Baden op veilige afstand van de dokter

De Hongaar breekt in de gezondheidszorg alle records: Meeste dokterbezoek, meeste pillen, minste vertrouwen in de zorg. Maar zwavel en modder bieden hoop.

Aan de oever van het Rode Meer, in het Transsylvaanse Sovata, staan zwarte mannen in het Hongaars te keuvelen over het weer, hun echtgenotes en de koers van de forint. Ondertussen doet de brandende zon zijn werk. De modder, waarmee ze zich eerder van top tot teen hebben ingesmeerd, is verhard tot een pantser van microfossielen.

Een dame in badpak volgt hun voorbeeld: ze loopt het meer in, schraapt met haar handen langs de bodem en overgiet zichzelf met modder. Alleen haar brilmontuur blijft zichtbaar.

Bij de onwetende passant werkt het beeld op de lachspieren, maar voor de vaste Sovata-bezoeker is dit een serieuze zaak. De modder is geneeskrachtig, zeggen ze. Het helpt tegen prostaatklachten, huidziektes, onvruchtbaarheid, reuma, en tegen nog heel veel meer. Wie daaraan twijfelt heeft in Sovata niks te zoeken.

„István,” roept een verstijfde vrouw in eigengemaakte modderpakking tegen haar man die komt aanlopen. „Neem wat wijn en worst mee! Ik kan geen kant op.”

De zout- en moddermeren van Sovata, aan de voet van de Karpaten, vormen al sinds de negentiende eeuw een kuuroord. De Hongaarse adel verbleef er in de zomer, in statige houten villa’s rond het centrale Meer van de Beer. Ze dobberden er op het water met een zoutgehalte van 256 gram per liter.

Hongarije moest na de Eerste Wereldoorlog Transsylvanië aan Roemenië afstaan, maar de Hongaarstalige Szeklers bleven wonen in de regio rond Sovata. Lijdzaam zagen ze toe hoe onder het communisme spuuglelijke betonnen hotelcomplexen aan de oevers verrezen. Na de val van dictator Ceausescu in 1989 sloeg de verpaupering toe.

Maar de laatste jaren hebben investeerders Sovata weer op de kaart gezet. Het kuuroord is nu vooral populair onder Hongaren uit Hongarije. Ze komen uit nostalgie - terug naar het land dat ze ooit werd afgenomen. Maar wat de Hongaar bovenal drijft is een rotsvast vertrouwen in de heilzame werking van wat er uit de bodem omhoog pruttelt.

De relatie die de Hongaar onderhoudt met de geneeskunde is paradoxaal. Uit recente onderzoeken blijkt dat hij van alle Europeanen de meeste pillen slikt en het vaakst de dokter bezoekt. Op een bevolking van 10 miljoen heeft Hongarije ruim 200 ziekenhuizen. Nederland (16 miljoen inwoners) heeft er 120. Hongaarse chirurgen opereren twee keer zoveel als hun Nederlandse collega’s.

Maar vraag je de Hongaar naar zijn mening over de medische stand, dan trekt hij een vies gezicht. „Een corrupt zooitje,” is de vriendelijkste kwalificatie.

Hongarije kampt sinds jaren met een begrotingstekort dat mede ontstond door het uitstellen van hervormingen binnen de gezondheidszorg. Die leunt nog sterk op communistische tradities waarbij de staat grotendeels betaalt. De regering van de socialistische premier Ferenc Gyurcsány zag zich afgelopen maart gedwongen om pas ingevoerde bezuinigingsmaatregelen, zoals verplichte eigen bijdragen aan dokter- en ziekenhuisbezoek, weer terug te draaien. In een referendum liet een ruime meerderheid zijn afkeer blijken.

Wat bleef is de inefficiëntie in verouderde ziekenhuizen. Nog altijd laten overwerkte doktoren zich onder de tafel bijbetalen door de patiënt. Een bekend gezelschapsspel in de Hongaarse kroeg: wie kent er nog een medische ‘horror story’?

Een collega van het persbureau Bloomberg had laatst de beste. Hij was met zijn kruis tegen een verkeerspaaltje gelopen. Kuli: „In het ziekenhuis werd ik afgebekt door een dokter die me meldde dat de kneuzing zo ernstig was dat amputatie van mijn scrotum een mogelijke optie was.” Toen hij vroeg om een ‘second opinion’ ontplofte de dokter van woede. Gelukkig trof Kuli elders in het ziekenhuis een jonge co-assistent die hem verzekerde dat de schade wel meeviel. Hij verliet via een achterdeur het ziekenhuis en zocht hulp in een privékliniek. „Die dokter wilde maar één ding: mij en mijn fooiengeld zolang mogelijk dichtbij zich houden.”

Niet voor niets prijst de Hongaar zich gelukkig met de honderden geneeskrachtige bronnen die borrelen onder de grond – een gevolg van de dunne aardkorst in het Karpatenbekken. In het kuurbad ontsnapt de Hongaar aan de ‘witte jassen’. Van de onzekere tred in de intimiderende ziekenhuisomgeving is in het zwavel- of modderbad niets meer te bespeuren. Ongegeneerd, in al zijn naaktheid, heeft de Hongaar in het bad het hoogste woord.

De Hongaarse modder is inmiddels uitgegroeid tot een exportartikel. De hippe ‘spa club’ Savana in Londen adverteert met therapieën in Hongaarse modder. De Amerikaanse Dr. Mike en Laura the Mud Queen zijn groot geworden met hun Hungarian Wellness Mud, rechtstreeks geïmporteerd uit Hongarije. De beste modder ligt er op de bodem van het Hévíz-kratermeer.

Maar István en zijn vrouw zweren bij Sovata, in „hun oude Hongarije”, een paar honderd kilometer over de grens in Roemenië. In de avondschemer staat het echtpaar roerloos aan de oever van het Rode Meer. Hun modderpakkingen vertonen de eerste scheurtjes.

    • Tijn Sadée