Het reële laat weer even van zich spreken

Elke woensdag op deze pagina een filosofisch dilemma naar aanleiding van een actuele gebeurtenis.

Vandaag: de verlossende zin die de wereld zal veranderen.

Lezers van nrc.next staan bekend om hun terechte voorliefde voor kort en krachtig taalgebruik. Vandaar dat ik me hier beperk tot een oneliner. Om toch voor de nodige diepgang te zorgen, schrijf ik over de verlossende oneliner. Over die ene zin die alles wat krom is recht zal maken. De zin die je leven voorgoed zal veranderen. Die de wereld zal redden.

De verlossende zin kwam vorige week uit de mond van Radovan Karadzic. Iets later dan verwacht, want uit de media maakte ik op dat Barack Obama hem de week daarvoor al in Berlijn had moeten uitspreken. Obama, de man van wie velen niet alleen verwachten dat hij de VS weer op het rechte pad brengt, maar ook dat hij uitgroeit tot een spiritueel leider van het kaliber Dalai Lama, Nelson Mandela, Bono.

Toegegeven, van hen heeft alleen Bono ( I can’t believe the news today) zinnen in het collectieve geheugen gegrift. Zinnen die de wereld nog niet hebben gered. De nieuwe spirituele leider staat ook voor een onmogelijke taak: leiding geven aan mensen die geen leider aanvaarden. In een oneliner: Subjective-life is de standaard, Life-as is passé. Daarmee vat ik de meer dan 600 pagina’s samen van het boek Sources of the Self van de Canadese filosoof Charles Taylor. Volgens Taylor leidde de middeleeuwer een Life-as leven. Hij zag zichzelf als zoon, echtgenoot, vader, gildebroeder, onderdaan van de koning, onderdeel van Gods schepping. De gemiddelde westerling kijkt nu verwonderd naar dat leven van objectieve rollen en verplichtingen. Waarom jezelf opofferen, en je werkelijke verlangens negeren of onderdrukken? Gaat het er niet juist om je eigen unieke zelf te worden, dat wat jij bent buiten al die opgelegde rollen? Dat te doen waarvan jij voelt dat je het moet doen en je door niemand te laten vertellen hoe jij je leven moet leiden? Dus om subjective-life?

De nieuwe spirituele leider zal ons de weg moeten wijzen die wij alleen in onszelf kunnen vinden. Hij zegt dan al snel te veel.

Vandaar de roep om één zin, niet meer.

Mensen van Berlijn, mensen van de wereld, dit is onze tijd, dit is ons moment, moest zo gezien wel teleurstellen. Obama’s historische zin blijft uit, schreef Trouw, misschien wel de spiritueelste krant van Nederland. Ik ben toch diep in mezelf gaan kijken hoe Obama’s oneliner mij verder kon helpen op mijn spirituele pad. Is dat niet juist het probleem, dat we dit als onze tijd en ons moment zien? Zouden we dit niet juist eens niet meer als onze tijd moeten zien? Waarom zien we dit niet eens als de tijd van de ijskappen, planten, dieren, mineralen, bomen, oceanen? Als de tijd van alles wat dringend tijd voor zichzelf nodig heeft?

Misschien kwamen juist deze gedachten bij me op omdat ik net had gehoord over de archipel van plastic afval in de Stille Oceaan. Hoewel die er al zeker tien jaar schijnt te drijven en zeker de grootte zou hebben van Frankrijk, Spanje en Portugal samen. Maar de kranten berichtten erover, dus ik mocht aannemen dat het verhaal enige grond heeft. De natuur zou er ook weet van hebben. Zo schreef Trouw dat vogels sterven „doordat een groot object als een plastic zak de keel en het maagdarmstelsel afsluit’’. Aan de andere kant las ik dat de Europese Commissie heeft laten weten dat het ontbreekt aan „afdoende wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van een eiland van afval in de Stille Oceaan”. En op foto’s zie ik vooral veel water met af en toe een stuk plastic.

