Een!

Lidwoorden, hebben we die echt nodig? Ze zijn vooral verwarrend. In veel talen bestaan ze ook helemaal niet (het Japans bijvoorbeeld). Ze zijn niet echt heel erg nodig, eigenlijk.

Daarom is het benadrukken van lidwoorden een rare bezigheid. Waarom zou je het onbelangrijkste deel van de zin een extra dreun geven? ‘Haarlem, dé stad waar je nog lekker kunt winkelen.’ Of: ‘Hét museum waar de Batavieren tot leven komen.’

Het benadrukken van het onbepaalde lidwoord (‘een’) is weer een heel ander verhaal. Op een gegeven moment is er iemand die heeft bedacht dat het spontaan en grappig is om te zeggen: ‘Één heel goede middag!’ Alsof een middag iets is dat je bestelt bij een broodjeszaak.

Ook heeft iemand, nog niet zo heel lang geleden, verzonnen dat je met het benadrukken van ‘een’ een analytisch tintje kan geven aan een verder alledaagse zin.

Vroeger zei je: ‘Mensen als Joop den Uyl, Wim Kok en Wouter Bos, die hebben de Partij van de Arbeid echt een gezicht gegeven.’ Nu gaat dat zo: ‘Een! Joop den Uyl, Een! Wim Kok, Een! Wouter Bos... die hebben de Partij van de Arbeid echt een gezicht gegeven.’ Belangrijk is dat ‘een’ hier niet wordt uitgesproken als ‘één’, maar meer als ‘UN’.

Wie ‘een’ benadrukt, suggereert dat er algemeen geldende regels aan het werk zijn. Dat er voorbeelden genoemd worden die staan voor véél grotere maatschappelijke bewegingen. ‘UN Mysteryland, UN Lowlands, UN Pinkpop... mensen hebben blijkbaar de behoefte samen een gevoel van gemeenschap te beleven.’

Waar het natuurlijk op neerkomt is dat ‘UN’ vooral aankondigt dat er zo direct een theorette aankomt die de spreker zojuist heeft bedacht, toen hij op de wc de Ditjes en Datjes aan het lezen was. En die nu wil brengen als een Belangrijk Nieuw Inzicht. ‘UN Sonja Bakker voelt natuurlijk haarfijn aan waar het naartoe gaat in Nederland.’ Jaja.

Paulien Cornelisse behandelt elke week een actueel en opmerkelijk taalfenomeen

    • Paulien Cornelisse