Jaap is de man die alles overziet

Loetje Klinkhamer (75) van eetcafé Loetje snapt dat hij zich niet meer met de zaak moet bemoeien. Hij gaat nog wel elke ochtend om zes uur schoonmaken.

Ludwig Klinkhamer, slager van beroep, komt altijd nog schoonmaken en een kaartje leggen in zijn oude eetcafé. fotograaf Anais Lopez Lopez, Anaïs

Jannetje Koelewijn

Ludwig Klinkhamer heet hij, maar zo’n naam werkt natuurlijk niet in Amsterdam. Dus vanaf dat hij uit Midden-Beemster hierheen verhuisde, is het ‘Loetje’. Zijn vader had een groentezaak, maar zijn zoons werden slager – vanwege de honger. Moet hij dat uitleggen? Een slager die zichzelf verhuurde aan een baas, had ’s woensdags recht op een bal gehakt en in het weekend op een pan soep en vleeswaren. Daar at het hele gezin van.

Zijn eerste eigen zaak had hij in de Jordaan, op de Elandsgracht. Zijn zoon Jaap was een kleuter, zijn dochter moest nog geboren worden, dus dat zal begin jaren zestig zijn geweest. Eerst ging het goed, het werd drukker en drukker, en opeens was het voorbij. Op het laatst had hij alleen nog maar kantoormensen die tussen vijf en zes bij hem een vinkie kwamen halen of iets anders dat vlug klaar was. Daarvoor werd hij niet slager.

Toen kwam deze kroeg in de Johannes Vermeerstraat te koop. Er stonden drie biljarten in, de beste van Nederland, en hij was altijd al een fanatiek biljarter geweest. Dus hij hoefde niet lang na te denken toen zijn broer zei: laten we dat doen. Het begon rustig – koppie koffie, slokkie – maar er kwamen steeds meer van die reclamejongens uit de buurt binnen en op een dag zei zijn vrouw: als we nou eens een uitsmijtertje gingen serveren, een biefstukkie. Haha, vanaf die dag werd het hard werken.

Reden waarom hij nooit heeft gewild dat Jaap hem zou opvolgen. Horeca betekent: dag en nacht werken. Die jongen heeft atheneum hè. Spreekt vier talen. Ga naar de Hogere Hotelschool, zei hij tegen hem toen die van school kwam. Werd-ie uitgeloot. Beroepsofficier dan. Werd-ie afgekeurd. Toen werd Jaap boos. Hij ging achter de bar werken.

Achteraf is het de goeie keuze geweest, want de zaak is gaan groeien en bloeien. Ze zitten nu ook in Ouderkerk en na de zomer openen ze hun tweede filiaal in Laren. En dat komt zuiver en alleen door Jaap. Een echte horecaman. Zakelijk. Sociaal. In staat om naar verhalen van klanten te luisteren en nog wat terug te zeggen ook.

Zelf heeft hij dat helemaal niet. Hij voelt zich slager – nog altijd. Een vakman. Waar vind je die nog in de huidige consumptiemaatschappij? Welke huisvrouw heeft er nog verstand van vlees? Zelf bakt hij elke avond een goed lapje vlees. Voor zichzelf. Want hij is tegenwoordig alleen. Zijn vrouw zit in het verpleegtehuis. Alzheimer.

Jaap kan het ook hoor, een biefstuk bakken. Dat heeft-ie hem wel geleerd. Maar Jaap is meer de man die de dingen overziet, het algehele beeld heeft. Heel anders dan hijzelf. Hij is kortzichtig. Zijn er problemen met het personeel? Jaap lost ze op. Hij schopt ze er gewoon uit. Hem hebben ze er trouwens ook uitgeschopt. Niet letterlijk hoor. Maar het is wel gebeurd. Geleidelijk aan lieten ze hem voelen dat zijn tijd erop zat.

Hé, ouwe.

Het begon ermee dat Jaap een espressomachine wou. Goed, wat moest dat kosten? Vierduizend gulden. Tjesus mina. Jaap drukte het gewoon door en op een gegeven moment, in 1995, heeft hij zijn vader uitgekocht. Het eerste wat er gebeurde, was dat de drie biljarten eruit gingen. Namen te veel ruimte in, zei Jaap. En de biljarters klaagden dat de andere klanten te hard praatten en steeds langs liepen. Jaap had gelijk natuurlijk. Maar het deed wel pijn.

Loetje Klinkhamer, slager in hart en nieren, heeft zich eraan overgegeven. Hij bemoeit zich er niet meer mee. Hij is hier wel elke dag, dat vindt zijn zoon goed. Hij komt om zes uur ’s morgens, zes dagen in de week, en dan helpt hij de schoonmakers. Om negen uur gaat hij naar huis en ’s middags komt hij weer terug. Gaat hij in de keuken vlees snijden. Of hij legt een kaartje.

Hij heeft een goed leven hoor. Genoeg geld om elke dag twee kippen te eten, als hij zou willen. Zijn zoon heeft hem een goede prijs voor de zaak betaald. Hij is in Thailand geweest, Zuid-Amerika, Indonesië. Soms gaat hij bij zijn vrouw op bezoek – met Moederdag en Kerst. Nooit alleen, dat durft hij niet. Zijn dochter gaat altijd mee. Een goeie meid hoor. Hoofd beveiliging bij justitie.

Kijk, daar loopt zijn zoon, die daar met zijn armen vol oude dozen. Wat een goeie jongen is het toch. ’t Is zomer hè, ze kunnen niet genoeg mensen krijgen. Maar Jaap is nooit te beroerd om zijn armen uit de mouwen te steken.

    • Jannetje Koelewijn