Wee, alles gaat voorbij

Ik gebruik het woord vroeger iets te vaak. Vroeger, zeg ik dan tegen mijn vriendin, als ik een verhaal wil beginnen, en dan zegt zij het ook meteen: vroeger – waardoor alles wat ik wilde gaan zeggen meteen een ouwelullenverhaal is geworden. Vroeger had je alleen maar elleboogjesmacaroni in de winkel, en dat was al exotisch. Ouwelullen. Daar moet ik mee uitkijken, anders gaat mijn vriendin nog doorkrijgen dat ik echt een ouwe lul ben.

Laatst zag ik Birkenstocks in een hippe winkel liggen. Of nee, het ging anders: het viel me plotseling op dat Birkenstocks geleidelijk hip waren geworden, en meer nog dan dat, dat ik ze zelf hip vond.

Birkenstocks zijn godbetert sandalen die vroeger door degelijke verpleegsters en muffe studiemutsjes werden gedragen; nu lopen mensen die weten waar het om draait erop. En ik begrijp dat.

Leggings – ook zoiets. In de jaren tachtig werden leggings door anita’s en vrouwen die niks anders over hun buik kregen gedragen, nu heeft mijn vriendin een legging (zij weet waar het om draait) en ik vind haar hot als ze hem draagt. Een jaar of twee geleden had ik er ernstig aan getwijfeld naast haar te gaan lopen, nu weet ik dat het kan. Maar waarom? Ik lees geen bladen waar dat in wordt verteld (‘Je kunt weer rustig naast je vriendin lopen als ze een legging draagt’) en ik geloof niet dat ik heel opmerkzaam ben wat betreft straatbeeld (‘Goh, wat een hoop leggings zag ik vandaag’), dus hoe komt het dat ik leggings en Birkenstocks plotseling vind kloppen?

Ach – ik moet me er ook niet druk om maken. Het werkt, dus het werkt. Het enige waar ik me druk om moet maken is de wetenschap dat het een keer voorbij gaat zijn, het deel zijn van dat specifieke collectieve bewustzijn.

Wee mij, alvast. Wee jullie ook, verdikkie.

Schrijver Walter van den Berg (37) schrijft de komende weken op dinsdag een brief aan de lezers van nrc next.

    • Walter van den Berg