Moslims die graag een glaasje drinken

Litouwen en Polen hebben hun eigen moslims. Het zijn Tataren die al bijna zes eeuwen in het gebied wonen. Maar erg streng in de leer zijn ze niet en dat leidt tot ruzie in de moskee.

Tataarse vrouw voor de moskee van Kaunas. Foto S. Alonso Kaunas, Litouwen. Een van de vier moskeeën in het land staat in deze stad. Voorheen waren de gebedshuizen het domein van de tartaren, die al zeshonderd jaar in Litouwen wonen, maar zij worden nu geconfronteerd met steeds meer moslims uit het Midden-Oosten, die vinden dat de tartaren geen goede moslims zijn. Op de foto: een Tataarse vrouw en een Arabisch jongetje na afloop van het vrijdaggebed in Kaunas. Alonso, Stéphane

Stéphane Alonso

Het is een gezellige drukte voor de moskee van Kaunas. Het vrijdaggebed in de tweede stad van Litouwen is net voorbij en buiten wordt nagepraat en gerookt. Tevreden slaat de imam het schouwspel gade. Maar Romas Jakubauskas is ook teleurgesteld. Het gebedshuis zat vandaag dan wel vol met moslims uit de hele wereld, maar zijn eigen stamgenoten waren weer op één hand te tellen.

De Tataren wonen al zeshonderd jaar in Litouwen, noemen zich moslims, maar zijn niet vies van een varkenslap of een glaasje wijn. Vasten met ramadan? Liever niet. Vijf keer per dag bidden? Geen sprake van. „We zijn zo afgedreven van de islam”, zegt Jakubauskas. „Wat vijftig jaar communisme kapot heeft gemaakt, is niet zomaar weer goedgemaakt.”

Op een stoel voor de moskee zit een oud Tataars vrouwtje, zij is vandaag wel gekomen. „Onze gemeenschap krimpt”, zegt ze. „Veel Tataren zijn geassimileerd, leven als Litouwers. Of zijn vertrokken naar het buitenland, het leven schijnt daar beter te zijn. Iedereen reist tegenwoordig maar.”

Dankzij buitenlandse moslims lopen de vier moskeeën in Litouwen de laatste jaren weer vol. Maar volgens islamoloog Egdunas Racius zorgt dat ook voor spanningen in de moslimgemeenschap. „De Tataren laten zich niet graag de les lezen door nieuwkomers, die eisen dat de regels worden nageleefd”, zegt hij. „Soms leidt het tot gebekvecht in de moskee en dat zal alleen maar erger worden als de immigratie toeneemt.”

De beste moslims zijn Litouwse bekeerlingen. Die passen de regels héél precies toe, omdat ze zich willen bewijzen. „Maar”, zegt Racius, „uit afgrijzen over de Tataarse laksheid bidden ze liever thuis. Of ze gaan weg, Londen is de hoofdstad van Litouwse bekeerlingen. Ze zeggen dat het onmogelijk is om een goede moslim te zijn te midden van de Tataren.”

Jakubauskas kent de regels, hij studeerde zeven jaar lang aan een imamopleiding in Libanon. Hij spreekt Tataren aan op hun gedrag, maar vooral bij de generatie die onder het communisme is opgegroeid haalt dat weinig uit. „Als je een kind onderwijst, beitel je in steen, maar bij volwassenen is het alsof je in water schrijft.” Hij kan niet te streng zijn, want dan zit er straks helemaal geen Tataar meer in de moskee.

Tegelijk moet hij begrip kweken onder de nieuwkomers, die hardop klagen over Tataren die zuipen en uitgaan. „De kloof is moeilijk te overbruggen”, zegt de imam, die kort daarvoor in de moskee heeft gesproken over tolerantie. „Als jongen kende ik de islam ook alleen maar uit de verhalen van mijn grootmoeder. In Libanon waren ze heel geduldig met me.”

De eerste Tataren kwamen eind veertiende eeuw, als verliezers van een stammenoorlog, naar Litouwen en Polen, destijds verenigd in een personele unie. Volgens de legende nam de Litouwse groothertog Vytautas hen als lijfwachten, omdat hij zijn eigen volk niet vertrouwde. Aan zijn zijde en die van de Poolse koning Jagiello versloegen ze in 1410 de Duitse Orde, bij Tannenberg. Twee eeuwen later waren hier 200.000 Tataren, nu zijn dat er nog maar 10.000 à 15.000, verspreid over Polen, Litouwen en Wit-Rusland. Hun beroemdste afstammeling is Charles Bronson, zijn vader was een Tataarse immigrant uit Litouwen. In films speelde hij wegens zijn uiterlijk vaak Mexicanen of halfbloeden.

De Tataren voelen zich onderdeel van de wereldwijde islamitische gemeenschap, de Oemma, maar volgens Racius is er nooit echt contact geweest. Toen ze hier kwamen, waren ze nog niet zo lang moslim, heidense rituelen waren diepgeworteld en in de zestiende eeuw raakten de Tataren hun taal kwijt. Het Arabische schrift bleef, maar daarmee werd een mengeling van Pools en Wit-Russisch geschreven. Het was ook geen probleem voor ze om in 1683, toen de Turken aan de poorten van Wenen rammelden, aan de zijde van christelijk Europa mee te vechten tegen medemoslims. „Ze zijn doorgaans heel loyaal geweest aan de staat”, zegt Racius. „Zo hebben ze eeuwenlang overleefd.”

Maar het wordt wel steeds moeilijker. Onder het communisme raakten alle religies, ook de islam, het belangrijkste culturele bindmiddel van de gemeenschap, in ongenade. De moskee in Kaunas, geopend in 1933 en opgedragen aan de grote Vytautas, werd onteigend. Het kleine witte pand in een van de stadsparken deed na 1945 dienst als oefenzaal voor circusartiesten, als sporthal en als bibliotheek. De Tataarse grootvader van Jakubauskas werd, samen met 132.000 andere Litouwers, verbannen naar Siberië en andere verre oorden.

In 1991 werd de moskee heropend. „Het was een grote opening, maar zonder imam”, zegt Jakubauskas. Hij keerde in 2000 terug uit Libanon, vol goede moed, maar trof een futloze gemeenschap aan, geveld door geschiedenis en globalisering. „Vroeger moest elk Tataars kind ten minste twee winters met de imams studeren. Nu zeggen Tataren als ik over leefregels begin, dat ze geen Arabieren willen worden. We hebben veel werk verzet: boeken in het Litouws, onderwijs voor kinderen. Maar de animo is niet groot.”

De imam leidde het gebed vandaag in twee talen: Arabisch, voor de immigranten uit het Midden-Oosten, en Russisch, voor moslims uit voormalige Sovjetrepublieken. Litouws was niet nodig.

    • Stéphane Alonso