‘Is de verstoorde, ontspoorde natuur niet ‘een antwoord van het reële’ op de daden van de mens’, schreef de Sloveense denker Slavoj Zizek in zijn boek Schuins beziend, ‘op de menselijke beslaglegging op de natuur, die bemiddeld en georganiseerd wordt door de symbolische orde?’ Bij veel filosofen zouden dit duistere woorden blijven, maar bij Zizek laat het verhelderende voorbeeld nooit lang op zich wachten. In de symbolische orde – onze taal, en breder: onze cultuur – proberen we de ecologische crisis te loochenen. We doen dat met zinnen als: „Ik weet wel (dat het een dodelijk ernstige zaak is, dat ons overleven op het spel staat), maar toch… (geloof ik het niet echt, ben ik niet echt bereid het op te nemen in mijn symbolisch universum, en daarom blijf ik ook doen alsof de ecologie niet van blijvend belang is voor mijn dagelijks leven).”

Maar wat we ook zeggen, het reële, dat wat buiten de symbolische orde valt, blijft antwoorden. Zizek gaf een – toen, in 1991 – recent voorbeeld: de Tjernobyl-ramp. De straling die vrijkwam, was ‘ten diepste onvoorstelbaar’ en in ‘geen enkel beeld te vatten’. Uiteraard vonden veel mensen nieuwe manieren om te loochenen. ‘Het is dus zeker mogelijk’, schreef Zizek, ‘dat ons gezonde verstand vasthoudt aan het idee dat de paniek die de Tjernobyl-straling veroorzaakte het gevolg was van de chaotische en overdreven berichtgeving van enkele wetenschappers.’ Maar het reële had, juist door uit te drukken dat iets zich niet liet uitdrukken, weer eventjes van zich laten horen.

Inmiddels heeft de ecologische crisis zulke ernstige vormen aangenomen dat zelfs Patrick Moore, één van de oprichters van Greenpeace, kernenergie als een oplossing begint te zien. Dat laatste toont aan dat ook de loochening zich krachtig ontwikkelt: „Ik weet wel (dat het een dodelijk ernstige zaak is, dat ons overleven op het spel staat, en dat de techniek, waaronder kernenergie, daar mede debet aan is), maar toch… (geloof ik het niet echt, ben ik niet echt bereid het op te nemen in mijn symbolisch universum, en daarom blijf ik ook doen alsof de ecologie niet van blijvend belang is voor mijn dagelijks leven en/of alsof de techniek wel een oplossing zal bedenken voor de ecologische crisis, zoals kernenergie).”

Het reële moest dus met een nog krachtiger antwoord komen, en dat deed het. Het liet als een persiflage op de schreeuwende behoefte aan spiritueel leiderschap, Rodovan Karadzic opduiken. Met op zijn achterhoofd, duidelijk afstekend tegen zijn verder witte haar, een zwarte knot, waarmee hij energie uitwisselde met het universum. Zoals dat hoort in de esoterische traditie had Karadzic zich jaren in het geheim voorbereid op zijn nieuwe rol door als spiritueel genezer te werken en artikelen te schrijven over helende energie.

Niet veel later sprak hij de verlossende zin: „Ik zal me hier verdedigen zoals ik dat tegen iedere natuurramp zou doen”.

Uiteraard moet ieder van ons daar nog wel zelf mee aan de slag. Zonder anderen te willen sturen, geef ik mijn interpretatie. Die natuurramp, dat ben ik. Om me te verdedigen zal ik dus mezelf moeten toespreken. Maar wat moet ik zeggen zonder te loochenen? Uiteindelijk vond ik diep in mij deze woorden, daar geplant door de boeddhistische monnik en vredesactivist Thich Nath Hanh: „‘weet ik waar ik heen ga’, is een vraag die heel diepgaat. Waar gaan we heen? Naar onze eigen ondergang? Als de bomen doodgaan, gaan wij ook dood. Als je werkelijk ergens heen moet, aarzel dan alsjeblieft niet om te gaan. Maar als je tot de conclusie komt dat het niet echt belangrijk is, haal dan je sleuteltje weer uit het contact en ga in plaats van autorijden een eind langs een rivier lopen of in een park. Op die manier zul je weer tot jezelf komen en weer vrienden met de bomen worden.’’

Zo zag ik in dat de verlossende zin een vraag is. Een vraag die ik bij alles wat ik doe, moet stellen aan de natuur in mezelf: „Weet ik waar ik heenga?”

Rob Wijnberg is met vakantie. Tot die tijd is een aantal gastschrijvers uitgenodigd om filosofische dilemma’s te bespreken. Maarten Meester is literatuurwetenschapper en schrijft onder meer voor Filosofie Magazine. In het najaar verschijnen van hem de boeken ‘Nieuwe spiritualiteit’ en ‘Van gnosis tot alchemie’.

    • Maarten Meester