Het label zegt groei, de vlek zegt krimp

Fijn om te weten: bij nader inzien bent u eind vorig jaar aan een ongeluk ontsnapt. We vertellen het u alleen nu pas, want anders was u destijds misschien wel heel erg geschrokken.

Zo ongeveer gaat het met de rapportage van de Amerikaanse cijfers voor de economische groei. Vorige week meldde de overheid daar dat de groei over het tweede kwartaal 1,9 procent bedroeg. Amerikanen berekenen dat trouwens als een groei van kwartaal op kwartaal, waarbij wordt gedaan alsof deze zich een jaarlang heeft voorgedaan. Maar wat heeft de buitenwereld aan zo’n eerste raming? Zeer weinig. De eerste versies van de economische groei worden achteraf diverse malen bijgesteld, en vaak lijkt de definitieve uitslag in geen enkel opzicht meer op wat er aanvankelijk werd gemeld.

Vorige week bleek dat de groei in het vierde kwartaal geen 0,6 procent bedroeg zoals in februari was gemeld, maar is bijgesteld tot een krimp van 0,2 procent. Dat is natuurlijk niet met voorbedachten rade gedaan, maar het komt achteraf wel goed uit. Wat zou er gebeurd zijn als destijds, in het midden van een angstige fase in de kredietcrisis, een krimp van de Amerikaanse economie wereldkundig was gemaakt?

Het is in de VS al eerder gebeurd. Na het spatten van de internetzeepbel begin deze eeuw werden aanvankelijk nog redelijk gunstige economische cijfers openbaar gemaakt, maar na een golf van bijstellingen bleek dat er met terugwerkende kracht een recessie had plaatsgevonden, die overigens veel later, na nog meer bijstellingen, weer net geen recessie is geweest.

De Amerikanen zijn zeker niet de enigen. In Nederland herziet het CBS eveneens de groeicijfers met grote regelmaat. Vorige maand publiceerde het bureau een aardig overzicht over het verloop van de ramingen. Op basis van de eerste ‘flash’-ramingen zou de economische groei in 2005 bijvoorbeeld 0,9 procent hebben bedragen, maar dat bleek uiteindelijk 2 procent te zijn. Daar is weinig aan te doen: wegingen en methodes moeten van tijd tot tijd veranderen, en niet alle cijfers waaruit het bruto binnenlands product is opgebouwd zijn meteen beschikbaar en betrouwbaar.

Volgende week donderdag komt het eerste cijfer over de Nederlandse economische groei in het tweede kwartaal. Daar wordt, nu de conjunctuur hobbelig wordt, reikhalzend naar uitgezien. Zeker nu Duitsland, na een enorme groeispurt in het eerste kwartaal, in het tweede kwartaal volgens deze week uitgelekte cijfers een krimp doormaakt. Maar een korrel zout is, ook al doen de statistici nog zo hun best, wel op zijn plaats.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel