Opeens alles zelf doen valt niet mee

In twaalf jaar tijd verbleef het gezin Nathani in elf asielzoekerscentra. Nu heeft de familie een echt huis. Het gezin valt onder het generaal pardon. Delen hoeft niet meer.

Angelo Nathani (17) in de tuin van de nieuwe woning in Harderwijk. „Ik moet eraan wennen om ‘thuis’ te gaan zeggen.” Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland,Hardewijk, 06-08-2008 Angelo Nathani, ex asielzoeker, valt met zijn familie onder het generaal Pardon , Het gezin heeft, nu na 13 jaar in Nederland, een huis gekregen. foto Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Gobind Nathani (44) heeft eindelijk een eigen huis. Het is nog vrijwel leeg, maar het is een eigen huis. Een huis met een voordeur, een achterdeur en een tuin. Een huis met een keuken en een trap. En als hij die trap oploopt naar de eerste verdieping zijn daar de slaapkamers. Drie. En er is een badkamer met een douche. Een douche voor zijn gezin alleen. Delen hoeft niet meer. De sleutel heeft hij sinds twee weken.

Het afgelopen jaar woonde hij met zijn vrouw Dunnia Martin, zoon Angelo (net 17) en dochter Zenna (26) op een kamer van vijf bij vijf meter in een grote woning van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) in Apeldoorn. Ze woonden de afgelopen twaalf jaar in elf verschillende asielzoekerscentra door het hele land. Altijd op één kamer of in een caravan. „Ik moet zo wennen aan de ruimte”, zegt Dunnia, „Ik ga steeds in die kamers boven kijken. Om te zien dat het echt is.”

Begin vorig jaar werd duidelijk dat de familie Nathani uit Liberia onder de pardonregeling valt. Eind vorig jaar kregen ze alle vier een verblijfsvergunning. Ze vertelden toen in deze krant hoe ze, na jaren van onzekerheid als uitgeprocedeerde asielzoekers, weer hoop durfden te hebben. Angelo had al jaren lichamelijke (buikpijn, misselijkheid, zware hoofdpijn) en psychische problemen door de onzekere situatie. Dunnia slikte jarenlang antidepressiva.

Twaalf jaar lang mochten de ouders niet werken, geen opleiding volgen en geen Nederlands leren. Het generaal pardon bracht behalve een status, ook verplichtingen met zich mee. Nu moesten ze op zoek naar werk, een uitkering aanvragen, een burgerservicenummer, kinderbijslag en belasting gaan betalen. Allereerst wilden ze een huis. Maar een huis zoeken, hoe doe je dat?

Hun nieuwe huis staat in Harderwijk. Er staan twee groengeruite banken in.In de huiskamer staat verder een oud ladenkastje en er ligt een stapel laminaat. En een bed van Ikea voor Angelo nog in de verpakking. Op de slaapkamers liggen enkele matrassen op de grond. Verder is het huis leeg.

Gobind Nathani wilde graag een huis in Harderwijk omdat Angelo daar op school zit. Na de zomervakantie gaat hij naar 6 vwo. Waar het gezin ook heen moest verhuizen in de afgelopen jaren, Angelo bleef op dezelfde middelbare school. Hij ziet de school als een veilige haven. Het afgelopen jaar reisde hij dagelijks van Apeldoorn naar Harderwijk met de bus. Anderhalf uur heen en anderhalf uur terug. Het was de directeur van die school die met de gemeente onderhandelde om een huis voor de familie beschikbaar te krijgen. Een bevriende leraar hielp het gezin met verhuizen. „Hij is zo geweldig”, zegt Gobind. „We hebben geen auto. Ik weet niet hoe we het zonder hem hadden moeten doen.”

Drie vrienden van Angelo zijn al blijven slapen, twee weken terug. Ze wilden gaan stappen en de volgende dag uitslapen en Angelo zei: ‘Jullie kunnen bij mij overnachten.’ De vrienden zeiden: ‘Hè, bij jou?’ Angelo lacht. „Ik zei: ‘Ja, bij mij thuis.’ Ze kwamen, met luchtbedden en slaapzakken. Gobind en Dunnia waren nog in Apeldoorn, het huis was leeg. Angelo: „Het was hartstikke leuk.”

Dunnia vindt het ook leuk. „Voor het eerst in zijn leven kan hij vrienden uitnodigen.” Angelo: „Ik moet eraan wennen om ‘thuis’ te gaan zeggen, zo heb ik de kamers in de centra nooit genoemd.” Dunnia: „Ik zei altijd dat ik op vakantie in Nederland was, als iemand wat vroeg. Ik schaamde me om te zeggen dat ik in een asielzoekerscentrum woonde.”

Gobind vindt het huis prettig, maar maakt zich toch zorgen. Hij wil het inrichten maar heeft geen geld. Van de gemeente krijgt hij 5.000 euro. Dat is een lening. Volgende maand moet hij beginnen met terugbetalen. 75 euro per maand. Elke uitgave moet hij verantwoorden met bonnetjes. Hij kreeg bijna ruzie met Dunnia toen ze vier borden had gekocht. Waar is het bonnetje, vroeg hij toen ze thuis kwam. Ze was het kwijt.

5.000 euro klinkt veel, zegt Gobind. Maar alleen voor het bed van Angelo, een matras en een kast, was ik 850 euro kwijt. Het laminaat kostte een paar honderd euro, en dan heb ik echt het goedkoopste genomen. En een tafel en stoelen om aan te eten zou ook fijn zijn. We hebben een wasmachine nodig en Angelo een bureau. Anders kan hij niet studeren. En hij moet internet hebben voor school. Maar hoe kies je een abonnement? Ik zou zo graag willen dat het geregeld is voordat Angelo weer naar school moet.”

De stress slaat toe. Gobind gaat door. „Denk je dat we in aanmerking komen voor huurtoeslag? Hoe vraag je dat aan?” De stopcontacten zitten los, iemand van de woningbouwvereniging zou dat komen repareren, maar hij is nog niet gekomen. Hij heeft zelfs nog niet gebeld. Moet ik nou naar het kantoor?” In het AZC werd alles voor je geregeld, zegt Dunnia Martin. „Als je iets wilde, moest je het vragen. Nu moeten we alles zelf doen en het moet ook nog eens allemaal in één keer.”

Lees de eerdere verhalen over de familie Nathani op nrc.nl/binnenland.

    • Sheila Kamerman