De atoombom en de Spelen

Hiroshima, waar vandaag wordt herdacht dat daar 63 jaar geleden de eerste atoombom viel, heeft ook zijn plaats in de geschiedenis van de Olympische Spelen.

Yoshinori Sakai tijdens de openingsceremonie in 1964.

Ward op den Brouw

Yoshinori Sakai is vandaag 63 jaar geworden. Hij was negentien toen hij in Tokio, op 10 oktober 1964, tijdens de openingsceremonie van de achttiende Olympische Spelen het olympische vuur ontstak. De atleet van de Waseda universiteit in de hoofdstad van Japan werd geboren op 6 augustus 1945, in Hiroshima, op de dag dat de Amerikanen daar de eerste atoombom dropten. Mikpunt van de bemanning van de Enola Gay was de T-vormige brug over de rivier de Ota, vrijwel naast het gebouw met de koepel dat het symbool van de verwoesting van Hiroshima zou worden. Het was het begin van het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Die ene bom, door de makers liefkozend Little Boy genoemd, was nog niet genoeg om keizer Hirohito tot overgave te dwingen. Drie dagen later ontplofte Fat Man, boven Nagasaki. De Japanse keizer capituleerde en zijn land kwam tot in 1952 onder geallieerd gezag, met aan het hoofd generaal Douglas MacArthur, die zijn hoofdkwartier in Tokio had tegenover het keizerlijk paleis. Dezelfde man die in 1928 bij de Spelen in Amsterdam op de tribune zat als voorzitter van het Amerikaans olympisch comité.

De Tweede Wereldoorlog was er de oorzaak van dat de Zomerspelen van 1940 die aan Japan waren toegewezen, niet doorgingen. Zoals China nu zijn eerste Olympische Spelen heeft, zo beleefde Japan in 1964 uiteindelijk zijn olympische debuut. Het waren de eerste Olympische Spelen in Azië. „Eindelijk zijn de Olympische Spelen nu hier in het Oosten”, sprak de Amerikaanse voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, Avery Brundage, voordat hij het woord gaf aan keizer Hirohito.

Een nieuw Japan wilde zich in 1964 aan de wereld laten zien, en met het vrijlaten van duizenden duiven werd de vredesboodschap nadrukkelijk uitgedragen. Wereldburgers wilden de Japanners worden, zoals de Chinezen nu de Spelen benutten om toe te treden tot de wereldgemeenschap.

Dat de Spelen van ’64 vrijwel zonder een wanklank verliepen – de klap die een scheidsrechter van een bokser kreeg uitgezonderd – was destijds het allerbelangrijkst voor de Japanners. Pijnlijk was het voor het gastland dat AntonGeesink in Budokan zijn Japanse tegenstander in de finale van de open klasse een nederlaag toebracht, in de meest Japanse van alle olympische sporten, judo – dat jaar voor het eerst op het olympisch programma. Ken Ichikawa maakte een schitterende, urenlange documentaire over Tokio ’64, die afgelopen voorjaar nog in Nederland te zien was, op het sportfilmfestival in Den Bosch. De trots van de Japanners spat van het scherm af.

Vierentwintig jaar later volgden de tweede Olympische Zomerspelen in Azië, in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul. Weer een bijzondere fakkeldrager, opnieuw één met een bijzondere persoonlijke geschiedenis, Sohn Kee-chung, een Koreaan die in 1936 in Berlijn op de marathon olympisch goud had gewonnen. In 1998 ontstak hij weliswaar niet de olympische vlam, maar was hij wel degene die de fakkel het stadion in Seoul binnendroeg.

Hoewel Sohn Kee-chung de eerste Koreaanse winnaar van een olympische medaille was, ging die zege de boeken in als een Japanse overwinning. Zoals destijds alle prestaties van de uit Korea afkomstige sporters, omdat het land van 1910 tot 1945 door Japan was bezet. Sohn had de keus naar de Olympische Spelen in Berlijn te gaan onder zijn Japanse naam, of thuis te blijven. In Berlijn verscheen hij aan de start als Kitei Son. Waar mogelijk pleegde hij wel stil verzet: tijdens de Spelen van ’36 ondertekende hij documenten met zijn Koreaanse naam en bij zijn handtekening tekende hij een minikaart van Korea, dat in 1948 in tweeën uiteenviel.

In 1995, zeven jaar voor zijn dood, bracht Sohn Kee-chung een bezoek aan Hiroshima, waar in 1970 een monument werd opgericht voor de Koreaanse slachtoffers van de atoombom. Van de ongeveer 140.000 mensen die omkwamen in en om de Japanse stad, waren er 20.000 van Koreaanse afkomst.

Sohn overhandigde aan de burgemeester van Hiroshima een replica van de trofee – een helm van een Griekse strijder uit de Oudheid – die hij in 1936 in Berlijn had gekregen. Het was volgens Sohn, geheel volgens de olympische gedachte, „een teken van vrede en internationale vriendschap”.

Bekijk beelden van de openingsceremonie van de eerste Olympische Spelen in Azië op nrc.nl/sport

    • Ward op den Brouw