VS klagen terreurverdachte aan

Een Pakistaanse neurowetenschapper die vorige maand in Afghanistan werd gearresteerd, is in New York aangeklaagd voor poging tot moord op Amerikaanse militairen en agenten van de federale recherche FBI. Aafia Siddiqui (36) werd sinds 2004 gezocht omdat zij banden zou onderhouden met Al-Qaeda.

Siddiqui is afgestudeerd in biologie aan het Massachusetts Institute of Technology en werkte aan Brandeis University, bij Boston, aan een proefschrift over neurologische wetenschappen toen zij vlak na ‘11 september’ naar haar vaderland Pakistan vertrok. In maart 2003 verdween zij met haar drie kinderen, terwijl zij haar ouders bezocht in Karachi. Mensenrechtenorganisaties en haar familie vreesden dat zij in geheime detentie verbleef, zoals vermoed wordt van honderden andere vermiste Pakistanen. De FBI ontkent dat en zegt dat zij ondergedoken moet zijn geweest. De dienst verdenkt Siddiqui niet van lidmaatschap van Al-Qaeda, maar vermoedt dat zij met haar kennis over de VS heeft geholpen bij het binnensmokkelen van terroristen.

Op 17 juli werd Siddiqui aangehouden door de Afghaanse politie, omdat zij zich verdacht ophield bij een overheidsgebouw in Ghazni, ten oosten van Uruzgan. In haar handtas werden recepten voor explosieven en chemische wapens gevonden, evenals chemische stoffen in gel- en vloeistofvorm, aldus de aanklacht. Ook zou zij kaarten van het verblijf van de gouverneur bij zich hebben gedragen.

Toen FBI-agenten en Amerikaanse militairen haar de volgende dag wilden ondervragen, greep Siddiqui een geweer, richtte het op een kapitein en schreeuwde dat ze bloed wilde zien, zeggen de aanklagers. Een tolk duwde het geweer, dat zij twee keer afvuurde, opzij, waardoor niemand werd geraakt. Wel werd Siddiqui zelf gewond door een kogel die een soldaat in het vertrek afvuurde.

De Amerikaanse advocaat van de familie noemt de aanklacht „een sterk verhaal”. (AP, AFP)