Zonder boek naar Amerika

Iedereen heeft zo zijn eigen gewoontes. Zo neem ik op reis naar Amerika nooit een boek mee, want niets is feestelijker dan je laten verrassen door wat de boekhandels ginds op hun tafels hebben liggen. Tweederde van wat er in de wereld in boekvorm verschijnt, komt daarvandaan en wat je verder ook van Amerika mag vinden: in deze sector stellen ze bijna nooit teleur.

Mijn favoriet is eigenlijk Kramers, vlakbij Dupont circle in Washington: het is geen winkelketen, ze hebben er van alles, ze deden al aan koffie en salades lang voordat het een wereldwijde trend werd, er heerst enige rommel en het personeel is geïnteresseerd in boeken zonder de literator uit te hangen. Maar mijn reis was naar de westkust, en het werd toch een keten: Barnes&Nobles.

En jawel, net binnen op de uitbundige tafel New-New-New ligt A Forger’s Spell. De Bekoring van een Vervalser blijkt een fantastisch geschreven relaas dat begint aan de Keizersgracht en eindigt aan de Prinsengracht – allebei in het centrum van Amsterdam. Een heerlijk vakantieboek voor liefhebbers van moderne vaderlandse geschiedenis.

Edward Dolnick biedt een adembenemend relaas van de Nederlandse vervalser Han van Meegeren. Het is op zichzelf een bekend verhaal van de miskende charlatan met een redelijk schildertalent, die een onweerstaanbare drang heeft naar erkenning, naar rijkdom, naar vrouwen en naar drank. Met engelengeduld rommelt hij met verf, met temperatuurverschillen, met zijn bakoven en met bakeliet in zijn huisje nabij Monte Carlo om verf een verschijningsvorm van meer dan drie eeuwen mee te kunnen geven. Hij weet oud doek op de kop te tikken, wat hij schoonkrabt, en schildert na matige experimenten ten slotte in 1936 De Emmaüsgangers.

Belangrijker nog dan een vervalsing is een verhaal: waar komt zo’n onbekende Vermeer plotseling vandaan? Van Meegeren spint een fabelachtig netwerk van personen en lotgevallen en vindt een tussenpersoon.

Nog belangrijker dan een vervalsing en een verhaal is vervolgens een gezaghebbende stem van buiten. Een kunstkenner die van de authenticiteit van het doek overtuigd is. Die vond Van Meegeren in de persoon van de gepensioneerde directeur van het Mauritshuis, Abraham Bredius, en in diens kielzog de directeur van het Rotterdamse Boymans, Dirk Hannema.

Vermeer was al wereldnieuws, maar werd dat nog meer. Van Meegeren werd daarna rijk, produceerde vervolgens de ene na de andere vervalsing en verkocht zijn laatste Vermeer, Christus met de overspelige vrouw, nota bene aan de tweede man van het Derde Rijk, Hermann Goering. Keizersgracht 321 was Van Meegerens stadspaleisje gedurende de oorlogsjaren en het waren voor hem de jaren van welstand en losbandigheid.

Meteen na de oorlog volgt de ontmaskering, er komt een proces. Het vermoeden bestaat dat de grandseigneur met de Duitsers heeft gecollaboreerd. Oog in oog met die dreiging en de vermoedelijk onhoudbare drang om als schilderende beroemdheid het podium van de wereldpers op te stappen, bekent Van Meegeren. In het proces aan de Prinsengracht zal collaboratie dan ook geen rol meer spelen: het gaat om oplichting en Van Meegeren blijkt de op een na populairste Nederlander van dat moment te zijn, een schavuit die de decadente, dikke Goering nota bene op magistrale wijze heeft gefopt. Van Meegeren krijgt een jaar gevangenisstraf, maar sterft drie maanden later op 58-jarige leeftijd al aan een hartkwaal.

Enfin, het verhaal is menigeen waarschijnlijk bekend, maar Edward Dolnick heeft er een spannende reconstructie van gemaakt, met allerlei uitstapjes. Zo neemt hij de lezer mee naar de verzamelwoede van Goering en van Hitler, naar de psychologie van de kunstkenners – een wereld waar vaak maar nauwelijks verschil bestaat tussen oordeel en feit – en naar de competitie tussen de Rotterdamse havenbaronnen Van Beuningen en Van der Vorm. Zij zouden beiden de kas van Van Meegeren spekken in hun wedijver naar Vermeers.

Over Vermeer weten we maar weinig, er bestaan hooguit dertig schilderijen van hem en er zit die vreemde discrepantie tussen zijn betoverende stillevens en die – maar dat is waarschijnlijk vloeken in de kerk – lijzige bijbeltaferelen. Het genie van Van Meegeren zat hem vooral in het feit dat hij een oplossing aandroeg voor dat raadsel: met Van Meegerens Vermeers erbij zat er een logischer ontwikkelingslijn tussen de bijbelse en de alledaagse schilderijen van de raadselachtige Delftenaar. Van Meegeren zorgde voor het gelijk van menig filosoferend kunsthistoricus.

Het is eigenlijk een beetje oneerlijk om zo enthousiast te zijn over een Amerikaans boek dat een Nederlands verhaal behandelt. Immers, dat is in Nederland uiteraard ook al lang gedaan en ik herinner me over het onderwerp een mooi boek van onder anderen Harry van Wijnen en Diederik Kraaijpoel van een jaar of tien geleden.

Maar toch, alleen als een Engelstalige auteur en een Engelstalige uitgeverij zo’n onderwerp oppakken, stijgt het boven Nederland uit. Een paar jaar geleden had je het met Mike Dash en Batavia’s Graveyard (over de ondergang van de Batavia in 1629) en een paar jaar eerder dezelfde auteur met het verhaal over de tulpengekte van 1637, Tulipomania . Alleen dankzij Dash duikt de vergelijking tussen Wall Street en Alkmaar in internationale media geregeld op. Wie wat verder teruggaat, kan een hele lijst maken.

Noem het ons kosmopolitisch mankement dat Van Meegerens verwikkelingen alleen dankzij een Amerikaanse leestafel nu een nieuw leven kunnen beginnen, met wie weet een verfilming aan het eind van de rit.

Het blijft een verantwoorde gewoonte : zonder boek naar Amerika.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/knapen