Schelden op internet

Wie vroeger buiten op een muur kalkte ‘Piet is gek’ of ‘Jan is een...’ (volgde vaak een drieletterwoord) liep bij deze evidente belediging meestal niet het risico dat hij zich daarvoor bij de rechter diende te verantwoorden. Ook al wist de hele buurt wie Piet en Jan waren. De teksten waren makkelijk uit te wissen en anders spoelde de regen ze wel weg.

Op internet werkt het anders, zo ondervond deze week een vrouw uit Drenthe die op het netwerk Hyves haar ex-vriend, vader van haar zoontje, ervan had beticht een pedofiel te zijn. „Ik moet mijn kind meegeven aan een pedo”, had ze geschreven. Dat is smaad, oordeelde de politierechter in Assen, en hij veroordeelde haar tot een voorwaardelijke werkstraf van veertig uur en betaling van 522 euro smartegeld aan haar ex, die aangifte tegen haar had gedaan.

Het zal de discussie over wat er op internet aan vuilspuiterij, beledigingen, smaad en valse beschuldigingen mag worden geplaatst, doen oplaaien. Vastgesteld kan worden dat internet een technologische vinding blijkt die inmiddels vele voordelen heeft gebracht, maar de beschaving niet in alle opzichten vooruit heeft geholpen. Anders gezegd: de drempel om eens stevig publiekelijk te schelden en te beledigen, dikwijls anoniem, is er flink door verlaagd.

Was de rechter in dit opzicht tot nu toe vaak mild voor columnisten, internet heeft het mogelijk gemaakt dat iedereen zich columnist waant.

Niet alles op internet is onvoorwaardelijk te zien. De Drentse vrouw had de aantijgingen over haar ex-vriend geplaatst op haar profiel op Hyves, waar alleen ‘vrienden’ inzage in kregen. Alsof ze de gewraakte tekst op een binnenmuur in haar huis had geschreven. Zij maakt uit wie ze binnenlaat, maar omdat vrienden andere vrienden meenemen, is de beslotenheid van Hyves maar betrekkelijk.

De rechtbank in Amsterdam besloot eerder een semibesloten website niet te veroordelen, hoewel homo’s daarop „kruipdieren” waren genoemd, Joden „schorem” en allochtone vrouwen „ratten”. Beledigingen, meende officier van justitie. Maar de schrijver heeft niet bewust de openbaarheid gezocht, oordeelde de rechtbank. Op dat vonnis kwam de nodige kritiek van rechtsgeleerden. Het Openbaar Ministerie is in beroep gegaan.

Hoewel het in de Drentse zaak om een individu ging en in de Amsterdamse zaak om bevolkingsgroepen, is het opvallendste verschil tussen de twee vonnissen vooral de vraag wanneer publicaties of andere uitingen op internet als openbaar kunnen worden beschouwd. Verdere jurisprudentie zal dus moeten uitmaken wanneer op internet de vrijheid van meningsuiting zodanig is misbruikt dat van strafbare beledigingen sprake is. Feit is dat wie een keer op internet publiceert, de verdere verspreiding niet meer in de hand heeft. Feit is ook dat Nederland het verdrag van de Raad van Europa over cybercriminaliteit heeft ondertekend. Dat stelt het verspreiden van racistische uitingen strafbaar, ook als het om deels besloten chatrooms of nieuwsgroepen gaat.