‘Als kinderen zich vervelen, gedragen ze zich slecht’

Britse media schrijven vaak dat het onderwijs achteruit holt. Maar leraar Steer deelt die mening niet. Hij prijst de recente hervormingen van Labour én de Tories.

Alan Steer Foto F. van Straaten Straaten, F. van

De bloemperken rond de Seven Kings High School, een middelbare school met 1400 leerlingen in de oostelijke Londense voorstad Ilford, liggen er netjes bij. Geen bloem is geknakt. Ook enige breekbare houten sculpturen, die op andere scholen allang door baldadige leerlingen vernield zouden zijn, staan nog fier overeind.

Een kwestie van discipline? Meer van wederzijds respect, vindt Sir Alan Steer, schoolhoofd en tevens adviseur van de regering over leerlingengedrag. „Als kinderen zich vervelen, gaan ze zich slecht gedragen”, zegt hij. „Maar als je je serieus met hen bemoeit en hen met respect behandelt, kun je hun gedrag beïnvloeden.”

Het is een ander geluid dan dat van veel Britse kranten, de boulevardbladen voorop. Die suggereren dat jongeren voor galg en rad opgroeien. Onder verwijzing naar de steekpartijen van de laatste paar jaar, waarbij tientallen scholieren zijn gedood, maken ze ook scholen verwijten. Die zouden de leerlingen onvoldoende intomen.

Steer, een vriendelijke man met een baardje die een natuurlijk gezag uitstraalt, wijst die kritiek af. „Geen van die steekpartijen heeft zich op scholen voorgedaan, altijd daarbuiten. De enige plek waar veel jongeren zich juist veilig voelen is op school. Volgens mij is de opvoeding van de kinderen bovendien in de eerste plaats een taak van de ouders. Van wie anders?”

Voor Steer zit de rit er bijna op. Nog een week en dan gaat hij na 23 jaar met pensioen. Hij laat zijn school achter met een uitstekende reputatie. De onderwijsinspectie was vorig jaar vol lof over het stimulerende klimaat en de prestaties van de leerlingen.

Er heeft volgens Steer sinds zijn aantreden in 1985 een complete transformatie plaatsgehad op zijn school en in het onderwijs in het algemeen. Anders dan collega’s in Nederland en elders is hij goed te spreken over de aanpak van Britse politici van de laatste decennia.

Zijn eigen school heeft er de vruchten van geplukt. Steer: „Het prestatieniveau van zestienjarigen is hier naar schatting drie keer zo hoog als toen ik begon. Zo’n 90 procent van onze leerlingen haalt de maatstaf van de regering van ten minste vijf GCSE’s, een voldoende score in vijf vakken zodat de leerling door kan naar de fase van de gevorderden, de ‘A-levels’” Van de 240 leerlingen in de hoogste klas gaan er 200 naar de universiteit.

Hij spreekt zelfs van een „gouden decennium” onder de Labour-regering van Tony Blair en Gordon Brown. Nooit eerder werd er zo veel geld vrijgemaakt voor het onderwijs als de afgelopen jaren. Schoolgebouwen werden drastisch opgeknapt en vernieuwd en leerkrachten kregen meer loon, waardoor het lerarentekort al snel begon te verdwijnen.

Ook de Conservatieve regering van Margaret Thatcher verdient volgens hem lof voor de drastische hervormingen, die zij eind jaren ’80 doorvoerde. Voordien bestond er geen nationaal curriculum en de leraren konden in de klas goeddeels hun eigen gang gaan. De overheid schreef echter precies voor hoe de school moest worden bestuurd. De regering-Thatcher keerde dat om. Er kwamen nationale normen, waaraan de leerlingen moesten voldoen, maar de schoolleiding kreeg sinds 1990 een grote mate van autonomie over het budget. „Wij bepalen nu zelf hoeveel medewerkers en ondersteunende staf we aannemen en hoeveel we ze betalen”, zegt Steer.

Labour handhaafde deze hervormingen toen het in 1997 aantrad, maar voegde er een strategie ter bevordering van de wiskundige kennis en de lees- en taalvaardigheid aan toe. Steer: „Tony Blair verplichtte zich met zijn leuze ‘education, education, education’ tot het verhogen van de normen. Dat zag hij als een manier om de sociale gelijkheid te bevorderen.”

Een fel omstreden punt onder onderwijsdeskundigen blijft intussen de praktijk om resultaten van de inspecties openbaar te maken. Ouders bestuderen deze ranglijsten, de zogeheten League Tables’, voor ze hun kind naar een school sturen. „Ik geloof persoonlijk dat die tabellen een noodzakelijk kwaad zijn”, zegt Steer. „Ze dwingen de scholen zich te richten op resultaten als nooit tevoren. Maar veel critici wijzen erop dat veel scholen te maken hebben met een hoge mobiliteit onder de leerlingen en dat die vaak nog maar gebrekkig Engels spreken. Die eindigen meestal onderaan de ranglijst en zo is het effect dat de kloof tussen scholen er alleen maar verder door groeit. Maar als je de ranglijst afschaft, verspeel je de scherpte bij de scholen en hun gerichtheid op resultaten.”

Op het eerste gezicht is het verrassend dat de Seven Kings High School het zo goed doet. Weliswaar zijn de meeste leerlingen hier geboren maar voor liefst 75 procent is Engels niet hun eerste taal. Slechts 15 procent van de leerlingen is blank. Ilford – goeddeels lagere middenklasse, veel rijtjeshuizen – staat bovendien als tamelijk ruig te boek. Moorden zijn geen uitzondering en het inkomen ligt er iets beneden het gemiddelde.

Steer erkent dat hij zelf ook verrast is dat er ondanks de grote etnische verscheidenheid zo weinig spanningen zijn op zijn school. „Alleen ten tijde van de inval in Irak hadden we wel verhitte discussies en sommige leerlingen namen deel aan demonstraties. Maar echt gespannen was het ook toen niet.”

Hoe valt die harmonie te verklaren? Steer: „Het is fascinerend, maar stereotypen blijken gewoon niet te kloppen. Ik geloof dat het uitgangspunt dat een gemengde gemeenschap een onsamenhangende gemeenschap is, niet klopt. Misschien heeft het ook te maken met onze intense aandacht voor wat er in het klaslokaal gebeurt. Wij geloven dat het gedrag van kinderen direct te maken heeft met hun ervaring op school.”

Er is naar verhouding veel persoonlijke aandacht voor de leerlingen. De leraren houden zorgvuldig bij hoe elk kind presteert en ze stellen doelstellingen voor hen op. Elke leraar heeft daartoe een laptop om nieuwe gegevens in te voeren en die van collega’s op te kunnen roepen.

Een van Steers stokpaardjes is dat leraren met de kinderen doornemen hoe ze beter kunnen presteren wanneer ze hun resultaten na een proefwerk terugkrijgen. Dat wordt op andere scholen vaak verzuimd. Meer dan vroeger krijgen leerlingen ook een actieve rol. „Toen ik op school zat”, zegt Steer, „werden we gezien als lege flessen die moesten worden gevuld. Jarenlang kopieerden we domweg van het bord wat de leraar had opgeschreven. Wij laten de leerlingen wel hun eigen of elkaars werk nakijken. Dan pikken ze de boodschap gauwer op.”