Onze muziek staat volledig op zich

Voor Black Mountain is ‘Black’ een eerbetoon aan de zwarte Motown-muziek.

Op de band die binnenkort op Lowlands speelt, is dat van grote invloed geweest.

Black Mountain: Jeremy Schmidt, Amber Webber, Joshua Wells, Matt Camirand en Stephen McBean. Foto: Isabel Nabuurs 06-05-08, Amsterdam Black Mountain, vlnr: Jeremy Schmidt, Amber Webber, Joshua Wells, Matt Camirand en Stephen McBean Foto: Isabel Nabuurs Nabuurs, Isabel

Black Seeds, Black Sabbath, Black Keys, Black Uhuru, Black Affair, Black Kids, Black Stone Cherry, Black Crowes, Black Box, Black Neon, Black Oak Arkansas, Black Cab, Black Window, Black Rebel Motorcycle Club. Een band die zich Black Mountain noemt, moet zich gerealiseerd hebben dat ze geen exclusief patent hebben op de zwartheid van het bestaan. Zanger en gitarist Stephen McBean reageert met de laconieke nonchalance van een onvervalste hippie; het haar in ongekamde slierten hangend over zijn gezicht. „Black is cool, man. Bovendien is het niet echt een kleur. Eerder een gemoedstoestand.”

Toetsenman Jeremy Schmidt van de Canadese band heeft niet echt stilgestaan bij de zwaarmoedigheid die het woord Black in de groepsnaam lijkt te impliceren. „Eerder zie ik het als een eerbetoon aan de zwarte muziek op Motown. Je zou het op het eerste gehoor misschien niet zeggen, maar die is van grote invloed op onze muziek. Het ritme, de melodieën en de energie van oude plaatjes van de Four Tops en Marvin Gaye. Dat was superserieuze muziek, maar het bracht ook een grote vrolijkheid met zich mee.”

In The Future lijkt een ironische titel voor het tweede Black Mountain-album. Al hun muziek klinkt alsof de inspiratie rechtstreeks werd opgedaan bij voorbeelden uit het verleden: de psychedelische pop van Jefferson Airplane, de beukende gitaarexplosies van Neil Young & Crazy Horse, de Krautrock van Tangerine Dream en de bedwelmende stonerrock van Kyuss. „Als band zijn we niet zo happig op al die vergelijkingen,” zegt McBean. „We zijn te jong om de meeste van die bands persoonlijk meegemaakt te hebben en veel van de overeenkomsten berusten op toeval. Wanneer mensen onze muziek als progressief willen omschrijven, of dat nu positief of negatief bedoeld is, dan kan ik dat moeilijk ontkennen. Natuurlijk willen we voortbouwen op de muziek die we kennen. Daar moet progressie in zitten, ander kun je beter meteen ophouden.”

McBean, Schmidt, bassist Matt Camirand, zangeres Amber Webber en drummer Joshua Wells troffen elkaar in de bloeiende indie-scene van Vancouver. Van een locale opleving willen ze niks weten. „Goeie muziek werd er bij ons in de buurt altijd gemaakt,” zegt Schmidt, „van Nomeansno in de jaren tachtig tot alle nieuwe bands die nu uit British Columbia komen. Het simpele feit dat de grunge-golf in Seattle is uitgewoed, betekent niet automatisch dat er geen goede bands meer uit Seattle komen. We houden ons liever afzijdig van iedereen die ons tot onderdeel van een hype wil maken. Onze muziek staat volledig op zich. Plak er alsjeblieft geen naam op. We maken Black Mountain-muziek.”

Er is maar één goede reden om rockmuzikant te willen worden, vindt McBean. Uit je dak gaan, zonder remmingen. „Als je jong bent projecteer je al je fantasieën op de plaatjes die je hoort van de Beatles, de Stones of misschien de Beach Boys. Dát wil ik ook, denk je dan. Zo rond je twintigste geef je een radicale draai aan al die invloeden en fantasieën. Dan wil je iets nieuws maken, vlammen op het podium, veel geld verdienen en er na afloop met de mooiste meisjes vandoor. Wanneer je vervolgens wat langer meedraait, zoals wij, komt er een eigen geluid om de hoek kijken. In dat proces kom je onwillekeurig je vroegste invloeden weer tegen. Hoe origineel je ook bent; er blijft altijd wat plakken.”

Zelfs luisteren naar slechte muziek is belangrijk voor de vorming van een rockmuzikant, denkt Schmidt. „Ken je die groep Air Supply, van de hit All out of love? Afschuwelijk! Ik ben bang dat zelfs zij van invloed zijn geweest op de sound van Black Mountain. Je hebt het niet voor het kiezen, welke liedjes blijven hangen.”

Black Mountain wil zich niet beperken tot beknopte songs van drie of vier minuten. Het sleutelnummer Bright lights van hun album is een tour de force van zestien minuten, waarin ze er vrijelijk op los improviseren. „We laten de muziek komen zoals het komt,” zegt McBean. „Sommige nummers lenen zich voor een compacte benadering, andere vragen om expansie. Bright lights hebben we maar één keer helemaal gespeeld. Het stond er meteen goed op. Dat het zestien minuten zou gaan duren, stond van tevoren niet vast. The Velvet Underground wist ook niet vooraf dat Sister Ray zeventien minuten lang zou worden. En dan hebben we het over een van de meest gezichtsbepalende nummers uit de pophistorie. Als improviserend muzikant moet je een zekere mate van geluk hebben, bij het bereiken van werkelijk verheffende muziek. Andere mensen zouden het zelfingenomen vinden; zo’n track van meer dan een kwartier waarin de band volledig uit zijn dak gaat. Wij zien er juist de humor van in. Vijf mensen met wapperende haren die zichzelf helemaal kwijt raken op het podium. Voor ons is dat een voorwaarde voor een geslaagd concert.”

In The Future is uitgebracht door Jagjaguwar/Konkurrent. Black Mountain speelt 17/8 om 15.35 uur op Lowlands.

    • Jan Vollaard