Asko: laatste woord steun bij ministerie

Het Asko/Schönberg Ensemble vindt dat de minister van Cultuur en de Tweede Kamer het laatste woord moeten krijgen over de subsidietoekenningen van het nieuwe Fonds voor de Podiumkunsten.

„Het Fonds beslist nu zelf over individuele subsidies, maar bekommert zich niet om de samenhang daartussen”, zei dirigent Reinbert de Leeuw gisteren in het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ. „Die fout bij de opzet van het nieuwe Fonds moet worden herzien. De politiek moet weer de eindverantwoordelijkheid voor het geheel krijgen.” Volgens het ministerie van OCW heeft het Fonds de uitdrukkelijke opdracht juist goed te kijken naar die samenhang.

Het Fonds voor de Podiumkunsten wil het Asko/Schönberg Ensemble de komende vier jaar een kwart minder subsidie toekennen dan de huidige 1,5 miljoen euro per jaar. Ook het Nederlands Kamerkoor wordt in een conceptadvies flink gekort, enkele andere ensembles krijgen helemaal geen subsidie meer.

Als het subsidieverlies doorgaat, zegt het Asko/Schönberg Ensemble tal van uitvoeringen niet meer te kunnen geven. „Dat de muziek van Louis Andriessen en allerlei andere componisten niet meer kan worden gespeeld, kan het Fonds niets schelen.”

Asko/Schönberg zal subsidievermindering met alle mogelijke middelen aanvechten. „We zullen het voor het Fonds zo onaangenaam mogelijk maken.” Het Fonds komt op 21 augustus met zijn definitieve besluiten over subsidieaanvragen.

De Leeuw noemt de personele samenstelling van de Commissie muziek „behoorlijk onder de maat”. De leden komen volgen hem nooit naar uitvoeringen van het Ensemble. De Leeuw verwijt het Fonds „onkunde en gemakzucht” en meent dat het zijn verantwoordelijkheid niet aankan. „De taak van het fonds is het ondersteunen van kwaliteit, diversiteit en aansluiting bij het internationale kunstleven. Aan die criteria voldoet het Asko/Schönberg Ensemble bij uitstek.”

De Leeuw verwerpt de kritiek van het Fonds op het ontbreken van een langjarige artistieke visie bij het ensemble en onvoldoende cultureel ondernemerschap. „We hebben de laatste vier jaar 119 stukken van 83 Nederlandse of in Nederland wonende componisten uitgevoerd. Veertig procent van ons budget verdienen wij zelf.”

Het Ensemble heeft inmiddels steunbetuigingen gekregen van tal van kunstinstellingen en concertzalen en ook van Nederlandse en buitenlandse componisten.