Het Turkse ravijn

Volstrekt verdeeld heeft het Constitutionele Hof van Turkije vorige week vastgesteld dat de regerende Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij toch niet ongrondwettig is. Zes van de elf rechters vonden dat de AK-partij van premier Erdogan en president Gül als antiseculier moest worden verboden. Dat was er één te weinig voor de noodzakelijke gekwalificeerde meerderheid. Bij wijze van intern compromis kreeg de AK-partij een boete, als waarschuwing. Maar één stem meer en de partij zou zijn verboden. Let wel, een partij die bij de laatste verkiezingen bijna 50 procent haalde.

Menigeen haalde opgelucht adem over dit salomonsoordeel. De aanhang van de partij ging juichend de straat op. Eurocommissaris Rehn noemde het een „goede dag voor Turkije en voor Europa”. Bij een verbod zou de kans op toetreding tot de EU tot nul zijn gereduceerd. Nu is er ten minste een theoretische mogelijkheid op het lidmaatschap.

Maar de lucht is daarmee allerminst opgeklaard. Er zijn aanwijzingen dat sommige groepen belang hebben bij een voortdurende crisis en dus bij provocaties. Mystificaties horen bij de Turkse politieke cultuur. Maar dat neemt niet weg dat gezond wantrouwen gerechtvaardigd is. De recente bomaanslagen in Istanbul, waarbij tientallen doden vielen, zijn bijvoorbeeld een indicatie. De arrestatie van handlangers van het netwerk Ergenekon is eveneens omineus. Ergenekon zou een putsch hebben voorbereid om de macht van de ‘diepe staat’ te waarborgen. De ‘ diepe staat’ is de parallelle macht van militairen, veiligheidsdiensten en maffiosi die heimelijk de legitieme regering ondermijnen.

Vooral het mogelijke complot van Ergenekon roept herinneringen op aan de vorige staatsgreep. Aan de militaire coup van 1980 ging ook een periode vooraf waarin organisaties van ultra links én rechts met geweld de weg voor de putsch effenden.

Enigszins vergelijkbaar met die periode woekert Turkije nu bovendien met sociaal-economische verhoudingen die zich politiek nog niet vertaald hebben. De economische opleving van de afgelopen zes jaar heeft vooral de middengroepen in de provincie financieel sterker en politiek bewuster gemaakt. Hierop is de macht van Erdogan gebaseerd. De feitelijke politieke macht berust intussen nog onevenredig bij de oude middenklasse in de grote steden Istanbul en Ankara. Voor deze elite is het secularisme een ideologisch wapen.

Premier Erdogan lijkt zich daarvan terdege bewust. Na de uitspraak van het Constitutionele Hof verklaarde hij opgelucht dat de AK-partij nooit „antiseculier” was geweest. Maar hij blijft nog wel even gedwongen tot koorddansen.

Veel zal afhangen van de nieuwe legerleiding in Turkije. Eind deze maand treedt de chef-staf Büyükanit van de krijgsmacht na twee jaar volgens rooster af. Hij staat bekend als een scherpslijper. Zijn opvolger, generaal Basbug (65), is ook secularist, maar hem worden meer diplomatieke vaardigheden toegedicht. Dat zou mooi zijn. Maar voorspellingen over de posities en ambities van militairen zijn in broze democratieën altijd hachelijk. De Turkse geschiedenis bewijst dat.