Zo’n bierverkoper wil ik ook in mijn wijk

Herkent u deze scène? Je staat met je uit milieuoverwegingen aangeschafte mok bij de koffieautomaat op het werk. Dan schuift een collega aan die ongevraagd mededeelt: „Wist je dat die plastic bekertjes eigenlijk minder belastend zijn voor het milieu dan zo’n mok? Als je het groot bekijkt, dan hè? Fascinerend, toch?” Een diepe vermoeidheid maakt zich van u meester. Het goede doen is erg moeilijk.

En nu zijn de Olympische Spelen in China. Wat vinden we daar nou weer van? Zaterdagavond had de crème de la crème van komisch Nederland zich in dat kader op Nederland 1 verzameld om… Ja, om wat eigenlijk? Het was een komische show vanuit Het Schone Schijnekenhuis (de prijs voor de beroerdste woordspeling gaat naar.…), en het was duidelijk heel erg tegen China. Ze martelen er en ze halen organen uit gevangenen. Maar ik weet nog steeds niet wat het doel van de avond was.

Ik laat het kunstwerk altijd voor zichzelf spreken, dus ik ga nu niet snel googelen om erachter te komen wat Erik van Muiswinkel heeft gewild. De humor was het klassieke spijkers-met-koppenwerk, met veel typetjes. Ertussendoor beelden van echte Chinese ellende op een bedje van humor. Heel moeilijk te verteren allemaal. Voorbeeld: twee Chinese gevangenen (Owen Schumacher en Dolf Jansen) die zich afvragen – als Freek (Paul Groot) de Jonge begint te zingen – of ze nog niet genoeg gemarteld zijn. Zucht. Humor en verontwaardiging vormen een moeizame combinatie, die slechts in uitzonderlijke gevallen succesvol is. Zaterdag was niet zo’n geval.

Ook gisteren bulkte het weer van de programma’s over China. Alle gelegenheid dus om me te verdiepen in het Evil Empire. Ik verwachtte het meest van de documentaire De Onverboden Stad van Floris-Jan van Luijn. Hij portretteerde een aantal mensen die in een straatje wonen dat op de nominatie staat gesloopt te worden in het kader van het Olympische Spelen Masterplan. Een aantal prachtige vlieg-op-de-muur-portretjes van Chinezen die in hetzelfde straatje wonen. Doorsneden met beelden van een bierverkoper te fiets („Bier te koop!”) waarvan ik er ook wel een in mijn wijk zou willen. Ik zag een jong gezin worstelen met de opvoeding van hun één-kind-beleid-prinsje en een oude man, die weinig méér activiteit ontplooide dan het nauwkeurig bijhouden van het weer. En al met al maakte de sloop van hun hele wijk verrassend weinig indruk op deze mensen. Waardoor de vraag zich opdrong of de kracht van de documentaire daarin gelegen moest zijn, dat het naderend onheil van de sloop juist zo scherp contrasteerde met de ongelofelijke alledaagsheid van de geportretteerden. Want als dat de bedoeling was, ging die aan mij voorbij. Ik vond de ouwe buren van Van Luijn (want dat waren het) een beetje saai, eigenlijk. Het ligt vast aan mij. Ik ben te oppervlakkig voor zoveel subtiliteit.

Minder subtiel was de verkiezing van de klassevoorzitter die het onderwerp was van de documentaire Please vote for me, die meteen daarna kwam. Weer China. Nadat de achtjarige Luo Lei al twee jaar achtereen door de juf tot klassevoorzitter is benoemd, besluit zij dit jaar de klas uit drie kandidaten te laten kiezen. Een democratisch experiment! De campagne duurt een week. Luo Lei is naast Cheng Cheng en Xiaofei kandidaat. De drie en de overige kinderen uit deze klas hebben de fijne kneepjes van democratie razend snel door. Cheng Cheng gaat tot het uiterste om zijn klasgenootjes te manipuleren. Hij instrueert hen stiekem om de optredens van de overige kandidaten te frustreren. Bij het eerste optreden van Xiaofei (een lief en kwetsbaar meisje dat mijn stem onmiddellijk had gekregen) wordt ze zó uitgejoeld dat ze huilend de klas verlaat voordat ze ook maar iets kan zeggen. Door haar moeder, die op de gang staat, wordt ze meteen weer voor de klas geduwd. Zo zijn die Chinezen. Uiteindelijk wint Luo Lei met overmacht, waarvan we leren dat ook niet gekozen leiders de volkswil kunnen vertegenwoordigen. Dank u juf!

    • John Reid