Werken in Brazilië voor Nederlands bedrijf

Werknemers die telewerken vanuit het buitenland zijn nog uitzonderlijk. De veranderende arbeidsmarkt werkt het wel in de hand.

Philip Lomans (27) werd verliefd op een Braziliaanse, besloot vorig jaar in São Paulo te gaan wonen en nam zijn baan als projectmanager voor het Bredase internetbedrijf Netvlies mee. Dat laatste maakt Lomans bijzonder: hij werkt in loondienst voor een Nederlands bedrijf, bedient Nederlandse klanten en doet dat – grotendeels – vanuit zijn werkkamer in Brazilië.

Philip Todd, directeur van het platform EwerkForum dat tijd- en plaatsonafhankelijk werken stimuleert, is enthousiast. Een ‘telewerkpionier’, noemt hij Lomans. Todd kent verhalen van werknemers die bij emigratie probeerden hun baan mee te verhuizen, maar bij wie het niet lukte. Het management wilde niet meewerken. Todd: „De werkgever moet op basis van vertrouwen en resultaten willen werken. De werknemer moet daarnaast tegen een vorm van sociale vereenzaming kunnen.”

Uit een steekproef van vakcentrale FNV blijkt dat in 2007 20 procent van de beroepsbevolking regelmatig thuis werkte, of op een andere plek dan kantoor. Leidinggevenden deden dat nog iets vaker: 34 procent ‘soms’ en 27 procent ‘regelmatig’. Degenen die telewerken besteedden hier gemiddeld 9 uur per week aan.

Het CBS stelde in 2005 dat telewerkers vooral hoogopgeleid zijn, met een werkweek van meer dan veertig uur. Hoeveel Nederlanders fulltime telewerken en waarvandaan zij dat doen, wordt niet geregistreerd. De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en technische vooruitgang werken het telewerken wel in toenemende mate in de hand.

Het aantal fulltime telewerkers is nog relatief klein: maximaal 50.000, schat Todd. En ‘Standplaats Verweggistan’ is helemaal uitzonderlijk, verwacht hij, omdat met name ICT-werk geschikt zou zijn om vanuit het buitenland te doen. „Voor het ontwikkelen van software is regelmatig persoonlijk contact niet nodig. Zodra je dure auto’s gaat verkopen werkt het niet meer. De koper wil het product aanraken, de verkoper in de ogen kijken.”

Philip Lomans ondervangt het ‘contactprobleem’ met telecommunicatie. Via Skype belt hij met Nederlandse opdrachtgevers. Ook organiseert hij, naast het gebruik van e-mail en instant messaging, conference calls om met collega’s te overleggen. Het tijdsverschil vangt hij op door extra vroeg te beginnen. Daarnaast bezoekt hij Nederland drie weken per kwartaal, onder andere voor teambuilding en direct klantencontact. De reiskosten worden gedeeld door Lomans en zijn werkgever.

Zolang hij goed werk verricht, is ook zijn baas tevreden. „Het is een kwestie van vertrouwen”, zegt Jochem Vlemmix (27), directeur van Netvlies. „Mensen die een verdieping hoger werken, hou ik ook niet de hele dag in de gaten.” In tijden van krapte moeten werkgevers zich ook flexibeler opstellen. „Het is moeilijk om aan goede mensen te komen. Ik wilde hem zo voor het bedrijf behouden.”

Lomans verkeert nog in een uitzonderingspositie, maar Todd ziet vooruitgang: de grote groep werkgevers die positief tegenover telewerken staat, maar verder niks onderneemt; de steeds kleiner wordende groep werkgevers die nog steeds denken ‘als-ie niet op kantoor is, werkt-ie niet’ en de groep die telewerken stimuleert (13 procent volgens de FNV steekproef). Todd: „Tegen e-werken zijn, is in ieder geval niet meer van deze tijd. Dan sta je te boek als een ouderwetse werkgever.”

    • Joelle Poortvliet