Denen boos op EU-hof in geschil over immigratie

In Denemarken is grote ophef ontstaan over een vonnis van het Europees Hof. Het land vreest dat zijn strenge immigratiebeleid wordt ondermijnd.

Soms is het effect van uitspraken van het Europees Hof van Justitie wel heel direct. Op vrijdag 25 juli deed het gerechtshof in Luxemburg uitspraak over een zaak die was aangespannen door vier echtparen in Ierland. De maandag erna stond bij het Deense ministerie van Integratie in Kopenhagen een groep immigranten op de stoep. Ze eisten dat hun eerder geweigerde verzoek tot een verblijfsvergunning in Denemarken na het vonnis van de Europese rechter meteen werd herzien.

De uitspraak van het Europees Hof, over het verblijfsrecht in EU-landen van niet-Europese immigranten die getrouwd zijn met EU-burgers, heeft tot grote politieke ophef geleid in Denemarken.

Het Scandinavische land kent zeer strenge immigratiewetgeving, maar vreest nu dat zijn restrictieve beleid zal worden ondermijnd door de rechters in Luxemburg. „De regering is het fundamenteel oneens met dit oordeel”, zei premier Anders Fogh Rasmussen gisteren tijdens een in de haast belegde persconferentie, vlak na terugkeer van zijn vakantie.

Volgens Deense politici staan duizenden immigranten, die de strenge Deense wetgeving ontlopen door zich dichtbij in het Zweedse Malmö te vestigen, nu te trappelen om over de Sont naar Denemarken te komen.

Volgens zowel de Ierse als de Deense wetgeving moeten niet-Europese immigranten, die getrouwd zijn met een EU-burger, eerst in een ander Europees land hebben gewoond voordat ze een verblijfsvergunning kunnen krijgen in Ierland of Denemarken. Deze regel geldt als een drempel tegen gezinshereniging en schijnhuwelijken – maar volgens de rechters in Luxemburg is de voorwaarde in strijd met een EU-richtlijn uit 2004.

Het hof verwees, zoals vaker in geschillen over familiekwesties, naar het principe van vrij verkeer van personen. Dit zou voor EU-burgers in het geding zijn als ze zich niet zomaar met hun buitenlandse partner elders in de Unie zouden kunnen vestigen.

Rasmussen, die bekend staat als pro-Europees, reageerde ongekend fel. „Het is Denemarken dat zijn eigen immigratiebeleid bepaalt, en dat blijft ongewijzigd, ook na dit arrest van het hof”. De minister voor Immigratie, Birthe Ronn Hornbach, was vorige week nog uitgesprokener. Ze trok openlijk de bevoegdheid van het EU-hof in twijfel om zich met immigratiekwesties bezig te houden. Niet-gekozen rechters mogen niet op de stoel van politici gaan zitten, zei ze. „Hoe lang moeten we het nog pikken dat rechters van het Europees Hof hun bevoegdheid overschrijden?”

Mede onder druk van de rechts-populistische Deense Volkspartij, die de centrum-rechtse minderheidsregering ondersteunt, stelt Denemarken strenge eisen aan gezinshereniging. Sinds 2001 moeten kandidaten voor een verblijfsvergunning aan een aantal belangrijke voldoen, zoals een minimumleeftijd van 24 jaar.

Uitspraken van het Europees Hof hebben direct juridisch effect in de hele Europese Unie. Dat betekent dat Ierland en Denemarken hun wetgeving moeten aanpassen. Maar Kopenhagen laat het er niet bij zitten en zal waarschijnlijk proberen de richtlijn uit 2004, waarnaar het hof verwees, gewijzigd te krijgen.

Rasmussen zei dat hij „onmiddellijk” contact zou opnemen met met de Europese Commissie en een „reeks landen die dezelfde visie hebben als Denemarken”. In de zaak over de vier echtparen werd Ierland behalve door Denemarken ook ondersteund door negen andere landen waaronder Duitsland, Groot-Brittannië en Nederland, alsmede door de Europese Commissie.