Koudwatervrees bij obligatiehouders

Het is modieus geworden om een groot deel van de schuld voor de hypotheekcrisis af te schuiven op kredietverleners die niet bereid zouden zijn zelf enig risico vast te houden. Daar is wel iets voor te zeggen, maar het is een nogal simplistische voorstelling van zaken. Bovendien vormt het geen verklaring voor de vraag waarom beleggers in obligaties die worden gedekt door creditcardleningen, koudwatervrees lijken te hebben gekregen.

Zulke ‘securitisaties’ bieden immers precies datgene waar voorstanders van het idee dat kredietverleners zelf een groter deel van het risico zouden moeten vasthouden, toe oproepen: creditcardfirma’s, die tegenwoordig voor het grootste deel in handen zijn van banken, houden doorgaans een groot deel van het risico vast – meestal in de vorm van het zogenoemde ‘eerste verlies’.

Daarnaast verkopen creditcardfirma’s, in tegenstelling tot veel inmiddels failliete verstrekkers van risicovolle hypotheken, hun leningen aan een securisitatievehikel louter bij wijze van financieringsinstrument, en niet zozeer omdat zij afhankelijk zijn van deze praktijk als een essentiële inkomstenbron. Daarom is het in hun belang obligatiehouders tevreden te houden, zelfs als dat betekent dat ze zo nodig oninbare leningen uit het water moeten vissen: hoe hoger de verliespercentages, des te groter het gevaar van ‘vroegtijdige afschrijvingen’. Dat is een kunstige manier om te zeggen dat creditcardfirma’s gedwongen kunnen worden om álle leningen terug op de balans te nemen, hetgeen zelfs voor een goed gekapitaliseerde bank een onprettig vooruitzicht is.

Maar ook ondanks deze extra bescherming en de veel betere historische gegevens over het betaalgedrag van hun klanten dan waarover verstrekkers van subprime-hypotheken beschikken, trekken kopers zich nu terug. Na een zeer goed eerste half jaar is de uitgifte van nieuwe obligaties, die door creditcardleningen worden gedekt, teruggevallen naar de helft van het niveau van vorig jaar. De vijfjarige financieringskosten zijn volgens Deutsche Bank gemiddeld met 25 procent gestegen.

Misschien gaat het slechts om algemene bezorgdheid over de consumentenkredieten. Maar het kan ook zijn dat obligatiehouders, na de ongelukken van het afgelopen jaar, geen vertrouwen meer hebben in het vermogen van financiële instellingen om de risico’s te onderkennen die ze feitelijk lopen. Het in de boeken houden van de risico’s van subprime-hypotheken heeft de Britse bank HSBC immers niet geholpen miljardenverliezen te voorkomen. En veel verstrekkers van subprime-hypotheken hadden de risico’s die net buiten hun balans op de loer lagen over het hoofd gezien, want beleggers in vroegtijdig in problemen geraakte leningen hadden het recht hun stukken terug te verkopen. Creditcardsecuritisaties lijken veel veiliger. Maar een besluit om risico’s vast te houden of te verkopen betekent nog niet dat de kredietverstrekker ze ook werkelijk doorgrondt.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com