Neem een klein stukje oor

De eerste commercieel gekloonde hond werd gisteren (in vijfvoud) aan het publiek voorgesteld.

Wat is er eigenlijk nodig om zo’n kloon te maken?

Sinds gisteren is het te koop: een exacte kopie van jouw trouwe viervoeter. Dankzij de wetenschap van het klonen kan een overleden hond opnieuw tot leven worden gebracht. De prijs is echter aanzienlijk: minimaal 50.000 dollar. En het blijft niet bij geld alleen. De gebrekkige techniek van het dieren klonen brengt met zich mee dat er ook een paar honderd mislukte embryo’s ontstaan en enkele tientallen teven moeten worden geopereerd.

Honden klonen is moeilijk. Pas in 2005, negen jaar nadat het schaap Dolly als het eerste gekloonde dier op aarde geboren werd, lukte het Koreaanse kloonwetenschappers om de techniek op een hond toe te passen. Pas ná gekloonde muizen, gekloonde koeien, geiten, varkens, konijnen, katten, een paard, een muilezel en drie ratten.

De eerste gekloonde hond was Snuppy, een Afghaanse windhond. Destijds schreven de kloners in het wetenschappelijke tijdschrift Nature nobele plannen te hebben met hun kloontechnieken. Het genezen van zieke honden. Onderzoek naar kruisingen. En de redding voor zeldzame hondenrassen.

Eerst leek het dat het honden klonen een stille dood zou sterven. Onderzoeksleider Woo Suk Hwang werd nog geen half jaar na de presentatie van Snuppy de hoofdrolspeler in de grootste wetenschappelijke fraudezaak van het decennium. Hwang gold niet alleen als de eerste hondenkloner, maar óók als de eerste die een menselijk embryo gekloond had. Totdat zijn werk als fraude werd ontmaskerd – er is nu nog steeds geen mensenkloon die de toets der kritiek doorstaan heeft. Pas na uitgebreid onderzoek werd Snuppy in 2006 wél als een echte kloon erkend.

Over de fundamentele wetenschappelijke toepassingen van het honden klonen is drie jaar na dato weinig meer vernomen. Maar in commercieel opzicht gaat het snel. Twee bedrijven, RNL Bio in Seoel dat Booger kloonde en BioArts in Californië, zijn ze met veel fanfare op zoek naar vermogende klanten die hun geliefde huisdier willen reproduceren.

De concurrentie tussen de bedrijven is fel. De Amerikanen maken er geen geheim van dat zij met de gevallen kloner Hwang samenwerken. Zijn nieuwe onderzoeksgroep maakte rond de jaarwisseling drie klonen van Missy, de hond van de directeur van BioArts Lou Hawthorne. Prompt beschuldigde Hawthorne de Koreaanse concurrentie van ‘zwart klonen’: RNL Bio zou geen patent bezitten op de techniek. De kwestie is nog niet beslecht. Ook RNL Bio heeft een uitstekend netwerk: Byeong Chun Lee van RNL Bio was in Hwangs lab een van Snuppy’s makers.

Hoewel de reclame ander doet vermoeden – BioArts biedt een gratis 'gouden kloon' en RNL Bio een kloon met een ton korting – gaat het honden klonen niet soepel. Hoe Booger is ontstaan, is niet in detail bekendgemaakt. Maar maker Beyong Chun Lee, die ook een baan heeft aan de Nationale Universiteit van Seoel, publiceerde afgelopen maart in het vakblad Theriogenology wél hoe zijn team een kloon maakte van een veertien jaar oude poedel.

Dit was nodig om één kloon te maken. Om te beginnen: een klein stukje uit het oor van de poedel. Alle lichaamscellen bevatten het DNA waarmee een exacte kopie van de hond gemaakt kan worden. Wie pas behoefte krijgt aan een kloon als het geliefde huisdier dood is, is te laat. Dan zijn er geen goede cellen meer uit te halen. Uit losse haren of nagels, ook al bevatten die wel DNA, heeft nog nooit iemand een kloon gemaakt. Er zijn verse cellen nodig, en die zitten daar niet in.

Dan: tientallen loopse teven om eicellen te leveren. Voor de poedelkloon waren 46 ‘eicelmoeders’ nodig, voor 502 eicellen. Het is bij honden veel moeilijker dan bij andere dieren om aan rijpe eicellen te komen. Ze zijn niet kunstmatig met hormonen rijp te krijgen. Onder narcose wordt de buik van de teven opengesneden, en daarna halen de labwerkers met een holle naald de rijpe eicellen weg.

Het eigenlijke klonen kan beginnen. Eenvoudig gezegd: DNA van de teven uit de eicellen halen, DNA van het te klonen huisdier erin. Vier uur na de procedure werden 358 eicellen, op geslaagde wijze ‘bevrucht’ met het DNA van Booger of de anonieme poedel, in draagmoeders ingebracht.

Voor de poedel waren twintig draagmoeders nodig. Bij Booger waren het er twee, maar daarbij zijn ongetwijfeld alleen de draagmoederhonden meegeteld die een levende pup baarden. Meestal gaan de embryo’s al vroeg dood. Soms krijgt een hond een miskraam.

Maar als alles goed gaat, is er zestig dagen na het inbrengen van de embryo’s een gezonde kloon. Die ziet er precies hetzelfde uit als de oorspronkelijke hond. Ook het gedrag zal grotendeels hetzelfde zijn, maar dat hangt ook van de omgeving af. De pup groeit in een ander nest op, het baasje is jaren ouder.

Wat de levensverwachting van het dier betreft, is het nog afwachten. Niemand weet of hondenklonen een normale levensverwachting hebben. Er is simpelweg nog te weinig ervaring mee. Snuppy, gekloond uit een driejarige hond, is nu zelf drie jaar oud. De Koreanen willen de poedel goed in de gaten houden. Niemand weet hoeveel jaren een kloon van een 14-jarige poedel nog te gaan heeft.

    • Hester van Santen