Olympische kippensoep

1 soepkip1 prei1 ui4 worteltjes1 laurierblad1 steranijs1 cm gemberwortel2 knoflooktenen1 (maïs) kipfilet4 bos-/lente-uitjes1 rood pepertje250 g paksoi100 g eiermie 1 eetl. (Japanse) sojasaussesamoliezout en peper

Snijd de prei in ringen en de gepelde ui in vieren. Schil de gemberwortel. Sla de knoflooktenen met de schil plat. Leg prei, ui, worteltjes, knoflook, laurierblad, steranijs en de gemberwortel in een flinke soeppan. Leg de soepkip in de pan en giet er anderhalve liter water op. Breng aan de kook en temper het vuur. Trek in ongeveer anderhalf uur een kippenbouillon. Zeef de soep. Laat de bouillon eventueel afkoelen en verwijder de vetlaag. Breng de bouillon op smaak met zout en peper.

Het vlees van de soepkip is nogal smakeloos. Het kan in een zuinige bui van het karkas worden geplukt en aan de soep worden toegevoegd. Maar de soep is lekkerder als er ‘nieuw’ kippenvlees aan wordt toegevoegd: in reepjes gesneden maïskipfilet.

Verwijder de vliesjes van de lente-uitjes en snijd ze, inclusief het mooie deel van het groene loof, in stukken van circa 3 centimeter. Snijd het pepertje in dunne ringetjes en de paksoi in smalle repen. Breng de bouillon aan de kook.

Voeg eerst de kipfiletreepjes toe en na 2 minuten de paksoi en peperringetjes. Roer na 2 minuten de eiermie door de soep en laat die in circa 2 minuten beetgaar worden.

Breng de kippensoep op smaak met sojasaus. Schep de soep in grote, diepe kommen en laat er eventueel, want niet iedereen houdt van de smaak, enkele druppels sesamolie op vallen.

Anne Scheepmaker

Morgen: mousselinemayonaise

    • Anne Scheepmaker