Homokunst Cobramuseum blijft ook na de taboes overeind

Tentoonstelling Gewoon Anders, t/m 21 september in Cobra Museum, Sandbergplein 1, Amstelveen. Di-zo 11-17u. Inl.: 020-5475050, www.cobra-museum.nl

Een pikanterie van negen meter hoogte verscheen deze zomer op het plein voor het Cobramuseum in Amstelveen. Het is een kopie van de David van Michelangelo, beschilderd in felle kitsch-kleuren. Voor een speelse onthulling had deze sculptuur van Hans-Peter Feldmann een lendendoek om. Er bleek een penis onder te zitten en knalgeel schaamhaar maar dat hadden ook onverwachte, ‘transgender’ geslachtskenmerken kunnen zijn. Het beeld staat er namelijk om aandacht te vragen voor Gewoon Anders: een tentoonstelling over seksualiteit en gender-issues. Een tentoonstelling die wil laten zien dat seksualiteit nooit hoeft te zijn wat je verwacht.

De lichte toon die de David zet, vind je ook binnen in het museum. Tussen de ruim honderd kunstwerken staat een avondjurk vol gouden piemels. Op sokkels prijken sculpturen van mannen met gigantische geslachtsdelen – meer karikatuur dan statement. Decoratieve perspex kubussen bevatten foto’s van leernichten die nu eens niet bovenop een SM-knaapje zitten maar bij pa en ma op de bank in een doorzonwoning. Anders is gewoon, maar niet zo gewoon dat je geen grapje over kunt maken.

Dat laatste was wel eens anders. De oudere werken in de expositie, die teruggaat tot de jaren zeventig, zijn niet leuk bedoeld. In die tijd vonden de seksuele revolutie en homo-emancipatie een klankbord in de kunst, die zelf ook op allerlei manieren grenzen wilde oprekken. Nan Goldin fotografeerde transgenders en andere alternatief geklede, soms verlopen figuren uit allerlei subculturen. Haar verdienste is het zichtbaar maken van mensen die als ‘anders’ worden beschouwd. Veel aandacht gaat naar Robert Mapplethorpe, wiens foto’s in de preutse VS nog steeds relletjes opleveren, terwijl toch echt algemeen bekend is dat de man glimmende mannenlijven en grote zwarte penissen fotografeerde. Minder aandacht is er voor de genderkunst uit de jaren negentig. Vooral vrouwelijke kunstenaars schiepen in fotografie en digitale media alter ego’s van wie de seksuele identiteit variabel was.

De oudere kunst voelde de noodzaak taboes te doorbreken, de recente kunst is stukken luchtiger. Precies dat verschil veroorzaakt twijfel over deze tentoonstelling: is dit nog nodig? Hebben we dit niet al uitvoerig gehad vorige eeuw? Moet voor die enkeling die homo’s nog eng vindt een hele expositie worden ingericht? Want zelfs al is de moraal in dit Christenunietijdperk weer wat benauwder, de kunst is wel klaar met seksuele emancipatie.

Dat gevoel blijft wringen, te meer daar de werken op thema zijn gegroepeerd. Zo ontstaat een raad-je-plaatje - gaat dit werk over homoseksualiteit? En dat over gender? Door die uitvergrote boodschap zie je bijna over het hoofd hoe mooi sommige werken gemaakt zijn. Wolfgang Tillmans fotografeerde homoclubs met binnen dansende mannen en buiten een lange wachtrij. Behalve vreugde zit er vooral verlangen en zelfs kwetsbaarheid in de gezichten op de prachtige gelaagde foto’s.

Zo zijn er meer juweeltjes. Geweldig is de trailer van Francesco Vezzoli, vorig jaar ook op de Documenta in Kassel te zien. In deze prelude van een fictieve film over keizer Caligula buitelen Hollywoodsterren decadent over elkaar heen in scènes met alle ingrediënten van Romeinse samenzweringen en orgiën. Het is een van de weinige werken van nu die iets maatschappelijks zegt - over seksualiteit en media, de vercommercialisering van lust. Maar omdat het daarin alleen staat op deze tentoonstelling, illustreert het ook dat seksualiteit geen breed gedragen thema meer is. De urgentie van de vorige eeuw is weg. Voor de kunst is anders te gewoon geworden.

    • Sandra Smets