Een onneembaar Bourtange

Na het verlaten van Stadskanaal komen de wildkampeerders op hun fietstocht van circa 23 km rond het middaguur in het vestingstadje Bourtange aan. Ze treffen in deze aflevering van een serie een 93-jarige inwoonster.

Mevrouw Bazuin in de deurpost van haar bastion. Foto Matthijs Termeer OLYMPUS DIGITAL CAMERA Termeer, Matthijs

De hete lucht deint boven het verlaten en droge Oost-Groningse land als we in slowmotion de vijfhoek Bourtange naderen. Het dorpje op de grens van Duitsland dat eeuwenlang de reputatie genoot van onneembare vesting. We passeren de buitengracht, rijden stapvoets over de kasseien en als je héél, héél scherp luistert, kun je de jammerende mondharmonica van Ennio Morricone horen. Op de brug grijpen moeders hun loslopende kinderen vast om onze stalen rossen een vrije gang door De Vriesse Poort te verlenen.

De zon is op zijn heetst als we in het hart van de vesting geraken: het Marktplein. Omzoomd door zestien lindebomen die voor schaduw zorgen, en ook dekking bieden aan de Bourtangers. Maar waar we ook kijken, we zien louter ongevaarlijke toeristen. Keuvelend op een van de terrassen of hobbelend op hun fiets over de kasseien. Bourtange, een museumdorp met binnen de vestingswallen vijftig inwoners, ontvangt bezoekers tegenwoordig met open armen. Ruim 200.000 zijn het er jaarlijks.

Alleen Batterijenstraat 3 houdt dapper stand. Het erf is gebarricadeerd met diep verankerde massieve houten palen waartussen dik staaldraad. Verspreid in de tuin staan waarschuwingsborden. ‘Geen zitplaatsen op de muur. Spaar mijn planten! Dit is privé-terrein (eigendom).’ Op het muurtje aan de voorzijde is een cementlaag gestort in driehoeksvorm. Uit de bovenrand steken scherpe steentjes. Voor de zijdeur een waarschuwingsbord en eenrood-wit lint.

We bellen aan. Twee argwanende ogen spieden door de ruitjes en dan doet een hoogbejaarde vrouw open. Mevrouw Bazuin, bewoonster sinds 23 jaar.

„Er is de laatste jaren veel veranderd; de mensen zijn brándnieuwsgierig. Ze gooien afval in mijn tuin. Ik had daar een hekje, dat is afgebroken. En wie het gedaan heeft weet ik niet.”

U bent te oud om het zelf te herstellen?

„Dat is ook zo. Maar buitendien: al wás ik jong, om andermans boel te laten afbreken en zomaar weg te gaan…”

Volgens een achterbuurvrouw – die hier naar tevredenheid woont is mevrouw Bazuin al 93 jaar. „En niks is goed voor haar. Ze komt hier ook niet vandaan hè.”

Maar achterbuurvrouw woont niet op de drukste plek van de vesting, aan de monding van de hoofdroute op fluisterafstand van twee drukbezochte terrassen.

„De mensen uit het westen moeten nog komen”, verzucht mevrouw Bazuin.

En die zijn volgens haar heel brutaal. „Ja… Ik heb heel vaak gevraagd: denken jullie dat Bourtange vogelvrij is, dat alles mag? Ze hebben de dijken al helemaal kapot getrappeld. Die kinderen laten zich naar beneden glijden en de ouders vinden het goed. Hollen en bollen en net doen wat ze graag willen. En dat hoort niet!”

Zit u wel eens in de tuin? „Nee…nee.” U bent geen buitenmens. „Ik ben wél een buitenmens; een mens voor de natuur.”

Is het nog fijn wonen in Bourtange?

„Ik geniet ’s ochtends voor tienen en ’s avonds na zessen.”

Mevrouw Bazuin wil nog wel op de foto, maar na twee keer klikken, zegt ze: „Zo, en nu is het wel mooi geweest.”

We vertrekken, nauwlettend gevolgd door twee scherpe ogen.

En dan begaat een van ons een fout: hij gaat terug om nog iets te vragen. Maar mevrouw Bazuin staat al, vervaarlijk in de deurpost. „Zo is het wel genoeg geweest hè!? En nu ook maar ophoepelen! Dit is precies de brutaliteit die ik bedoel.”

Wij druipen beduusd af.

Maar juist als we willen vertrekken, blijkt een achterband op mysterieuze wijze lek. Een lek dat bovendien lange tijd onvindbaar is.

De zon gaat onder en om 20.30 uur komt mevrouw Bazuin naar buiten om haar bastion te inspecteren. Ze gunt ons ons slechts een korte blik. De drukkende hitte heeft plaatsgemaakt voor een verkwikkende avondkoelte, de wegen zijn verlaten en we moeten nog 35 km verder.