poging hadden gedaan om 103 Tsjadische kinderen te ontvoeren. En nu is daar – opnieuw – ruzie met Rwanda.

    • Mark Schenkel