Wie van deze twee tenniscracks is het gelukkigst?

Geen mens houdt het lang vol voortdurend in de schijnwerpers te staan.

Nummer één zijn is verslavend. Je wilt het blijven, maar je wilt er ook vanaf.

Tennisser Roger Federer feliciteert Rafael Nadal na de Wimbledonfinale met zijn overwinning. Binnenkort is Nadal de nieuwe nummer één op de wereldranglijst. Foto AFP (FILES) This file picture taken on July 6, 2008 in Wimbledon shows Spain's Rafael Nadal (R) congratulated by Switzerland's Roger Federer after winning the final of the 2008 Wimbledon championships. No matter what happens at the 2008 Beijing Olympics, Nadal will be the new world No.1 in the ATP rankings to be released after the Games. AFP PHOTO / FILES/ RYAN PIERSE TO GO WITH AFP STORY BY PIRATE IRWIN AFP

Roger Federer is binnenkort niet langer de nummer één van de tenniswereld. De Spanjaard Rafael Nadal heeft hem dan afgelost als leider van de wereldranglijst. Het is nieuws, opwindend nieuws zelfs, omdat de Zwitser 237 weken onafgebroken aan de top heeft gestaan. De koning wordt van de troon gestoten.

Zo interpreteren buitenstaanders de positiewisseling aan de top. Maar wie realiseert zich dat het de onttroonde leider zelf weinig doet? Eerder is hij opgelucht verlost te zijn van de eenzame positie die hij al sinds februari 2004 inneemt. „I don’t care”, waren zo’n beetje de enige woorden die hij eraan wijdde, toen hij werd geconfronteerd met de machtsovername van de vier jaar jongere Nadal.

Federer, die vrijdag pas 27 wordt, kan weer ademen. Ach, wat is het fijn even in de schaduw te staan. In een interview met de Tagesanzeiger refereerde hij aan andere sporters die lang aan de top stonden. „Geen mens houdt het lang vol in de schijnwerpers. Je kunt er niet buiten, het is een verslaving. Je wilt graag maar je weet dat het niet goed voor je is. Voor publiek spelen is het mooiste wat er is. Soms niet meer. Dan wil je iemand anders zijn dan die goede tennisser.”

Boris Becker herkent het. De Duitser was zeventien jaar toen hij in 1985 voor de eerste maal Wimbledon won. In de bundel Die Sports Interviews (1991) van Arno Luik, waarin naast Becker onder anderen Katarina Witt, Franz Beckenbauer, Ben Johnson en Monica Seles vertellen hoe hun leven door de topsport ontspoord is geweest, vertelt de voormalige nummer één hoe wanhopig eenzaam hij was. Tot aan zelfmoordpogingen toe.

Hij had Wimbledon gewonnen, zijn droom was uitgekomen. „En plotseling word je depressief, opeens ben je de ongelukkigste mens ter wereld, hoewel je Wimbledon gewonnen hebt.” Twee jaar later en twee Wimbledontitels verder, stond hij na uitschakeling in de tweede ronde op Wimbledon ’s nachts voor zijn hotelraam. Hij was rijk, was de superheld van Duitsland en een gewild object voor media en sponsors. „Eén stapje en ik was naar beneden gestort. Ik wilde ervan af. Maar ik heb het raam dichtgedaan en ben opnieuw met leven begonnen. Ik ben naar mijn geboortedorp gegaan en heb mijn schoolvrienden opgezocht met wie ik jaren geen contact had gehad.”

Becker was pas negentien. Er zouden nog vele jaren als kampioen volgen, nog vier grandslamtitels zou hij winnen. Hij wilde blijven winnen, de beste zijn. Maar hij heeft vaak, zo vertelt hij, ’s nachts door New York, Parijs en München gedoold. Verdwaasd, op zoek naar zichzelf, naar afleiding, drugs, alcohol en rock-’n-roll. Soms in de hoop herkend te worden midden in een seksorgie. Als provocatie.

Boris wilde niet worden als Mats Wilander, de Zweed die op zeventienjarige leeftijd Roland Garros won, vervolgens in zes jaar nog zes grandslamtitels won en ten onder ging aan cocaïne. Dat lukte Becker, maar niet zonder een dolle race door een achtbaan. „Nummer twee zijn is een verademing. Je staat aan de top, waar je van kinds af aan naar toe hebt gewerkt, 24 uur per dag voor hebt geleefd en getraind en plotseling ben je knettergek. Je hebt je laten aanpraten dat het zo mooi is aan de top.”

Tiger Woods is al jarenlang nummer één in het golfen. Nóg kan hij er tegen. Maar niet zonder af en toe pauze te nemen, zich te isoleren en te rade te gaan bij zijn psycholoog. Hoe om te gaan met al die camera’s en duizenden toeschouwers om je heen als je je weer moet concentreren? „Het lukt me vaak, maar over een paar jaar niet meer. Het sloopt je. Golfen kan leuk zijn, maar elke dag op je vingers worden gekeken maakt je gek.”

Zo is het meer fenomenen vergaan. Zoals bij de voetballers Diego Maradona en Paul Gascoigne. Verslaafd aan aandacht en wanneer er geen aandacht meer is op zoek naar andere roesmiddelen. In Being Gazza, My journey to hell and back doet Gascoigne, vijftien jaar geleden de beste voetballer van Engeland, verslag van zijn sessies met psychiater John McKeown. ‘Gazza’ heeft sinds zijn jeugd pychische stoornissen ontwikkeld, waaronder angst- en persoonlijkheidsstoornissen, en ook manische depressiviteit. Ze werden versterkt door alcohol. In het boek zegt McKeown: „In mijn gesprekken met Paul leerde ik wat het is nummer één te zijn. Je wilt ervan af, want je wordt iemand die je niet bent. Het leven van nummer één is een hel, tenzij je God bent.”

    • Guus van Holland